Verwilderd

Onze hond beschikt over een ruim bemeten schuldbesef. Voor allerlei kwaad, dat geheel buiten zijn toedoen tot stand komt, werpt hij zich op als zondebok.

Stel dat aan tafel iets leuks gebeurt, zodat iemand in de lach schiet, wat tamelijk onsmakelijke gevolgen heeft voor een hap eten, en dat iemand anders zich op dat moment een krachtig "gadverdamme' laat ontvallen - dan zit de hond met zijn rug tegen de verwarming. Zijn oren trekken naar achteren, zijn ogen worden groot van bezorgdheid.

Of dat je het aanrechtkastje opendoet en er een slordig weggezet steelpannetje naar buiten komt rollen - dan staat de hond vlak achter je in de hoop dat zijn etensbak wordt gepakt. Hij deinst terug, klaar om de gang in te vluchten.

Of dat ik zit te werken, wat tegenwoordig bijna dagelijks voorkomt, dat de telefoon gaat, dat iemand iets van me wil en me probeert wijs te maken dat het in mijn belang is wat hij van me wil, waarna ik tien minuten lang alleen maar fouten zit te tikken en zo woest het papier uit mijn machine ruk dat deze met een klap terugvalt op het bureau - dan ligt de hond opgerold op de bank. Hij kijkt verwilderd op; o jee, wat heb ik nou weer gedaan, terwijl ik lag te slápen nota bene!

“Rekel”, vraag ik dan, “wie heeft jou zo christelijk opgevoed?”

    • Koos van Zomeren