Maximiliaans kroon

Niemand laat de Amsterdammers uit die tijd zelf aan het woord: zij hebben hun rooms-koningskroon tot ver in de zestiende eeuw correct weergegeven, dat wil zeggen conform de kroon die Maximiliaan zelf sinds 1486 op zijn persoonlijke zegel en op zijn "cachet' voerde (zie Vredius' Sigilla comitum Flandriae, 1639). Dat zou toch doorslaggevend moeten zijn.

Zie bijvoorbeeld de gemeenteverordening van 3 maart 1568 of het bedevaartprentje van Jacob Cornelisz. van Oostsanen (1518, zoals op bijgaand plaatje) de vogelvluchtkaart van diens kleinzoon Cornelis Anthonisz. (1544), of de vele boeken van Amsterdamse drukkers als Doen Jacobsz. Jan Seversz., Jan Ewoutsz. en Willem Jacobsz. (op de titelpagina of in het colofoon).

Thomas Penson, die de heraldische fout ("email sur email') in het wapen met de drie kruisjes beschrijft (1687, zie de brief van C.D. van Strien van 3 november) heeft bij zijn bezoek aan Amsterdam kennelijk niet met Tobias Domselaer gesproken. In diens Beschryvinghe van Amsterdam (1665) wordt die niet ongebruikelijke afwijking namelijk al gesignaleerd. Amsterdams wapen is vermoedelijk ontstaan uit een gewone onderscheidingsvlag, die rond 1300 uit drie banen is samengesteld door eenvoudige schippers die aan de pretenties van de (juist in diezelfde tijd uitgedachte) heraldiek geen boodschap hadden.

Ik heb nooit, zoals Sylvia van Marmelstein in haar artikel "De ontkroning van Amsterdam' schrijft (NRC Handelsblad, 21 oktober), gezegd of gesuggereerd dat De Keysers kroon (die van Hendrick dus) van de Westertoren af moet. Dat zou een brute amputatie zijn van een ornament dat in de politieke en economische geschiedenis en in de lyriek van onze stad zijn eigen plaats heeft.