"Ik heb niet zo veel verstand van economie'

DEN HAAG, 13 NOV. Een beetje aangeslagen verliet hij gisteren de nieuwe vergaderzaal van de Tweede Kamer. De fractieleider van het CDA blies voor het Kamerdebat over de extra bezuinigingen voor volgend jaar hoog van de toren. Tijdens het debat moest Elco Brinkman echter een toontje lager zingen.

Brinkman profileert zich met pleidooien voor bezuinigingen, sociale dienstplicht, lagere uitkeringen voor jongeren en een kleinere overheid. Maar wat gisteren hét debat van de gedoodverfde premier had moeten worden, werd - opnieuw - uitstel van dit debat.

Voorafgaand aan het vraaggesprek kijkt Brinkman gretig naar zijn verrichtingen bij Den Haag Vandaag. Op het moment dat zijn partijgenoot minister De Vries (sociale zaken) een verhandeling begint over het arbeidskostenforfait wandelt hij naar zijn werkkamer. “Ik heb niet zo veel verstand van economie”, zal hij later in het gesprek zeggen.

Eerder deze week liet de CDA-fractie weten de bezuinigingsmaatregelen van 2,75 miljard gulden "slap' en "volstrekt onvoldoende' te vinden. Brinkman, verbaasd: “Waar heeft u dat vandaan? Dit was vandaag mijn eerste en officiële reactie op de kabinetsmaatregelen. Ik heb de indruk dat de buitenwereld de verwachting had dat dit debat het einde der dagen van het kabinet Lubbers-Kok zou inluiden. Terwijl het alleen maar de opmaat is geweest naar een concrete invulling over twee weken en begin dit voorjaar. Het debat ging over de vraag of de fifty-fiftycombinatie van blijvende en eenmalige bezuinigingen een juiste is geweest. En daar hebben we als CDA-fractie mee ingestemd. Het echte debat wordt over twee weken gevoerd, wanneer het kabinet met een concrete invulling van de bezuinigingen van 1,4 miljard gulden komt.”

U bent fractieleider van het CDA en - dat was in het debat te merken - ook de gedoodverfde premier. Speelt die nieuwe functie u parten?

“Wat ik ongemakkelijk vind in een debat als dat van vandaag is dat steeds meer mensen daar opmerkingen over maken. Het staat nog niet vast dat ik premier word, maar het is sowieso niet relevant voor zo'n debat. Ik treed op als fractievoorzitter van het CDA. Als toekomstig premier te worden gezien, brengt een vermenging van verantwoordelijkheden en van posities met zich. Ik zit nu niet in een volgend kabinet. Ik heb als volkvertegenwoordiger met dit kabinet te maken. Je moet mensen niet op het verkeerde been zetten door de indruk te wekken dat Brinkman met zijn eigen zaakjes bezig is. Ik verdedig hier de stelling van de CDA-fractie en dat heeft niets met persoonlijke ambities te maken. Het zou toch te dol zijn als Brinkman naar eigen welgevallen zou zeggen: kabinet, het is nu wel mooi geweest?”

Die suggestie wordt voortdurend gewekt?

“Door derden. Ik werk er niet aan mee. Als ik op mijn eigen populariteit uit zou zijn, zou ik toch niet met allerlei bezuinigingssuggesties komen. Dan zou ik zeggen, laat het financieringstekort maar een beetje vieren. Dan win je meer stemmen. Maar als blijkt dat de werkgelegenheid er slechter van wordt, krijg je nadien grotere frustraties.”

Was U verontrust toen er uit de PvdA-fractie geluiden kwamen dat het wel wat soepeler kon met het financieringstekort? Minister Kok (financiën) heeft ook aan die mogelijkheid gedacht.

“Daar was ik zeer verontrust over.”

Ook toen CDA-minister Andriessen (economische zaken) het idee lanceerde?

“Ja. Maar dat is gecorrigeerd door het kabinet, dat wil vasthouden aan het traject voor het financieringstekort.”

Heeft U zelf nog met Andriessen gesproken?

“Ja, met grote regelmaat. Als fractie waren wij verbaasd. We dachten dat hij van zijn geloof was afgevallen.”

Het begrotingsdebat is een gebed zonder einde. Wat valt daar aan te doen?

“Wat je ziet, is de opmaat naar de tweede helft van de jaren negentig. Er zijn een aantal zaken die op een lager niveau van collectieve interventie moeten plaatsvinden. Daar hoeft het rijk zich niet in te mengen. We moeten een aantal fundamentele keuzes maken in de volksgezondheid en de sociale sector. En dat zeg ik in de wetenschap dat we al vele jaren bezig zijn om partje voor partje te bezuinigen. In alle objectiviteit bezien is dat al heel fors geweest. Maar ik vind dat je nu niet om een aantal fundamentele keuzes heen kunt. Je kunt niet de rest van het decennium ingaan met om de twee à drie maanden dit soort debatten.”

U had ook nu de koers kunnen uitzetten.

“Ik heb een reeks van inhoudelijke maatregelen genoemd.” Staccato: “Objectsubsidies. Huursubsidies voor de jeugd. Isolatiesubsidie. Rechtshulp. Studiefinanciering. Niet uitgegeven gelden voor ontwikkelingssamenwerking. Referte-eis in de WW. De 80/20 verhouding in de ABW. Het woonlandbeginsel. Eigen bijdrage in de volksgezondheid. Omvang ambtelijke dienst.” Daarna, op normale toon: “De CDA-fractie heeft op de meest concrete wijze suggesties gedaan. Die komen in de loop van de tijd bij de begrotingsbehandelingen weer aan de orde.”

U doet suggesties om te bezuinigen op de subsidiestroom van 40 miljard. Het lijkt alsof u zich keert tegen het fenomeen van de overheid als subsidiegever.

“Ik ben wat selectiever met subsidies. Je kunt zien dat de overheid nogal wat geld rondpompt bij groepen die een vrij hoge belasting- en premiedruk hebben en die ook wel eens wat uit die staatsruif willen. En dan kun je beter zeggen: laten we ons meer richten op groepen die het echt nodig hebben en probeer de totale belasting- en premiedruk wat terug te dringen. Het idee van: "er is een subsidie en laten we maar proberen er gebruik van te maken' roept onnodig gebruik op.”

Kunt U het subsidiewezen niet steviger aanpakken in een coalitie met de VVD?

“Tot nog toe is in dit kabinet gebleken dat je er met elkaar per saldo uit komt. Dat er een verschillende ideologie is, is duidelijk. Maar waar het om gaat is of men een besluit kan nemen dat men gezamenlijk uitdraagt. En dat is tot nu toe aardig gelukt.”

Bij onderwijs had U een flink schot voor de boeg tegen salarisverhoging afgevuurd.

“Dat akoord zit me dwars, omdat de indruk wordt gewekt dat je het probleem van de salarissen daarmee even oplost. Bij deze bezuinigingsronde moet er op Onderwijs voor 450 miljoen worden gekort. De Kamer moet eerst het totaalbeeld hebben en dan zien waar het extra geld naartoe gaat. Stel dat je in het beroepsonderwijs meer personeel moet aanstellen of materiaal aanschaffen. Dat moet je dan toch afwegen tegen een verhoging van salarissen. Dat heeft niets te maken met iets niet gunnen, het heeft te maken met de kwaliteit van het onderwijs. Ik had het gevoel dat de verhoging een slimmigheidje was om dit punt nog te regelen voordat de Kamer een totale beoordeling kon maken. Nu staat vast dat de Kamer eerst een beoordeling maakt. Dat is pijnlijk voor minister Ritzen, maar daar komt hij wel weer overheen.”