EG-landen zijn ondanks beloften huiverig voor openbare vergaderingen; Burger blijft toch buitenspel in Brussel

BRUSSEL, 13 NOV. De onderhandelingen tussen de EG-lidstaten over het doorzichtig maken van de Brusselse besluitvorming lijken op dood spoor beland. Uit een vertrouwelijk Brits document, afkomstig uit het overleg van de EG-ambassadeurs, blijkt dat de meeste lidstaten zeer huiverig zijn voor het toelaten van pers en publiek bij het vaststellen van EG-wetten.

Half oktober beloofden de regeringsleiders tijdens een ingelaste top in Birmingham de burger meer te betrekken bij de EG-besluiten. Maar de ambassadeurs die dit plan moeten uitwerken, schieten niet erg op. “Ik geloof niet dat er veel gaat veranderen. Het zal bij mooie zinnen blijven”, merkt één van hen op. In de Britse notitie wordt geconstateerd dat het streven naar meer openheid in ieder geval beperkt moet blijven tot EG-wetgeving en politieke debatten over de toekomst van de Unie. Discussies over het gemeenschappelijk buitenlandse en veiligheidsbeleid, de samenwerking bij justitie en politie en de toetreding van derde landen blijven intern. “Men is het erover eens dat meer openheid over deze werkzaamheden moet worden uitgesloten”, aldus het stuk.

Ook bij het beslissen over EG-wetten is de meerderheid van de lidstaten geen voorstander van een publieke tribune. Als pers en publiek de debatten zouden kunnen bijwonen zullen de besluiten en compromissen buiten de deur worden genomen, tussen ambtenaren onderling, of zelfs “tot buiten de Raadzittingen waar dan misschien een beperkt aantal lidstaten de zaken zouden bedisselen”. Het toelaten van pers en publiek tot de eerste fase van het overleg in de Raad van Ministers vindt een meerderheid van de lidstaten ook geen goed idee. Dat zou volgens deze landen door de burger als “een geënsceneerde public-relations vertoning worden ervaren”. Het zou de onderhandelingen in latere fasen ook maar compliceren.

Als enige suggestie blijft dan volgens het Britse document de mogelijkheid over om ieder half jaar een openbare discussie in de Raad te houden over het werkprogramma van de Commissie en het Voorzitterschap. In de praktijk komt die openbaarheid neer op het plaatsen van televisiecamera's in de raadszaal - de vergaderzaal van de Raad is te klein voor een publieke tribune. Ook in het beraad van de ministers van buitenlandse zaken afgelopen maandag in Brussel werden weinig vorderingen gemaakt. Het overleg was, uiteraard, besloten.