Tweede Kamer keurt "Maastricht' goed

DEN HAAG, 13 NOV. Een overgrote meerderheid in de Tweede Kamer heeft gisteravond ingestemd met het verdrag van Maastricht over de politieke en monetaire unie. De regeringspartijen CDA en PvdA en de oppositiepartijen VVD en D66 stemden vóór, Groen Links en de kleine confessionele partijen SGP, GPV en RPF en ook de Centrumdemocraat Janmaat stemden tegen.

Het grootste bezwaar dat in de driedaagse debatten ,die vorige week werden gehouden, tegen het verdrag werd aangevoerd was dat het democratisch gehalte tekortschiet. Bij de stemmingen gisteren was dat voor Groen Links de belangrijkste reden om tegen ratificatie te stemmen. Een grote meerderheid vroeg de regering in een amendement zich met het oog op de verkiezingen voor het Europees Parlement in te spannen om het democratisch gehalte van de EG-besluitvorming te verhogen. De regering moet al op de komende EG-topconferentie in het Schotse Edinburgh, in december, op dat punt van de Kamer initiatieven nemen. De Kamer vindt ook dat het Europees Parlement op meer terreinen dan in het nieuwe verdrag staan medebeslissingsrecht moet krijgen.

De Kamer hield unaniem vast aan een amendement, waarin staat dat het standpunt dat de regering in 1996 of 1998 inneemt bij de toetreding tot de derde fase van de monetaire unie, “vooraf de instemming van de Staten Generaal (dient) te hebben verworven”. In deze derde fase geven de toetredende staten hun eigen munt op en gaan over tot een gemeenschappelijk muntstelsel.

Minister-president Lubbers heeft zich tijdens het drie dagen durende debat over het verdrag van Maastricht vorige week krachtig verzet tegen dit amendement op de zogeheten Goedkeuringswet. Hij vreesde dat de formulering "instemming' te zijner tijd aanleiding tot misverstanden zou kunnen geven. Naar buiten zou bovendien de indruk gewekt kunnen worden dat het Nederlandse parlement zichzelf een "uitstapclausule' had gegeven. Lubbers gaf de voorkeur aan een fomulering waarin werd vastgelegd, dat de regering het definitieve besluit neemt “in overeenstemming met” de Staten Generaal.

In de discussie over dit punt waren regering en Kamer het met elkaar eens dat het een interne Nederlandse zaak betreft. Ook wanneer men het te zijner tijd geheel met elkaar eens zou zijn, dan nog kan een gekwalificeerde meerderheid van de EG-raad van ministers een dergelijk standpunt overstemmen, op grond van de in het verdrag van Maastricht genoemde criteria.

Lubbers legde zich gisteren tijdens een anderhalf uur durende heropening van het debat met enige tegenzin neer bij het amendement, zoals dat was ingediend door de fracties van CDA, PvdA en D66. “Als de Kamer het zo wil, dan zou ik zeggen: het zij zo. Of beter gezegd, in de termen van deze gedachtenwisseling: het heeft onze instemming.”

De Eerste Kamer zal het verdrag van Maastricht in december behandelen. Het ziet er naar uit dat ook daar een meerderheid voor ratificatie zal stemmen.