Verkiezing Clinton duwt dollar omhoog

AMSTERDAM, 13 NOV. Als gevolg van de verkiezingsoverwinning van Clinton is de dollar de afgelopen twee weken aanmerkelijk sterker geworden. De Amerikaanse munt steeg bijna 7 cent in waarde ten opzichte van de gulden.

Verwacht wordt, aldus de valutahandelaren, dat Clinton een ruimer budgettair beleid zal voeren dan Bush. Zo is bekend dat hij van plan is op korte termijn de uitgaven voor onderwijs, infrastructuur en technologie te verhogen. Daarnaast wil de nieuwe regering meer aandacht schenken aan industriebeleid en wil ze de gezondheidszorg naar Europees model herstructureren. Met dit pakket van maatregelen zou de economische bedrijvigheid moeten worden aangezwengeld. Daardoor zal de inflatie versnellen waardoor de Fed gedwongen zal worden de rente te verhogen. Dit alles verbetert de attractiviteit van de dollar, aldus de markt.

Op korte termijn zal de effectiviteit van het groeistimulerende pakket van Clinton niet bijzonder groot zijn. De vereiste wetgeving zal in elk geval tot na de machtsoverdracht per eind januari op zich laten wachten. Daarna zal het nog enkele maanden duren voordat het werkelijk tot bestedingen komt. Voorts zullen de uitgaven aan onderwijs of infrastructuur pas na verloop van enkele jaren hun vruchten afwerpen. Bovenal geldt overigens dat de Amerikaanse begroting niet veel ruimte kent om een bestedingsimpuls te geven zonder dat of het overheidstekort oploopt of de belastingen omhoog moeten. Dit laatste wordt al overwogen. Ook hiervoor geldt: "De kost gaat voor de baat uit'. Dit betekent dat de hooggespannen verwachtingen over het groeistimulerende pakket waarschijnlijk tegen zullen vallen. Daarom is het waarschijnlijk dat de dollar op de wat langere termijn een deel van de koerswinst weer prijs zal moeten geven.

Ook in Europa nemen de zorgen over de conjunctuur toe. Een gelukkige omstandigheid is dat op het valutafront de rust in het algemeen is teruggekeerd. Daardoor konden gisteren de Bank of England en de Banque de France hun officiële tarieven verder verlagen. In Engeland daalde de "base rate' met 1 procentpunt tot 7 procent. In Frankrijk werd de geldmarktinterventierente verlaagd van 9,35 procent tot 9,10 procent. De Banca d'Italia volgde dit voorbeeld door de tarieven met 1 procentpunt te verlagen waaronder het disconto tot 13 procent.

In Engeland en Italië schijnt men te menen dat nu de wisselkoers zweeft, men meer vrijheidsgraden heeft om de rente te verlagen. Indien daar tegenover niet een evenwicht of overschot op de totale rekening van de betalingsbalans wordt geboekt, dan is de grotere vrijheidsgraad slechts een illusie. De wisselkoers deprecieert verder en de inflatie versnelt, waardoor de wisselkoers verder onder druk komt. Voorzichtigheid is dus de beste raadgever.

Binnen het Europese wisselkoersmechanisme bevinden de munten zich op dit moment binnen een nauwe bandbreedte. De huidige onenigheid binnen Europa op het politieke vlak bergt immers risico's in zich voor de stabiliteit van het wisselkoersmechanisme. Het uitstellen van de ratificatie van "Maastricht'door het Britse Lagerhuis komt de stabiliteit van het wisselkoermechanisme niet ten goede. Hetzelfde geldt voor de onenigheid binnen de Europese Gemeenschap inzake de GATT-onderhandelingen en met name de halsstarrige houding van Frankrijk daarbij. De markten zouden, bij het ontbreken van politieke consensus binnen de EG, nieuwe speculatieve golven op gang kunnen brengen.

Bron: Economisch Bureau ING Bank