Sex in Nederland; Analfabeten en dichters

Voor de intrede van de pil had de kwaliteit van sex te lijden onder de angst om zwanger te worden. Men zou verwachten dat door de ziekte aids de sfeer van tobben en modderen en leven in vreze is teruggekeerd. Toch is dit niet het geval. Hoe dit te verklaren?

(Bekorte text van een voordracht gehouden op het Symposium ter gelegenheid van het tweede Lustrum van de Nederlandse Vereniging voor Sexuologie, gewijd aan het thema: 'De kwaliteit van sex in Nederland'; Utrecht 6 november 1992)

"De kwaliteit van sex in Nederland': het benieuwt me wie er gek genoeg is om te denken dat hij/zij daar zinnige uitspraken over kan doen. Ik heb veel van de wereld gezien en zeer vreemde dingen meegemaakt, maar van alle nationaliteiten die ik een beetje ken lijken mij eigenlijk alleen de Nederlanders in staat om te denken dat zij over zoiets kunnen oordelen.

Ik denk daarbij aan onze nationale eigenschap te geloven dat wij alles beter weten, gepaard aan de onuitroeibare behoefte elkander de wet voor te schrijven. Berispen, vermanen, dat zit de Nederlanders diep in het bloed; alleen al de ingezonden brieven-rubrieken in Nederlandse kranten, zo opvallend anders van mentaliteit dan in bijvoorbeeld Engeland, getuigen daarvan. Nederlanders zijn het meest intolerante volk ter wereld, maar leven in de overtuiging wonderen van verdraagzaamheid te zijn, alle andere volkeren der aarde ten voorbeeld.

Zo vrees ik dat in wel een of meer van de op dit Symposium gehouden voordrachten impliciet of expliciet tot uitdrukking zal zijn gekomen dat de kwaliteit van de sex in Nederland in alle bescheidenheid de beste ter wereld mag worden genoemd. Ik denk dat de daarbij gehanteerde criteria onder meer zullen blijken te bestaan uit het aantal en de voortreffelijkheid van onze RIAGGs, psychiaters, psychologen, hulpverleners, agogen, therapeuten, sexuologen, voorlichters, pedagogen, symposia, cursussen en wijkcentra.

Er zal ook op gewezen worden dat "seks' (natuurlijk met ks), niet mag worden opgevat in de enge, vrouwvijandige betekenis van alleen maar penetratie, "er op-er af', maar begrepen moet worden als een veel meer omvattend begrip, iets dat je "niet cadeau krijgt' maar "waaraan je samen moet werken' en waarin "knuffelen', "niet-genitaal contact', "gewoon tegen elkaar aanliggen' en nog allerlei andere wondermooie dingen een voorname rol spelen. Er zal daarentegen gesproken worden van "vrijen' alsof dat woord copuleren betekende, waarbij met een zekere gretigheid gebruik zal worden gemaakt van het verleden deelwoord "gevreeën'. Dat alles geplaatst in het zorgwekkende huidige tijdsgewricht van incest, verkrachting en aids.

De kwaliteit van sex in Nederland - in vergelijking waarmee? Met Frankrijk? Amerika? Saoedi-Arabië? Hoe wordt het beoordeeld, aan de hand waarvan? Aan het percentage adolescenten met jeugdpuistjes? Orgasmefrequentie bij vrouwen met een deeltijdbaan? Bij deelnemers aan groepssexavonden van de NVSH? Aantal buitenechtelijke verhoudingen? Abortussen? Echtscheidingen? Verkoop van boeken met sexuele voorlichting? Van deeltjes Bouquetreeks? Van condooms? Van erotische videobanden? Schitterend materiaal voor een Nederlandse enquête genre Kinseyrapport, maar ook Kinseyrapporten laten zich niet uit over kwaliteit.

Is er dan geen literatuur over? Natuurlijk wel; in een van die gratis advertentiebladen die ik elke week in mijn brievenbus vind, te weten Intermediair, stond vorig jaar een lang en uitvoerig artikel over wat je zou kunnen beschrijven als de kwaliteit van sex in Frankrijk vergeleken met Nederland. De Fransen hebben het veel beter voor elkaar dankzij het overspel, waaraan zij zich "massaal overgeven', maar dan onder strikte geheimhouding, in tegenstelling tot de naïeve Nederlanders, die meteen hun huwelijk op het spel zetten.

Nu is het een zowel als het ander uiteraard een fabeltje. Maar ik citeer dit flutverhaal - echt iets voor dat voddige Intermediair - dan ook met een andere bedoeling: ook als het waar was, ook als er in Frankrijk minder familiedrama's en echtscheidingen zouden zijn (niet dat het artikel daar enig cijfer over geeft), wat bewijst dat dan over de "kwaliteit van de sex'?

Dilemma

Om dat type moeilijkheid is het mij begonnen. Zo is er is wel eens beweerd dat meer echtscheidingen niet duiden op slechtere huwelijken, maar juist op betere. Er zou uit blijken dat de mensen niet berusten in een mislukking maar het opnieuw proberen, en tweede huwelijken zijn meestal beter, zoals Renate Rubinstein meermalen niet zonder bitterheid heeft geschreven - want het betrof het tweede huwelijk van haar ex-man, niet het hare. Een andere vertegenwoordiger van dit dilemma is wat daarstraks al even ter sprake kwam: als in een land geen of weinig boeken over sexuele voorlichting worden verkocht, volgt daar dan uit dat zij zulke boeken niet nodig hebben (want dat denkt men daar uiteraard), of juist wel?

Aan de andere kant moet ik toegeven dat ik zelf ook niet vrij ben van vooroordelen: als je naar Nederlanders kijkt, in de trein of op een symposium, dan kan het buitengewoon moeilijk zijn zichzelf ervan te overtuigen dat ze überhaupt aan sex doen, laat staan zich voor te stellen dat daarbij sprake kan zijn van "kwaliteit'. Is er iets in het voorkomen of het gedrag van Nederlanders dat maakt dat de verbeelding daarbij terugdeinst?

Gelukkig bestaan er over dit onderwerp ook wel andere publikaties; ik denk bijvoorbeeld aan een themanummer van het Amsterdams Sociologisch Tijdschrift dat als boek verschenen is onder de titel Het verlies van de onschuld: Sexualiteit in Nederland (Wolters Noordhoff 1990).

Een vraag die in dit boek uitgebreid aan de orde komt is of de Sexuele Revolutie, die door alle auteurs impliciet gezien wordt als een vooruitgang, een bevrijding van vooroordelen en taboes, niet geleid heeft tot "een loskoppeling van sex en liefde' (niet, volgens Paul Schnabel) en of de verworvenheden van die revolutie niet in het gedrang zijn gekomen door recente ontwikkelingen als aids en feminisme.

Dat zijn zeer zeker pertinente kwesties. Als men zich van iets voor kan stellen dat het op de "kwaliteit van sex' niet anders dan ongunstig kan uitwerken, dan is dat uiteraard het bestaan van aids. Maar het schijnt het gedrag niet of nauwelijks te hebben beïnvloed; in hoeverre de kwaliteit er onder te lijden heeft is intussen toch weer een andere vraag.

In het tijdperk voor de zogenaamde Sexuele Revolutie had "de kwaliteit van sex' te lijden van de angst om zwanger te worden. In die donkere jaren, die ik helaas heb meegemaakt, was het tobben en modderen en leven in vreze. De meeste meisjes begonnen er helemaal niet aan. Toch bestonden er wel condooms, al sinds lang, maar die speelden nauwelijk een rol. Waarom niet? Ik weet het niet, maar een ding is zeker: ze werden door alle partijen gezien als "kwaliteitbedervend', waaraan uitdrukking werd gegeven door formules als "met een regenjas aan onder de douche'.

Toen kwam de pil. Dat is, naar mijn bescheiden mening, wat de bevrijding heeft gebracht; niet het rationele besluit het lot in eigen handen te nemen en zich niet langer te laten ringeloren, niet de ideologie, die bestond allang; het was de pil die de Sexuele Revolutie mogelijk heeft gemaakt, die God en al zijn zwartgerokte trawanten en de door hen in stand gehouden misère naar de uiterste duisternissen heeft verdreven. Lang leve de pil.

Hypocrisie

Maar God heeft het er niet bij laten zitten en liet in Zijn oneindige goedertierenheid ("God is liefde') aids op de mensheid los. En wat nu? Nu zijn we weer bij het condoom terug, maar nu is hij blijkbaar opeens niet meer kwaliteitbedervend; daar hoor je tenminste nooit meer wat over, geen regenjassen meer, integendeel, er wordt nu in jubelende bewoordingen en met ludieke sleutelhangers reclame voor gemaakt, alsof het gebruik ervan een feest was. Hoe dat te verklaren? Alweer, ik weet het niet. Maar ik vermoed dat er allerlei hypocrisie en ontkennen-tegen-beter-weten-in aan te pas komt (ook zo'n nationale sport in Nederland).

Maar een terugkeer naar de moraal van voor de pil ("sex is zondig') lijkt het tenminste niet tot gevolg te hebben gehad. Wat in Het verlies van de onschuld wordt betoogd is dat de nieuwe ideologie, waarin seks gezien wordt als iets goeds, tot gevolg heeft dat er hogere eisen aan worden gesteld. Een van de interessantste bijdragen in het genoemde boek gaat over de veranderende orientatie van de vragen van lezers in de rubriek "Wij willen weten' in Sextant. Die oriëntatie verschuift van een streven naar verbetering in de huwelijksrelatie naar "ontdekken wat je zelf prettig vindt', en in de jaren zeventig verandert het in iets dat wordt aangeduid als "gemeenschappelijke zelfontplooiing', ook wel genaamd "wederzijdse anderbehaging'.

(De taal, om moedeloos van te worden.)

Zo blijkt het begrip kwaliteit hier samen te hangen met "afwezigheid van vooroordelen' en later, onder invloed van de tweede feministische golf, "afwezigheid van onderdrukking'. Maar is die samenhang er ook werkelijk? Is het verdwijnen van obstakels en schaarste ook kwaliteitsverhogend? Als dat nu eens niet waar was, wat dan? Er bestaat zoals bekend een hele school, die van Georges Bataille, die de kwaliteit van sex juist in verband brengt met het begrip "dépasser'; de intensiteit van de beleving is dan juist gelegen in het overtreden van verbodsbepalingen. Dat heeft, als het ernstig zou worden genomen, consequenties waar je van huivert; maar wie zal decreteren dat het niet niet waar is? De hulpverleners, de pedagogen, de voorlichters, de therapeuten, de RIAGGs?

Ik vrees dat ik hier opnieuw een vooroordeel moet bekennen: voor mij zijn dat mensen waar ik niet minder van huiver, gestoorde griezels, tyrannieke doordrijvers en betuttelaars, gevaarlijke gekken, zoals die RIAGG-dames die, als ik me niet vergis hier in Utrecht, met grote kunstpenissen voorgebonden een potje voor weerloze schoolkinderen gingen dansen - om ze te waarschuwen, "te leren nee te zeggen', "in te enten als het ware' - maar die in feite iets deden waar een niet-gezalfde, ik bedoel een willekeurige andere volwassene, en speciaal mannelijke volwassene, terecht de grootste moeilijkheden mee zou krijgen.

Het bijzondere van sex is dat iedereen er over kan meepraten, niemand is bevoegder dan iemand anders; er is hoogstens onderscheid tussen vervelend en onderhoudend, tussen analfabeten en dichters, en iets dergelijks is, vrees ik, ook van toepassing wat de kwaliteit van de sex betreft.

Sex is iets dat in het hoofd zit: wie kan de kwaliteit ervan beoordelen?

Praten over de kwaliteit van sex in Nederland is iets als praten over de kwaliteit van dromen in Nederland.

Wat zich in de hoofden van andere mensen bevindt is berucht onkenbaar. Daar bestaan ook collectieve of sociale versies van. J. Rentes de Carvalho, een Portugees die een paar briljante analyses van Nederland en de Nederlandse mentaliteit heeft geschreven, heeft eens in ernst gezegd dat hij niet geloofde dat Nederlanders - echtgenoten, ouders en kinderen - veel om elkaar gaven. "Vergaande onverschilligheid', een schijnheilig soort egoïsme, dat hadden de Nederlanders jegens elkaar; niet die warmte en die genegenheid die je bij de Portugezen aantreft.

Tranen

Zou het waar zijn? Er is geen mogelijkheid om er achter te komen, maar een ding is zeker: individuele mensen en culturen denken zulke dingen van elkaar. Alleen in hun eigen hoofden bestaat de waarheid - de ware liefde, de echte gevoelens. Wat ik in dit verband wel eens meer geciteerd heb is de beschrijving van Claude Lévi-Strauss van zijn afscheid van de Bororo (of de Nambikwara, dat weet ik niet meer), een onder primitieve omstandigheden levende Indianenstam in de binnenlanden van Brazilië, bij wie hij een half jaar had doorgebracht. De mensen deden hem wenend uitgeleide. Hij was diep getroffen dat ze blijkbaar zoveel om hem gaven, maar toen hij naar de reden van hun tranen vroeg kreeg hij te horen dat ze huilden uit medelijden met hem, hij die nu terug moest naar de verschrikkelijke buitenwereld, weg uit hun gebied, uit hun dorp, uit hun midden; alleen daar immers bestond het ware leven, het enige leven dat waard was om geleefd te worden.