Nieuwe beschuldiging tegen Collor

BRASILIA, 13 NOV. Fernando Collor de Mello, de geschorste president van Brazilië, is gisteren door procureur-generaal Aristides Junquira in staat van beschuldiging gesteld voor zijn vermeende rol in een corruptiezaak van 55 miljoen dollar. Met deze nieuwe beschuldiging wordt het voor Collor nog moeilijker terug te keren als president van Brazilië.

Collor, die bezig is de procedure om hem af te zetten aan te vechten, wordt beschuldigd van "passieve corruptie'. Hij zou ook banden hebben met een criminele organisatie, die steekpenningen van zakenlui in ontvangst zou hebben genomen in ruil voor overheidscontracten. Als de geschorste president schuldig wordt bevonden hangt hem een gevangenisstraf boven het hoofd van acht jaar.

De procureur-generaal heeft Paulo Cesar Farias, die lange tijd een goede vriend van Collor was, ervan beschuldigd de criminele groep te hebben geleid. Farias leidde in 1989 de verkiezingscampagne van Collor.

De advocaat en persoonlijke secretaris van de vroegere president, Claudio Vieira, wordt er eveneens van beschuldigd "passief corrupt' te zijn geweest. Verder wordt hij ook verdacht van omkoperij en van het bedreigen van getuigen die in augustus een belastende verklaring tegen Collors vriend Farias wilden afleggen.

Voordat er een procedure tegen Collor kan worden ingesteld, moet een tweederde meerderheid van het Braziliaanse Huis van Afgevaardigden de vervolging goedkeuren en hem voor zes maanden van het presidentsschap uitsluiten. "Passieve corruptie' wordt in Brazilië als een gewoon misdrijf beschouwd. Het betekent dat iemand heeft toegestaan dat corrupte praktijken onder zijn hoede konden plaatshebben.

Afgelopen dinsdag hebben "impeachement'-aanklagers een twintig delen tellende klacht ingediend bij de Braziliaanse Senaat, waarin Collor van corruptie en enkele andere misdrijven wordt beschuldigd. Naar alle waarschijnlijkheid zal Collor voor deze klachten niet vóór 21 december in staat van beschuldiging worden gesteld. (Reuter, AP)