Politie krijgt heel vaak gelijk van Ombudsman; "Politie mag 's avonds na tienen bellen over parkeerovertreding'

ROTTERDAM, 13 NOV. Een parkeercontroleur van de politie in Noordwijk handelt niet onzorgvuldig indien hij rond een uur of tien 's avonds iemand opbelt om persoonsgegevens te verifiëren in verband met een parkeerovertreding. Dat de overtreder schrikt omdat hij vervelende ervaringen heeft met telefoontjes op een laat tijstip maakt het optreden van de politie ook niet klachtwaardig omdat “nare ervaringen van personen in het verleden de politie niet kunnen worden tegengeworpen”.

Dit is de strekking van een van de in totaal 146 onderzoeksrapporten die de Nationale Ombudsman heeft uitgebracht over klachten die in 1991 werden ingediend over het optreden van de politie. Voor het eerst zijn de uitspraken van de Ombudsman over het handelen van de politie gebundeld in een jaarverslag waarvan het eerste exemplaar vanmiddag is uitgereikt aan de voorzitter van het Coördinerend politieberaad, P.D. IJzerman.

Klachten over politie-optreden, die de Ombudsman sinds 1982 in behandeling neemt, zijn een van de belangrijkste werkverschaffers van dit onafhankelijke onderzoeksinstituut van “administratieve organen”. Van de 2.223 verzoekschriften die in 1991 werden afgedaan, had 17,5 procent betrekking op gedragingen van de politie.

In het onder redactie van de hoogleraar politierecht prof. dr J. Naeyé opgestelde jaarverslag blijkt dat de aard van de klachten zeer gevarieerd is: over de toelaatbaarheid van het gebruik van lawaaigranaten, het politie-optreden bij burenruzies tot aan het inzetten van arrestatieteams.

De hierboven weergegeven klacht over het tijdstip van politie-optreden staat niet alleen. Een mevrouw uit Eindhoven beklaagde zich er volgens de Ombudsman terecht over dat zij in een tijdsbestek van tien dagen tot twee keer toe om vijf uur 's ochtends in haar woning werd aangehouden op verdenking van heling. Bij het toewijzen van de klacht werd in aanmerking genomen dat de vrouw niet in de gelegenheid werd gesteld opvang te regelen voor de vijf kinderen die in de woning moesten achterblijven. Volgens de Ombudsman had de arrestatie best op een fatsoenlijker tijdstip kunnen geschieden.

In 17 van de 146 onderzochte zaken concludeert de Ombudsman dat de politie “niet behoorlijk” heeft gehandeld. In ongeveer de helft van de gevallen luidt de conclusie dat de politie “deels behoorlijk en deels niet behoorlijk” heeft gehandeld. Onderzoeker Naeyé noemt het opvallend dat in vergelijking met andere diensten waar over wordt geklaagd, zoals ministeries of de fiscus, de politie vaak in het gelijk wordt gesteld. “Terwijl klagers over het handelen van het ministerie van justitie bijna altijd in het gelijk worden gesteld”, aldus Naeyé.

Als “heel serieus en normaal”, omschrijft Naeyé de aard van de klachten. “Er zijn absoluut geen grote schandalen aan de orde. Je kunt niet zeggen dat de politie godgeklaagd optreedt. In zekere zin is de politie fantastisch”, vindt Naeyé. Hetgeen niet weg neemt, haast Naeyé zich te zeggen, dat wat voor een buitenstaander futiliteiten lijken, voor de betrokkene een ernstige zaak kan zijn. Zoals een arrestant die 36 uur geen kans krijgt te luchten of beddegoed wordt ontzegd in een politiecel.

Hoofdcommissaris IJzerman zegt blij te zijn dat de aard van de klachten “op dit niveau blijven steken”. Hij wijst er wel op dat ernstige gevallen van machtsmisbruik, zoals onlangs geconstateerd in het korps van Amsterdam, onderzocht worden door de rijksrecherche. Ook hebben sommige korpsen interne klachtencommissies of zijn er kaderleden vrijgesteld die misstanden onderzoeken. “Maar ik maak me geen zorgen dat er iets buitengewoon mis zou zijn met de politie als je bedenkt dat 40.000 agenten dagelijks vele tienduizenden contacten onderhouden. Dan gaat er altijd wel eens iets mis met de bejegening”, aldus IJzerman.

Hoewel het de eerste keer is dat zo systematisch en exclusief de klachten over politie op een rijtje zijn gezet en het daardoor moeilijk is vergelijkingen te treffen, is volgens Naeyé het aantal klachten over de politie de afgelopen tien jaar stabiel.

Naeyé hoopt dat dank zij dit jaarverslag Justitie, openbaar ministerie en de advocatuur nadrukkelijker kennis kunnen nemen van de normering die de Ombudsman stelt aan het politie-optreden. “Tot nu toe verdwijnen rapporten veelal in de la van de belanghebbenden en neemt verder niemand er kennis van”. Terwijl de Ombudsman volgens de onderzoeker “juist op een voortreffelijke wijze een grijs tussengebied afbakent”. Veel bevoegdheden van de politie zijn namelijk nauwelijks of in het geheel niet vastgelegd in strikt omschreven regels. “Op deze manier worden ook fatsoensplichten die niet in circulaires staan toegankelijk gemaakt”.