Een hartstochtelijke levenslange haat; Patrick Besson over immigranten

Over de Prix Goncourt en de Prix Renaudot, de belangrijkste Franse literaire prijzen, wordt elk jaar druk gespeculeerd. Ook dit jaar weer: menigeen durfde er heel wat om te verwedden dat Patrick Besson voor zijn "Julius et Isaac' de Prix Goncourt zou krijgen. Maandag werd echter bekend dat die naar de Caraïbische Patrick Chamoisaeu is gegaan voor zijn roman "Texaco'. "La Démence du boxeur' van François Weyergans werd bekroond met de Prix Renaudot.

Patrick Besson: Julius et Isaac. Editions Albin Michel, 241 blz. Prijs ƒ 42,15

De gedoodverfde winnaar van de Prix Goncourt, Patrick Besson, heeft het dus uiteindelijk niet gehaald. Dat neemt niet weg dat de zevende roman van deze 36-jarige auteur zeer lezenswaard is, onderhoudender en sprankelender geschreven dan menig Goncourt-bekroning uit het verleden.

Julius et Isaac begint en eindigt in kamer 13 van het Hotel d'Amsterdam aan de rue de Clichy. Daarmee is Parijs het kader voor een raamvertelling waarin twee oude Amerikaanse communisten hun relaas doen. Parijs is het heden; en dat heden is september 1959, een jaar waarin een evenement als het Fête de l'Humanité van de Parti communiste nog grote massa's aanhangers en sympathisanten trok. Voor het overige bestaat het verhaal vrijwel geheel uit flash-backs, vooral van Hollywood in de jaren twintig en het McCarthy-tijdperk van de jaren vijftig.

Julius Bloch en Isaac Wirkowski hebben in 1919 samen aan de wieg van de Amerikaanse Communistische Partij gestaan. Er was van alles dat hen verbond: hun politieke overtuiging, hun joodse afkomst, hun liefde voor vrouwen, en hun werk in de filmwereld. En toch hebben zij elkaar altijd gehaat, met een passie waaraan zij uiteindelijk allebei te gronde gaan. Isaac, de standvastige schlemiel, klein en lelijk, belandt twee keer in de gevangenis voor zijn overtuiging en verliest uiteindelijk ook zijn werk als tekstschrijver. Bloch, de knappe, goedgeklede, carrièrebewuste producer, weet altijd op het goede moment aanwezig of onvindbaar te zijn, en geeft uiteindelijk Isaac aan bij de commissie-McCarthy "om Amerika tegen zijn ideeën te beschermen'. Isaacs halfbloeddochter Narcissa wordt het brandpunt van hun wederzijdse haat als Julius haar tijdens Isaacs tweede gevangenschap tot zijn minnares en later tot zijn vrouw weet te maken. Op kamer 13 in het Hotel d'Amsterdam pleegt zij zelfmoord, vermalen tussen de ideeën van haar vader en die van haar echtgenoot. Beiden keren terug naar de plek van de misdaad.

De twee antagonisten richten zich tot de lezer met hun zeer persoonlijke, nauw met elkaar verweven geschiedenis, maar ook met de weinig bekende geschiedenis van de Amerikaanse communistische partij. Toen de Sovjet-Unie aan de kant van de geallieerden vocht, werden de communisten plotseling zeer salonfähig. In een paar bladzijden zet Besson, naast het beeld van een onverbeterlijk naëve Ruslandganger in de jaren dertig, een onvergetelijke schets neer van een door-en-door-Russische, zwaarmoedige dissident.

Maar naast de geschiedenis van de Amerikaanse communisten en het hysterische anticommunisme komen onnadrukkelijk maar scherp tal van andere aspecten van de Amerikaanse samenleving aan bod in het relaas van Isaac en Julius. Het Hollywood uit de beginjaren van de sprekende film, de etnische spanningen - Isaac is met een zwarte vrouw getrouwd - die vlak onder de opperhuid van de smeltkroes liggen, de knarsetandende liefde voor dit land bij de vele immigranten, die zich ondanks alle scheidslijnen toch in de eerste plaats Amerikaan voelen. Soms heeft Besson aan een halve zin voldoende voor een rake kenschets, die ook nog twee boodschappen tegelijk bevat: “zolang de drooglegging duurde deed Bloch zijn best voortdurend dronken te zijn - maar nadat de Prohibition Act was afgeschaft werd hij een zeer gematigd drinker”.

Patrick Besson is de zoon van een Kroatische die na de overwinning van Tito naar Parijs emigreerde. Hij beschreef het leven van zijn moeder in Dara, de roman waarvoor hij in 1985 de Prix de l'Académie française kreeg. In dat verhaal riep hij, vormgegeven in een persoonlijke geschiedenis, het kaleidoscopische beeld op van een versnipperd land, op een moment waarop in West-Europa iedereen nog dacht dat de ethnische en nationalistische onverzoenlijkheden daar voorgoed verleden tijd waren. Hoe ver strekt Bessons symboliek in Julius et Isaac? Onmiskenbaar keert hij, zoals een Franse recensent schreef, “een eeuw binnenstebuiten die heen en weer schommelde tussen het grote geld en de grote illusie”. Julius et Isaac is een ontmaskering van de illusies en de oogkleppen van veel westerse communisten, zeker. Maar als een spiegelbeeld laat het ook zien hoeveel gelijkenis er op sommige momenten heeft bestaan tussen de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten. De onverdraagzaamheid ten aanzien van de "verkeerde' politieke stellingname werd weliswaar gekleurd door de cultuur van het land, maar was even absoluut.

In de Sovjet-Unie werd men naar Siberië gestuurd, als in de dagen van de tsaren. In de Verenigde Staten werd men uitgesloten van de hoogste waarde van de Amerikaanse samenleving: de zelfbevochten weg naar succes en rijkdom. Toen Wirkowski na twee jaar gevangenisstraf vanwege het lidmaatschap van de communistische partij weer vrij kwam, kreeg hij nooit meer ergens werk als tekstschrijver.

Besson wordt in Frankrijk getypeerd als iemand die zich niet laat plaatsen wat betreft zijn politieke voorkeuren. Hij werkt met enige regelmaat voor de rechtse Figaro, maar doet tegelijkertijd boude uitspraken die linkse sympathieën doen vermoeden. Het is verleidelijk om zijn roman ook als een symbolisch verhaal te lezen: het principeloze kapitalisme (Julius) moet net als het starre communisme (Isaac) sterven voordat de nieuwe tijd (Narcissa's dochter Sarah) bevrijd is van de doem die de wederzijdse haat op haar legt.

Misschien is dat veel te ver gezocht. Dan blijft in elk geval dat Bessons roman een vaardig geschreven verhaal is, met een serieuze ondertoon onder het luchthartige uiterlijk van een politieke thriller. Net als Dara, dat indertijd bij De Arbeiderspers verscheen, is het zeker een Nederlandse vertaling waard.

    • Greetje van den Bergh