Japanners alleen veilig in Japan; "De ogen van de burger zijn de vensters van zijn ziel'

De hechte Japanse samenleving mag in Westerse ogen lijden aan een chronisch tekort aan persoonlijke vrijheid, in Japanse ogen betaalt het Westen voor zijn overdaad aan persoonlijke vrijheid een afschuwelijke prijs: misdaad en onveiligheid. Een fataal incident met een Japanse beursscholier in Amerika vormde voor de Japanners daartoe het beschamende bewijs.

TOKIO, 13 NOV. De 16-jarige scholier Yoshihiro Hattori, onlangs met een Amerikaans vriendje op weg naar een Halloween-feestje ergens in Californië, klopte aan op de verkeerde voordeur. Wellicht het bevel freeze van de gewapende Amerikaanse bewoner niet verstaand, werd hij, toen hij wegliep, dodelijk getroffen door geweervuur. Tumult in Japan. De media overlaadden sindsdien de Japanners met berichten over de "duistere kant van de Amerikaanse cultuur', de "ziekte van de Amerikaanse samenleving' en het "cowboy-temperament dat mensen er maar op los doet schieten'. Verbijstering alom toen de dader na borgsom op vrije voeten werd gesteld.

Zo'n incident, dat in het gewelddadige Amerika geen stof doet opwaaien, geeft scherp het beeld weer dat Japan heeft van het Westen, maar vooral scherp het beeld van zichzelf. Japan is in cultureel en "raciaal' opzicht een homogeen land, met een goed opgeleide bevolking die hard werkt, waar de jeugd vlijtig studeert, waar het verbod op wapenbezit strikt wordt nageleefd en het drugsgebruik gering is, en waar de georganiseerde onderwereld, de yakuza, met haar sterke greep op de seks-industrie en haar nauwe banden met de bouwwereld, voor het dagelijkse leven van de Japanner geen enkele bedreiging vormt.

In Japan kan een vrouw 's nachts zonder angst over straat lopen. Het is een bewonderenswaardig veilig land, misschien wel het veiligste ter wereld, met een relatief lage criminaliteit en met weinig openbare processen, die in bijna alle gevallen tot veroordeling leiden.

In Amerika wordt relatief gezien acht keer zo veel gemoord als in Japan. Driekwart van de misdaden in Japan betreft diefstal; slechts vier procent betreft drugscriminaliteit. De weinige processen die in Japan noodzakelijke zijn, spelen zich af achter gesloten deuren en zijn een soort snelrecht voor niet ernstige zaken, waarbij boetes worden gegeven, tot maximaal 200.000 yen (3.000 gulden).

Wordt de yakuza misschien met rust gelaten en verklaart dat de lage officiële criminaliteit? Professor Kiyoshi Yasutomi, hoogleraar strafrecht aan de beroemde Keio Universiteit in Tokio, ontkent dat. De georganiseerde onderwereld is volgens hem actief in speciale takken, zoals vroeger de loterijen en nu de handel in stimulerende drugs. De meeste gevangenen zijn dan ook yakuza-leden, zegt hij met klem.

Hoewel de criminaliteit in Japan licht toeneemt, meent ook Yasutomi dat de verklaring voor het grote verschil met het Westen moet worden gezocht in culturele verschillen. Maar gaandeweg wordt door de verstedelijking de gemeenschapszin, waarbij buurtbewoners en wijkpolitie elkaars bondgenoot zijn bij de sterke, alles omvattende sociale controle, beetje bij beetje aangetast.

In zekere zin is Japan nog een oase van rust voor de politie, maar die heeft er steeds meer moeite mee om de medewerking van buurtbewoners te krijgen. Politieagenten moeten tegenwoordig om medewerking vrágen. “Dat was vroeger heel anders”, verzucht Yasutomi. Op affiches roept de politie nu burgers op bewijzen te verzamelen of als getuige op te treden. Doordat de gemeenschapszin afneemt, nemen mensen er volgens hem steeds minder genoegen mee dat daders, die ze niet kennen, er met verontschuldigingen van afkomen.

Behalve excuses speelt in het Japanse rechtssysteem bekentenis een grote - sommigen zeggen zelfs doorslaggevende - rol die afbreuk zou doen aan objectieve rechtspraak, waarbij niet altijd duidelijk is of verontschuldiging niet wordt gebruikt als impliciete bekentenis. Is in Japan de bekentenis "de koning van de bewijzen'? Yasutomi beaamt dat, maar voegt er onmiddellijk aan toe dat een bekentenis alleen geen grond voor een veroordeling is. “De grondwettelijke minimumstandaard is bekentenis plus bewijsmateriaal, zoals getuigenverklaringen”, zegt hij stellig.

Is het hoge aantal veroordelingen een aanwijzing dat bekentenissen vaak worden afgedwongen? Yasutomi speekt dat tegen. Valse bekentenissen zouden tijdens een rechtszaak altijd wel worden ontdekt. Maar het is waar, erkent hij, dat bij de ondervraging door een politieambtenaar, op de verdachte bepaalde druk wordt uitgeoefend om te bekennen. Volgens hem is dat typisch Japans. Want Japanners kunnen dingen niet voor zichzelf geheimhouden, dat hebben ze nooit geleerd in hun overbevolkte land met kleine, houten huizen, waar de wanden oren hebben.

“De ogen van een Japanner zijn het venster van zijn ziel”, meent hij, “politieman en verdachte communiceren tijdens het verhoor dan ook met hun hart.” Op die manier wordt volgens hem de verdachte tot bekennen aangezet. Leidt dat niet tot excessen? “Nee”, zegt Yasutomi, “er zijn maar heel weinig gevallen bekend waarbij ondervragers bekentenissen hebben afgedwongen.” De sfeer is er tijdens de ondervraging niet naar.

Dat bijna altijd veroordelingen plaatshebben, komt door de discretionaire macht van de officier van justitie, zegt hij. “De officier laat alleen die zaken voorkomen, waarvoor voldoende bewijs is.” De discretionaire macht van de officier, die niet bij wet is gegeven en tot ver in de vorige eeuw teruggaat, is naar zijn zeggen traditioneel gegroeid.

Nodigt die op zichzelf onwettige macht niet uit tot misbruik? Ook dat bestrijdt Yasutomi. Volgens hem gebruikt de officier die macht om zaken vooraf op humane wijze in der minne te schikken en het niet op een proces te laten aankomen. Gaat de officier dan niet op de stoel van de rechter zitten? “Als de zaak niet voorkomt, kan de verdachte altijd in beroep gaan”, repliceert hij. Maar dat gebeurt volgens hem heel weinig, zo goed als ook heel weinig in beroep wordt gegaan op grond van vermeende rechtelijke dwalingen.

Waarom worden verdachten met naam en toenaam op tv in beeld gebracht? Is dat niet in een ruw contrast met de "hartelijke' communicatie tijdens de ondervraging? De verdachten zelf wenden immers steevast hun hoofd af of schermen het af met een jas of een krant? “In de kleine gemeenschappen in Japan hebben mensen altijd nauwe contacten met elkaar gehad en zijn ze uit sociaal oogpunt belangstellend naar een verdachte. Zo is dat gegroeid”, legt Yasutomi uit.

Maar bij de massamedia wordt dat volgens hem verkeerd uitgelegd, die zouden over de verdachte veel meer achtergrondinformatie moeten geven. “Naam en toenaam geven van de verdachte is dan ook niet verkeerd.” Is de dit voorjaar aangenomen wet tegen de misdaad een adequaat middel bij de bestrijding van de onderwereld? Een wet is nooit perfect, zegt hij, de yakuza kunnen altijd door de mazen in de wet ontsnappen en nieuwe activiteiten ontplooien.