Verlaging rente vertraagt herstel EMS

ROTTERDAM, 13 NOV. De Bank of England heeft met ingang van vandaag de basisrente met eén procent verlaagd tot zeven procent. Dat is het laagste niveau sinds de jaren zeventig. Ook Frankrijk en Italië verlaagden, gisteren, de rentetarieven. Het Italiaanse disconto is eén procent verlaagd, tot 13 procent. Twee Franse tarieven voor de korte termijn, de interventierente en de rente op korte beleningen, daalden met een kwart procent tot 9,1 procent en 10 procent. De maatregelen werden genomen ondanks de gisteren genomen beslissing van de Duitse centrale bank om de tarieven niet te verlagen.

Het begeleidende commentaar op de renteverlagingen was gisteren zowel in Italë, Frankrijk als Groot-Brittannië hetzelfde: de angst voor verdere afwaardering van de eigen munt door de valutahandel, die twee maanden geleden nog een renteverlaging meedogenloos zou hebben afgestraft, is geweken. In oktober en ook deze maand zijn de spanningen op de valutamarkt gaandeweg verdwenen en is er eindelijk ruimte ontstaan voor geleidelijke verlaging van de rente die als cruciaal wordt gezien voor het binnenlandse economische herstel.

De Franse minister van financiën, Michel Sapin, lijkt als enige het gelijk aan zijn zijde te hebben. De "slag om de franc', in september, had weinig te maken met de fundamentele waarde van de Franse munt: het was eerder een test van de Duitse en Franse bereidheid het Europees Monetair Stelsel (EMS) te verdedigen. De franc herwon in oktober voldoende aan kracht om een renteverlaging toe te staan. Bovendien is de Franse rente nog steeds hoger dan die in Duitsland. Met verdere vermindering wordt nu gewacht tot de Bundesbank besluit tot een renteverlaging.

Voor Italië en Groot-Brittannië liggen de zaken anders. Zowel het lidmaatschap van de lire als het pond sterling werd in september opgeschort, nadat beide munten onder de neerwaartse druk van de valutamarkten bezweken. Niet gehinderd door de strikte monetaire voorwaarden die door de valutamarkt worden gehanteerd voor EMS-valuta, staat het de Italiaanse en Britse beleidsmakers nu vrij om besluiten te nemen die in eigen land populair zijn, maar niet langer in lijn met de Europese monetaire mores. Deelname aan het EMS is een noodzakelijke stap in de richting van de Europese Monetaire Unie, die is vastgelegd in het verdrag van Maastricht. De politieke bereidheid in zowel Italië als het Verenigd Koninkrijk om spoedig in het EMS terug te keren is er sinds september niet groter op geworden. Met de doorgevoerde renteverlagingen lijkt die terugkeer nu ook op technische gronden verder weg dan ooit.

Pag.15: Vrees voor nieuwe spanning in EMS

In het Britse Lagerhuis werd de beslissing van de minister van financiën, Norman Lamont, om de rente te verlagen gisteren door de rechtervleugel van de Conservatieve Partij begroet met de opmerking dat de monetaire beleidsruimte die de Britse minister nu heeft het duidelijkste bewijs is dat het pond sterling nooit meer moet terugkeren in het EMS.

Vraag is of het pond wel kan terugkeren. Op de valutamarkten wordt gevreesd dat de snelle renteverlaging in Groot-Brittannië en Italië een reëel inflatiegevaar inhoudt. Door de lagere waarde van pond en lire was de kans op extra inflatie al toegenomen en het verder laten vieren van de monetaire teugels maakt het gevaar alleen maar groter. Dat zal de onderliggende waarde van pond en lire verder uithollen en beide munten minder betrouwbaar maken als herintreder in het EMS. Bovendien circuleren, vooral door het uitblijven van duidelijkheid over de toekomst van de Economische en Monetaire Unie, sinds begin deze week de eerste speculaties over een nieuwe crisis onder de Europese valuta. Ditmaal worden de Spaanse peseta, de Portugese escudo en het Ierse punt, die deel uitmaken van het EMS, gezien als doelwit voor een nieuwe golf van neerwaartse speculatie. Ook de lire en het pond sterling blijven daarbij niet buiten schot. Ook de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) wees begin deze week op de kans op nieuwe spanningen onder Europese munten.

Hoewel de reële rentevergoeding - rente minus inflatie - op tegoeden in valuta die niet tot de harde kern van het EMS behoren zeer lucratief is, hielden de meeste beleggers zich er uit vrees voor devaluaties en koersdalingen in de afgelopen maanden verre van. Nu lire en pond door de renteverlaging nog minder aantrekkelijk zijn geworden, is het wantrouwen tegen de munten verder gegroeid. Zonder Duitsland kan monetair Europa zich nog steeds geen rentedaling permitteren.