Geld moet rollen

Je kunt er geen peil op trekken, vindt koopman Zak Geld. De ene dag lopen de zaken als een trein en komt hij handen te kort om alle klanten vlot te helpen.

Op andere dagen komt er geen kip in zijn pakhuis vol ongeregelde goederen, of staat hij in zijn marktkraam onverrichterzake op klanten te wachten. Vandaag lijkt het zo'n stille dag te worden. De zon schijnt, het is zaterdag. Normaal gesproken zijn er dan een hoop mensen op de been. Maar om de een of andere reden dagen er nauwelijks klanten op en verkoopt meneer Geld bijna niks. Zijn kassa wordt niet vol, en dat stemt hem somber.

Droevige mensen, die weinig om handen hebben, laten hun gedachten vaak de vrije loop. Zo ook Zak Geld. Hij denkt na over zijn lege kassa. Zou het komen, omdat er te weinig geld onder de mensen is? Dan is het logisch, dat niemand zijn spullen koopt. Maar waar zou al het geld dan gebleven zijn?

Meneer Geld is opeens bang dat misschien een groot deel van de Nederlandse munten is verdwenen in een zwart geldgat. Mensen hebben stuivers en dubbeltjes uit hun handen laten vallen, en niet de moeite genomen ze van de straat op te rapen. Kwartjes zijn massaal in rioleringsputjes gerold. Buitenlanders hebben op Schiphol handenvol guldens en rijksdaalders weggegooid, omdat ze daar in hun eigen land toch niet mee kunnen betalen. En de banken op het vliegveld willen alleen papiergeld omwisselen. De munten van vijf gulden zijn tijdelijk verdwenen in spaarpotten en weckflessen, omdat mensen sparen voor de dure vakantie volgend jaar.

Het angstzweet breekt meneer Geld uit. De banken moeten als de wiedeweerga meer geld in omloop brengen. Dan stromen alle kassa's in Nederland weer vol. Zo kan iedereen tenminste een goedbelegde boterham blijven verdienen.

“Of maak ik een denkfout,” piekert meneer Geld verder. “De banken zijn natuurlijk niet gek; die gaan het geld beslist niet zomaar uitdelen. De banken willen daarentegen best geld uitlenen aan klanten die ze voldoende kredietwaardig vinden. Ze zetten immers advertenties in de krant hoe gemakkelijk het is om een lening bij ze te sluiten. In de krant lees je bovendien dat sommige bedrijven bulken van het geld.”

Wellicht zit een steeds groter deel van het muntgeld in jampotten, blikken bussen en oude sokken. Maar wanneer mensen zo hun geld oppotten, kan de Rijksmunt in Utrecht doorgaans voldoende nieuwe munten aanmaken. Er zal dus niet snel een tekort aan munten onstaan.

Er staat de laatste tijd wel eens een bericht in de krant over tekorten aan kleingeld. Maar die tekorten aan munten ontstaan, doordat winkeliers en handelaren tegenwoordig geld moeten betalen, wanneer zij kleingeld bij het postkantoor ophalen. Daarom probeert iedereen met zo weinig mogelijk kleingeld rond te komen.

Aan verder gepieker komt Zak Geld niet toe. Er staan opeens drie klanten voor zijn kraam, die wat willen kopen en hun portemonnee al open hebben. Gelukkig: het geld rolt weer!