Eis: kleine reële verhoging; Bonden houden looneisen boven inflatieniveau

ROTTERDAM, 13 NOV. De vakbonden zien in het woensdagnacht gesloten centraal akkoord vooralsnog geen aanleiding hun looneisen te laten zakken onder het niveau van de prijscompensatie.

De meeste bonden zullen in het twee maanden uitgestelde overleg over nieuwe CAO's blijven streven naar een kleine reële loonsverhoging bovenop de prijscompensatie.

Het centraal akkoord roept de CAO-onderhandelaars van vakbonden en werkgevers op “volledig rekening te houden” met de verslechterde economische vooruitzichten. In het akkoord staat dat bij een eventuele nullijn voor de lonen in de nieuw af te sluiten CAO's in 1993 nog sprake zal zijn van een daling van de gemiddelde winstquote van bedrijven. Verder wordt de CAO-onderhandelaars “in overweging gegeven” reeds afgesloten CAO's (met een gemiddelde loonsverhoging van 4,5 procent in 1993) aan te passen aan de zorgelijke economische ontwikkeling.

Uit de reacties van de vakbonden op het akkoord blijkt dat zij vooralsnog niet bereid zijn genoegen te nemen met minder dan de prijscompensatie (geraamd op 2,5 procent). Het openbreken van doorlopende CAO's is voor de bonden evenmin bespreekbaar.

De meeste bonden zijn gematigd positief over het akkoord, dat voorziet in een loonpauze van twee maanden. Reserves zijn er bij de ambtenarenbonden jegens de opstelling van de overheid als werkgever en financier in de collectieve sector. Zij vragen zich af hoe het valt te rijmen dat het kabinet enerzijds zich in het centraal akkoord schaart achter het streven naar gelijke behandeling van werknemers in de collectieve sector en de marktsector, terwijl het kabinet anderzijds gisteren in de Tweede Kamer zegt vast te houden aan bevriezing (nullijn) van de ambtenarensalarissen en aan te zullen dringen op openbreken van de reeds voor volgend jaar afgesloten CAO's voor de zorgsector. “Indien de Tweede Kamer de voorgenomen nullijn niet ongedaan maakt, zijn wij niet in staat inhoud te geven aan karakter en strekking van het akkoord”, aldus de ambtenarenbond AbvaKabo.

De Industriebond FNV besloot gisteren in Nunspeet het komende CAO-overleg in te gaan met een looneis die, afhankelijk van de gang van zaken per bedrijf of bedrijfstak, schommelt tussen de 2,5 en 3,25 procent. Die bandbreedte is niet heilig, beklemtoonde voorzitter B. van der Weg. “We zijn niet zo idioot dat we er niet van afwijken als het ergens hartstikke mis gaat.”

Bovenop deze looneis raamt de bond de gemiddelde "onderhandelingsruimte' voor “meer, betere en gezondere banen” op plusminus 2 procent. “Het is ons een lief ding waard met de loonsverhoging zo dicht mogelijk bij het inflatieniveau van 2,5 procent te komen, maar dan moeten werkgevers dat wel weten te verdienen door mee te werken aan afspraken over meer en betere banen”, aldus CAO-coördinator H. Krul.

Het kabinet beweert dat er met de lonen op de nullijn volgend jaar voor de modale werknemer een koopkrachtverbetering optreedt van ongeveer 40 gulden per maand als gevolg van lagere importprijzen en lastenverlichting. Maar daaraan heeft de vakbeweging geen boodschap. Van der Weg: “Lastenverzwaringen van de overheid hebben we in het verleden ook nooit meegenomen in onze looneisen. Dat zullen we met lastenverlichtingen dus ook niet doen. Bovendien, kijk wat er gebeurt met de prijzen voor openbaar vervoer, de huren en de heffingen van de gemeenten. Mogen wij die dan ook even meenemen? Nee, die discussie moeten en willen we niet. Wij houden vast aan de prijscompensatie als ondergrens voor de loonontwikkeling”.

De FNV-bond heeft geen aanwijzingen dat werkgevers het initiatief zullen nemen doorlopende CAO's ter discussie te stellen. “Die aanbeveling aan het centraal akkoord is een open deur. We doen niet anders dan rekening houden met de gang van zaken in bedrijven, kijk naar Philips en Hoogovens”, aldus Van der Weg.