Het woord gebaar

“Dat gebaar moet afgelopen zijn,” gilde de man toen zijn vrouw voor de veertiende keer een kind baarde.

“Dat geniet moet maar eens afgelopen zijn,” zei de directrice tegen de secretaris die de hele dag met de nietmachine papieren aan elkaar niette.

“Dat geloof begint me de keel uit te hangen,” zei de operazangeres toen de zaal haar een half uur met klappen en fluiten loofde.

“Dat gebeur is nu wel leuk geweest,” zei de verhuizer toen hij de honderdste kist beurde.

“Dat gebied werkt op mijn zenuwen,”zei de verkoper, toen de klanten maar doorgingen met bieden.

“Dat gegebaar moet afgelopen zijn, jullie moeten slapen,” zei de leraar van de dovenschool en hij deed het licht uit op de slaapzaal.

“Dat gegeniet moet nu maar eens uit zijn,” zei de schilder en hij gooide een pot zwarte verf over zijn schilderij.

“Dat gegeloof begint me de keel uit te hangen!”, zei de dominee en gooide iedereen de kerk uit.

“Dat gegebeur is nu wel leuk geweest,” zei de geschiedenisleerling die duizend gebeurtenissen had gehoord.

“Dat gegebied werkt op mijn zenuwen.” zei de dictator.