Koersval dreigt economische eenheid van het GOS te ondermijnen; Kelderende roebel zorgt voor verwarring

MOSKOU, 13 NOV. Zelfs president Viktor Gerasjtsjenko van de centrale bank is het spoor soms bijster. Vorige week bijvoorbeeld zag hij er ineens geen gat meer in. Wanhopig trachtte hij de onafhankelijke econoom Grigori Javlinski te bereiken. Tevergeefs.

Totdat Gerasjtsjenko het op zijn vrije zaterdagmorgen met de moed der wanhoop nog maar eens probeerde. Ditmaal wel met succes. Javlinski bleek net in Moskou te zijn teruggekeerd na een korte dienstreis naar Alma Ata, waar hij als freelancer de Kazachstaanse regering van president Noersoeltan Nazerbajev adviseert. Terwijl zijn medewerkers van het onderzoeksbureau Epitsentr bij hem zaten om zijn ervaringen aan te horen en te praten over nieuwe plannen, liet Javlinski het telefoontje van Viktor Gerasjtsjenko "doorkomen'. De centrale bankier bleek hem graag te willen ontmoeten. Kom maar langs, antwoordde Javlinski. Met zichtbaar genoegen omdat het verzoek maar weer eens aantoonde dat zijn researchinstituut zo langzamerhand als schaduwkabinet fungeert dat door Jan en alleman geraadpleegd wordt.

Het gesprek tussen Javlinski en Gerasjtsjenko heeft desondanks nog niet geleid tot resultaten. Integendeel. Deze week ging de roebel op de valutabeurs van Moskou weer eens door een magische grens: die van vierhonderd voor één Amerikaanse dollar. Dinsdag bepaalde de markt de prijs op 403. Twee dagen later kelderde de roebel naar 419 per dollar. Twee maanden geleden was de roebel nog twee maal zoveel waard (circa 210 voor een dollar), twee jaar terug zelfs 75 keer zoveel.

Wat is er in hemelsnaam aan de hand met de Russische munt? Doet de markt gewoon zijn werk in dit land waar het economische verval volgens de officiële statistieken onstuitbaar is? Wellicht. Maar waarom houdt de centrale bank van Gerasjtsjenko dan niet eens de schijn op dat het nog niet zo kwaad met de roebel is gesteld door op de beurs te interveniëren? Is de dollarkas echt tot de laatste honderd miljoen op, zoals Gerasjtsjenko een paar maanden geleden zei? Misschien. Maar waarom gaat hij dan door met het drukken van roebels (in geheel 1992 maar liefst drie biljoen roebel) om al die subsidies aan failliete staatsbedrijven te kunnen financieren.

Waarom, waarom, waarom? Zoals gebruikelijk een zinloze vraag in Rusland waar de macro-economische theorie nog meer dan elders ondergeschikt is aan de micro-economische praktijk. Toch wordt er door vele partijen driftig antwoord op gegeven. De zakenlieden zijn er bijvoorbeeld van overtuigd dat de president van de centrale bank in een complot zit. Hij laat de roebel volgens hen bewust kelderen om hun importhandel te ondermijnen terwille van de productie van eigen bodem. Nog voor het eind van het jaar zal een dollar slechts vijfhonderd roebel opbrengen, voorspellen ze.

Gerasjtsjenko op zijn beurt ontkent dat categorisch. Hij is er naar eigen zeggen juist op uit de inflatie te beteugelen. Dat dit niet lukt - dit jaar wordt een geldontwaarding van 2000 procent verwacht - ligt niet aan hem, zegt hij. Hij heeft in eigen ogen ook een goede reden gehad om de geldkraan weer open te draaien. Zonder subsidies zou de Russische economie geheel in elkaar storten, een levensgevaarlijk perspectief omdat er nog altijd geen enkele infrastructuur is om de klappen daarvan op te vangen. Pas gisteren bijvoorbeeld heeft het parlement een faillissementswet aangenomen, waarvan nog maar de vraag is hoe die zal uitpakken.

Het enige antwoord is een Keyniaanse stimuleringspolitiek met alle consequenties voor het overheidstekort en inflatie vandien. Het cruciale probleem is volgens de centrale bank immers niet dat er te weinig vraag op de markt is, maar dat het aanbod is ingestort. Kortom, de Russische economie kampt met precies het omgekeerde waaraan een kapitalistische economie in tijden van recessie lijdt. “Met een moderne monetaire politiek worden in dit land geen snelle resultaten geboekt”, aldus Gerasjtsjenko.

Juist of niet, het gevolg hiervan is wel dat de hervormingspolitiek meer en meer onder druk komt te staan. De regering van president Boris Jeltsin heeft namelijk geen invloed op de centrale bank. Gerasjtsjenko is geen onafhankelijke bankier en ook geen functionaris in dienst van het kabinet. Hij is de vooruitgeschoven post van het parlement. En dat wordt bevolkt door afgevaardigden die boven alles hun eigen belangen in hun eigen kiesdistricten willen veilig stellen en alleen al daarom geen oog wensen te hebben voor macro-economische waarheden.

Bovendien dreigt de val van de roebel de "economische gemeenschap', die het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS) wil zijn, nu danig uit te hollen. De beslissing van de Oekraïense regering gisteravond om de roebel per onmiddellijke ingang uit te bannen en volledig te vervangen door de eigen koepon (nu karbovanets genaamd) is daarvan het meest recente signaal. De consequentie daarvan zal vermoedelijk zijn dat de Oekraïne (de tweede staat van het gemenebest) zich verder in een economisch isolement moet terugtrekken, wil de republiek deze drastische stap tenminste waarmaken en de daar nu circurelende roebels een uitweg zullen zoeken door de Russische markt te overspoelen. Ook in Kazachstan is de politieke leiding de hoop op behoud van de "roebelzone' meer en meer aan het opgeven. Als ze in Alma Ata echt die kant opgaan, is het vonnis over het gemenebest wel geveld.

De houding die de regering-Jeltsin daartegen aanneemt, is navenant. Minister van economische zaken Andrej Netsjajev heeft deze week in ieder geval laten doorschemeren dat het kabinet overweegt om de valutahandel in Rusland opnieuw naar oud plan-socialistische model te centraliseren. Bedrijven die met dollars en ander Westers geld werken, zouden weer honderd procent van hun harde inkomsten moeten afstaan aan de staat. Nu zijn ze verplicht om de helft van hun valuta aan de overheid te verkopen tegen een van staatswege vastgestelde prijs. Mocht de regering inderdaad tot die maatregelen overgaan, dan wordt die ene stap voorwaarts van dit jaar (gedeeltelijke convertibiliteit van de roebel) in één klap gevolgd door twee stappen terug. Met andere woorden, ook als het niet waar is dat Gerasjtsjenko de roebel gebruikt om een andere economische politiek af te dwingen, dan leidt zijn tactiek hier toch nog toe. Want buiten Gerasjtsjenko doet bijna niemand iets in omgekeerde richting, druk als de politici momenteel zijn met het redden van zichzelf.

Het beste maar meest zinloze advies aan de regering kwam deze week daarom van een buitenlander: van Jacques Attali, de chef van de Europese Bank voor herstel en ontwikkeling van de postcommunistische staten. “De Russische regering moet de situatie onder controle krijgen”, schreef hij gisteren in een artikel voor de onafhankelijke krant Nezavisimaja Gazeta. Is Jeltsin daartoe niet in staat of bereid, aldus Attali, dan “verdwijnt de buitenlandse hulp slechts in het moeras van chaos en corruptie” en is een “catastrofe” onafwendbaar.