Herman de Man Nog Niet, Jaarboek no. 1 Vereniging ...

Herman de Man Nog Niet, Jaarboek no. 1 Vereniging Herman de Man, ƒ 20,- t.n.v. P. Sommer, Giro 3052, Driebergen

Lezen & schrijvers Lezen & Schrijvers, uitg. Penguin Nederland, 68 blz. Prijs ƒ 32,20

Profielschets Profiel, uitg. Manteau, 91 blz. Prijs ƒ 27,50

49 jaar Plof, De teloorgang van een progressief-kritisch omroepblad. Zolang de voorraad strekt verkrijgbaar bij Kees Sluys, 035-712288.

Herman de Man

Nog Niet is de titel van een jaarboek dat de Vereniging "Herman de Man' vorige maand publiceerde, het eerste in een reeks van zeven. Tot 1998, het honderdste geboortejaar van de schrijver, wil de vereniging artikelen over, en ongepubliceerd werk van De Man afdrukken. De woorden "Nog Niet,' zijn afkomstig van de schrijver. Hij zette ze vaak onder de laatste regel van zijn boeken, meestal in combinatie met een vignet van twee handen die naar de zon reiken. Voor hem was dat het symbool van het onbereikbare, het eeuwig volmaakte. Volgens de redactie van het jaarboek mogen we het ook anders opvatten. “"Nog Niet' impliceert ook: nog niet alles is gezegd over Herman de Man. Ook wat het bestuderen van cultureel-regionale aspecten betreft, zijn we nog niet uitgeput.” Het klinkt als een waarschuwing.

Toch is de redactie, in ieder geval in deel 1, in haar opzet geslaagd. Vooral door een aantal niet eerder gepubliceerde "Dagcommentaren', die De Man eind 1944 voor de radio-omroep CUROM op Curaçao hield, en waarin hij de luisteraars nauwkeurig op de hoogte hield van de vorderingen van de geallieerden. In zijn enthousiasme smeedde hij alvast plannen voor de komende herstelbetalingen, die we, anders dan na de Eerste Wereldoorlog, dit keer niet zouden mogen laten sloffen.

21 november 1944: “De amusementsindustrie kan verdwijnen, tòt Duitsland betaald heeft. Schoenen vervangen we door klompen met ijzerbeslag. De damesmode vervalt, het toilet bestaat voor mannen en vrouwen uit een ijzersterke overall. Het zondagsgewaad is een schoon overall, dat Zaterdag-avonds verschoond wordt. (-) Ook rookwaar en snoeperij, lekkere Berliner leverworst en gebrande amandelen zijn luxe-artikelen, die niet passen in de mond van gestraften.”

Ook in Jaarboek no. 1 enkele brieven die De Man richtte aan zijn zoon Joost - heel breekbaar van toon. Alleen op die plaats merk je wat het nadeel kan zijn van een vereniging van liefhebbers. De inleider verontschuldigt zich als het ware, uit naam van de auteur, voor wat er komen gaat. “Wie deze brieven leest,” meldt Gé Vaartjes, “fronst wellicht af en toe de wenkbrauwen. Immers, deze epistels lijken soms wat pathetisch-sentimenteel, wat larmoyant en ook nog moraliserend van toon. Deze typeringen kunnen echter gerelativeerd worden. Herman de Man richtte zijn brieven aan de nét veertien jaar oud geworden zoon - een kind nog - wat niet alleen een kinderlijke toon rechtvaardigde maar ook noodzakelijk maakte.” Laat zulke gedachten maar aan de lezer over.

Nog Niet, Jaarboek no. 1 Vereniging Herman de Man, ƒ 20,- t.n.v. P. Sommer, Giro 3052, Driebergen

Lezen & schrijvers

De eerste uitgave van Penguin Nederland is een fotoboek. Het heet Lezen & Schrijvers en bevat 59 portretten van bekende Nederlandse schrijvers. Allen zitten gebogen over een boek. Lezen en schrijven - Willem Frederik Hermans schreef het voorwoord en vindt het een rare combinatie: "Een schrijver die leest, doet voor mijn gevoel toch altijd iets dat hij niet mag. Ik kan me niet voorstellen dat hij zich daarbij laat fotograferen.'

De portretten, die voor het grootste deel afkomstig zijn uit het Letterkundig Museum, zijn om een paar redenen bijzonder. Ten eerste omdat ze niet geposeerd zijn, of lijken. Geen bekommerde blikken in de lens van mannen die denken iets aan de wereld te hebben toegevoegd. Het zijn portretten van schrijvers die betrapt zijn in een heel huiselijke en intieme situatie. Dat geldt voor de meeste gevallen - niet voor allemaal. Zo staat Stijn Streuvels met gestrekte arm, het boek op de vlakke hand terwijl hij met gefronste wenkbrauwen kennis van de inhoud neemt. Zoiets kan men moeilijk betrapt noemen. Van de andere kant was het anno 1906 ook niet eenvoudig om ongemerkt een foto te maken.

Verder is het natuurlijk altijd leuk een beroemd persoon in zijn eigen omgeving te zien. Het behangetje van Hugo Claus, de gordijnen van Frederik van Eeden of het kleed op het bureau van Gerrit Achterberg - ze zullen de echte fans waarschijnlijk schrik aanjagen, maar vertellen wel meer dan gezichten alleen.

Voor Penguin Nederland is dit fotoboek een eenmalig project. Directeur Peter van Gorsel wil zich nu richten op wat Engelstalige auteurs in de loop der tijden over Nederland hebben geschreven. Boeken die niet of nauwelijks meer in de handel verkrijgbaar zijn. Eerste in de reeks is In Holland, herinneringen van de Schotse schrijver James Boswell aan zijn verblijf in ons land, eind achttiende eeuw, en aan zijn contacten met onder andere Belle van Zuylen (bij wie hij nog een blauwtje liep). In Holland zal rond de Boekenweek - thema: brieven en (auto)biografieën! - verschijnen.

Lezen & Schrijvers, uitg. Penguin Nederland, 68 blz. Prijs ƒ 32,20

Profielschets

Bij uitgeverij Manteau verscheen een boekje over Ward Ruyslinck: Profiel. Misschien omdat de schrijver 35 jaar geleden debuteerde met De ontaarde slapers, misschien omdat hij dit jaar 63 is geworden - wie zal het zeggen. Het wordt niet vermeld. Profiel bestaat uit een korte biografie (1 blz.), een helder essay van Joris Gerits over het werk van Ruyslinck (22 blz.), een interview met de schrijver (14 blz.) en een "Beknopte bibliografie' (44 blz.). Tot slot volgen er nog 4 pagina's wit. Voor de lezer, om "Notities' te maken.

Het is de vraag of het verstandig is in een boekje, waarin wordt gepoogd een schrijver en zijn werk in kaart te brengen, een interview af te drukken. Uitspraken die erin worden gedaan krijgen meteen groot gewicht: daar komt de schrijver de eerste jaren niet meer onderuit. In het geval van Ruyslinck levert het de bekende bittere uitspraken op over collega's en recensenten, afgewisseld met hier en daar een moment van grote zelfoverschatting.

Hij ligt niet wakker van slechte recensies, vertelt hij. “Dertig jaar geleden heeft een deel van de kritiek mijn eerste grote roman Het dal van Hinnom door de mangel gehaald, en wat gebeurt er nu, in de jaren negentig? Het wordt vrij algemeen geprezen als een meesterwerk, als een van de belangrijkste romans uit de jaren zestig.”

Had hij van het schrijven nooit zijn hoofdberoep willen maken? Nee. “Het full-time-schrijverschap houdt geen enkele waarborg in voor kwaliteit. Integendeel, niet weinig grote schrijvers hadden een baan en konden dat best met hun literaire activiteiten verzoenen: Kafka was employé bij een verzekeringsmaatschappij, Musil was bibliothecaris, Mallarmé was leraar...” Zo volgt er nog een hele trits.

Ruyslinck wil duidelijk niet beschouwd worden als een leeslijst-auteur. De vraag waarom hij juist zoveel op middelbare scholen wordt gelezen, wekt zijn ergernis. “Het bevat de onderliggende gedachte: Er moet toch een andere reden zijn dan het feit dat hij een goed schrijver is. Persoonlijk ben ik geneigd het daarbij te houden, omdat ik constateer dat mijn werk behalve scholieren ook heel wat volwassenen aanspreekt. Niemand vraagt mij echter: hoe komt het dat je zoveel door volwassenen gelezen wordt?”

Profiel, uitg. Manteau, 91 blz. Prijs ƒ 27,50

49 jaar

Op de redactie van de VPRO-gids is het een gezellige boel. Ze lachen er heel wat af. Nu is bijvoorbeeld Boudewijn Paans, hoofdredacteur van de gids, weer 49 geworden en dat was voor de redactie aanleiding hem te verrassen met een boekje. Het heet Plof en is een sleutelvertelling over hoe het eraan toe gaat, op de gids. Iedereen komt erin voor, zij het onder andere namen, en wordt met zijn hebbelijkheden te kijk gezet. Wie droeg er een keer een trui - mèt col, wie Micky Mouse-sokken, hoe verliep het uitstapje naar Antwerpen en wie had er toen te veel gedronken? Alles komt aan bod. Boudewijn Paans zelf nog het minst - de meeste lol putten de redacteuren uit het beschrijven van elkaar.

"Intussen zwol het bulderend gelach uit de kamer van Max en Inge nog steeds aan. Toen Kitty binnenkwam zag ze Inge slap van de lach over haar bureau hangen. Ook Max en Theodoor waren rood aangelopen van de lach.' Het is daar op de redactie een vrolijke boel. Maar het werkt niet aanstekelijk.

Plof, De teloorgang van een progressief-kritisch omroepblad. Zolang de voorraad strekt verkrijgbaar bij Kees Sluys, 035-712288.