Teodora de coyote

De koning en de Indiaan. Verhalen uit Nicaragua. Vertaald door Dick Bloemraad. Met een inleiding van Mies Bouhuys. Uitg. Leopold. ƒ 24,90.

"De Spaanse geleerde had een hekel aan de Indiaanse geleerde, die arm was en geen geld had om boeken te kopen. Telkens wanneer hij hem tegenkwam, zei hij spottend tegen hem: "Gegroet, geleerde zonder boeken'. Maar de Indiaan nam wraak. Hij ging voor de prachtige boekenkast van de Spanjaard staan en groette al die boeken zeer beleefd met de woorden: “Gegroet, boeken zonder geleerde!” '

Dit verhaaltje is opgenomen in de recent verschenen bundel De koning en de Indiaan. Verhalen uit Nicaragua. Daarin zijn meer verhalen met een soortgelijke strekking terug te vinden, verhalen waarin opscheppers en machtswellustelingen met de nodige vindingrijkheid worden afgestraft. Ook buiten Nicaragua is altijd dankbaar gebruik gemaakt van dit bemoedigende gegeven: de populariteit van de underdog, de arme sloeber die de rijke te slim af is, is van alle tijden en van alle culturen. In haar inleiding op de bundel trekt Mies Bouhuys een parallel met westerse sprookjes als Klein Duimpje en Domme Hans, om vervolgens haar visie op de lezer los te laten: wie openstaat voor dit soort verhalen, die moeten worden beschouwd als een handreiking vanuit een andere cultuur naar de lezer, zal grenzen zien vervagen, stelt zij niet zonder idealisme vast.

De koning en de Indiaan kwam tot stand in samenwerking met het Landelijk Beraad Stedenbanden Nederland-Nicaragua, een organisatie die zichzelf ten doel stelt de contacten met Nicaragua te verbeteren en te onderhouden. Aan de vooravond van het Internationale Jaar voor de Inheemse Volkeren en met het Columbus-jaar nog net niet helemaal achter de rug nam het Landelijk Beraad het initiatief tot deze uitgave, “om extra aandacht te kunnen schenken aan de positie van inheemse volken in Nicaragua”.

Het woord "positie' lijkt me hier niet helemaal op z'n plaats. Natuurlijk geven de verhalen in deze bundel inzicht in de inheemse cultuur van Nicaragua, maar juist door hun universele karakter vinden we er niet de actuele problematiek (de regenwouden, de oprukkende westerse beschaving) in terug waarop hier wordt gedoeld. Maar wie oog heeft voor de parallellen in de geschiedenis zal het verhaal over de arme Indiaan die een weddenschap aangaat met de Spaanse burgemeester van zijn dorp moeiteloos vertalen naar deze tijd en in gedachten de Spanjaard vervangen door de "Amerikaanse onderdrukker'.

Behalve een aantal verhalen over "Indianen en Spanjaarden' bevat De koning en de Indiaan nog twee andere afdelingen: een met "Fabels en legenden' en een met "Inheemse volksverhalen', een onderscheid dat in de praktijk niet altijd even duidelijk blijkt te zijn. Wat de fabels betreft is er natuurlijk geen twijfel mogelijk, maar een verhaal als "Teodora de coyote' - over een vrouw die zichzelf 's nachts in een coyote verandert - dankt zijn kwalificatie als "legende' vermoedelijk uitsluitend aan het machteloze optreden van een pastoor die denkt de vrouw te kunnen genezen met een fles wijwater. Het had - zeker omdat deze bundel bestemd is voor jonge lezers - bepaald geen kwaad gekund als de samenstellers hun lezers inzage hadden gegeven in de door hen gehanteerde criteria. Dat ze de term legende gebruiken zodra er in een volksverhaal een katholiek motief - hoe bescheiden ook - opduikt, hadden ze wel even mogen uitleggen.

En zo blijft er wel meer onduidelijk. In het verhaal "De bliksem en de donder' is sprake van "een schurftige man, die om zijn uiterlijk Sihiri werd genoemd'. Maar wat "Sihiri' dan wel mag betekenen (schurftekop? griezel? zielepoot?) wordt ons niet onthuld. Dit verhaal is ondergebracht in de afdeling "Verhalen van de Miskito-Indianen', maar ook hier ontbreekt elke toelichting. Wat zijn Miskito-Indianen? Bestaan ze nog? Wat zijn de specifieke kenmerken van de Miskito-cultuur? Pas in het nawoord vernemen we dat de Miskito's een zware strijd hebben moeten leveren tegen de Sandinisten ten behoeve van hun "eigen identiteit' (ze bestaan dus nog!), maar met die summiere informatie moeten we het dan maar doen.

Waarmee ik niet wil zeggen dat de samenstellers van de bundel een mislukt boek hebben afgeleverd. Op de vertaling en de bewerking van de verhalen is niets aan te merken, behalve een enkel stijlbreukje waarbij de verteller zich zomaar opeens tot de lezer richt, met woorden als “Nu, vrienden...” of “Jullie moeten bedenken dat...” Maar afgezien daarvan wordt er consequent een zakelijke manier van vertellen toegepast, waardoor ook in de verhalen met een sterk magische of religieuze inslag elke vorm van zweverigheid achterwege blijft. En een aantal van de verhalen, waarin naast het genoemde “wie niet sterk is moet slim zijn” vooral het thema hebzucht een prominente rol speelt, bevat zulke indringende wijsheden dat we niet om de waarde van die "eigen identiteit' heen kunnen. Daarmee kun je blijkbaar niet voorzichtig genoeg zijn, want zelfs in een van deze inheemse volksverhalen daalt opeens een vliegtuig neer.