Verkleining landmacht knelt na '96

Tot 1996 kan de verkleining van de krijgsmacht relatief gemakkelijk zonder gedwongen ontslagen verlopen, maar daarna, zeggen de militaire bonden, gaat het knellen. Dan zijn de om- en bijscholingsmogelijkheden op. Aanvullende maatregelen, zoals een afvloeiingsregeling, zijn dan nodig.

“Ter Beek ontkomt niet aan gedwongen ontslagen in 1996”, zegt kolonel b.d. N. Stuiver, voorzitter van de Nederlandse officiersvereniging. “Voor tweederde van het aantal beroepsmilitairen is geen plaats meer als ook de dienstplicht wordt afgeschaft. Het is een utopie te denken dat je dat via herplaatsingen zal kunnen bereiken. Pleister op de wonde is dat een aantal "headhunters' en "outplacementbureaus' hebben laten weten zeer geïnteresseerd te zijn in militair personeel, met name in officieren. Bij het officierenkorps komt de klap sowieso iets minder hard aan. Daar bestond al een aantal vacatures. Een aantal officieren is op vrijwillige basis al opgestapt, maar er is geen sprake van een uittocht. De arbeidssituatie buiten de krijgsmacht is daar ook niet naar. Maar zelfs als de situatie daar verbeterd zal het ook voor officieren moeilijk worden in de toekomst. Je kan nu eenmaal een 45-jarige majoor bij de infanterie niet omscholen tot een medicus.”

Voorzitter B. Snoep van de Algemene Federatie Militair Personeel (AFMP) zegt: “Een deel van de beroepsmilitairen heeft een contract voor bepaalde tijd. Voor degenen die voor onbepaalde tijd in dienst zijn moet gewoon een afvloeiingsregeling komen. Daar moet geld voor opzij worden gezet, die bijzondere verantwoordelijkheid hebben regering en parlement ten opzichte van de krijgsmacht, dat nu eenmaal een bijzonder bedrijf is. Ze moeten ook duidelijk maken wat ze precies willen met de krijgsmacht. Zoals het er nu naar uitziet wordt het alleen maar luchtmobiele brigade met nog wat genie en een paar tanks.”