Vrijdag 13; Bedrieglijk

Het boek In een sluier gevangen van de Amerikaanse schrijfster Betty Mahmoody is vorige week door het Nederlandse publiek uitgeroepen tot het Boek van het Jaar. Dat is mooi. Er is nu tenminste één boek dat er tussen de tienduizenden titels en tientallen toptienen uitspringt.

Maar wat is dat boek van het jaar toch precies? Hoe komt het tot stand? Dat blijkt, afgezien van een paar rekenkundig geschoolden bij de CPNB, vrijwel niemand te weten. Het eenvoudigst is nog om aan te geven wat het allemaal niet is. Het is niet het boek dat in de boekhandel het meest werd verkocht. Dat was het afgelopen jaar Zwemmen met droog haar van Kees van Kooten. Het is ook niet een boek dat het snelst is verkocht. Dat was Elsevier's Belastinggids. Het is niet het boek dat in de kritiek de meeste waardering heeft gekregen. Het is niet noodzakelijk het boek dat het meest gelezen is. En het is, en dat is vrij vervelend, waarschijnlijk ook niet het boek dat het meest door zijn lezers is gewaardeerd.

Wat is het dan wel? Meer dan honderdduizend bezoekers van boekhandels en bibliotheken en lezers van het dagblad Trouw hebben een enquêteformulier gekregen waarop honderd goed verkochte titels van het afgelopen jaar stonden afgedrukt. Ze mochten één titel aankruisen die ze goed vonden. Elfduizend mensen vulden het formulier in. Duizend van hen noemden In een sluier gevangen, negenhonderd kruisten het boek van Kees van Kooten aan en zeshonderd kozen Hella Haasses Heren van de thee.

Het bedrieglijke van deze uitslag is dat er onder de elfduizend deelnemers maar heel weinig mensen zullen zijn geweest die deze boeken alle drie gelezen hebben. Mahmoody, Van Kooten en Haasse hebben ieder hun eigen publiek en dat overlapt elkaar maar ten dele. In een sluier gevangen is een paar jaar geleden door een boekenclub geproduceerd, en werd pas vorig jaar, toen de film naar het boek verscheen, als boekhandelseditie uitgebracht. Van Kooten heeft waarschijnlijk een VPRO-publiek terwijl Hella Haasse vooral in leesclubs en door ouderen wordt gelezen.

Uit de oplagecijfers blijkt ook dat de drie boeken zeer ongelijk gelezen zijn. Van het winnende boek werden in een paar jaar tijd 150.000 exemplaren verkocht. Kennelijk heeft 1 op de 150 lezers het boek zo goed gevonden dat hij er voor naar de boekhandel wilde lopen om een formulier in te vullen. Van Hella Haasses Heren van de thee werden er in een paar maanden (!) tijd ongeveer 70.000 verkocht. Bij haar was dus 1 op de 120 lezers zo tevreden dat hij er voor zijn huis uitkwam. Tenzij hij op Trouw was geabonneerd, want dan hoefde hij alleen maar naar de brievenbus te lopen.

Elke uitverkiezing is natuurlijk tot op zekere hoogte een proces vol willekeur. Wie heel consciëntieus is, schaft alle lijstjes af. Maar de CPNB zou wel naar een wat grotere betrouwbaarheid en vergelijkbaarheid kunnen streven. Waarom wordt niet eerst op elk formulier gevraagd welke boeken de ondervraagde gelezen heeft, voordat hij zijn keuze mag maken? Dan kan er tenminste een echt boek van het jaar worden vastgesteld.

In zijn speech bij de bekendmaking van de winnaar noemde CPNB-directeur Henk Kraima de publieksprijs voor het Nederlandse Boek een anarchistische aangelegenheid. Daar kon hij wel eens gelijk in hebben. Er is ook niets tegen anarchisme, zolang het maar niet ten koste van de eerlijkheid gaat. Daar is het boek net iets te belangrijk voor.