Draagvlak onder een "centraal akkoord' brokkelt af

De Haagse lucht was de afgelopen weken zwanger van centraal overleg. Gisternacht werd het kind dan eindelijk op de wereld gezet. Werknemers nemen een loonpauze van twee maanden in acht, werkgevers spannen zich in voor meer en beter werk. Maar wie voelt zich aan deze afspraken gebonden?

ROTTERDAM, 13 NOV. Bij de Vereniging van Contractspelers barst men in lachen uit. Of het salaris van voetballer Romario van PSV ook wordt gematigd in 1993? Kom nou zeg. Binnen het betaalde voetbal kent men wel een collectieve arbeidsovereenkomst (CAO), maar dat is een basisregeling, gebaseerd op het minimumloon. De echte spelers hebben natuurlijk niets met deze CAO uit te staan. Het marktmechanisme zorgt voor hun salarissen; veel vraag en weinig aanbod. De gevolgen laten zich raden. Voor goede voetballers wordt in individuele arbeidscontracten veel geld betaald.

“Vergelijk Romario met de top van Siemens”, zegt secretaris K. Jansen van de Vereniging van Contractspelers. De vereniging is een vakbond voor voetballers en aangesloten bij de vakcentrale FNV. “Die voelen zich toch ook niet aan centrale afspraken van Stekelenburg gebonden.” Voetballers vallen, evenals bij voorbeeld advocaten en artiesten, in de categorie vrije beroepen. Een loonpauze en een loonsverhoging die gelijk is aan de inflatie zal hier geen effect sorteren.

Romario zal zich dus weinig aan Stekelenburg gelegen laten liggen. Voor een op de tien werknemers in Nederland zal het centraal akkoord wèl praktische gevolgen hebben. Deze mensen krijgen in de eerste twee maanden van volgend jaar geen loonsverhoging. Tenminste, voor eventjes, want de vakbonden kunnen CAO-afspraken maken, die alsnog vanaf 1 januari 1993 gaan gelden.

De vraag dringt zich op wie de vertegenwoordigers in het overleg dan representeerden? Volgens recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek is 25 procent van de Nederlandse beroepsbevolking momenteel lid van een vakbond. Vergeleken met bij voorbeeld de jaren zeventig is dit laag. Toen bedroeg de organisatiegraad bijna 40 procent.

Prof.mr. A. Jaspers, hoogleraar sociaal recht aan de universiteit van Utrecht, spreekt zelfs van een “drastisch verlies”. Hij schaart Nederland tussen landen als Frankrijk, Zwitsterland, Japan en de Verenigde Staten, waar de vakbeweging de afgelopen twee decennia een forse deuk opliep. In sommige sectoren lukt het de vakbonden nog nauwelijks om zieltjes te winnen.

Voorbeelden daarvan zijn de automatiseringsbranche, schoonmakers, bank- en verzekeringswezen en personeel in supermarkten. In de schoonmaakbranche en de supermarkten gaat het vaak om part-time personeel, vrouwen en allochtonen. Groepen die zich moeilijk laten organiseren. In de automatiseringsbranche en het bank- en verzekeringswezen gaat het om hoger opgeleid personeel, dat denkt zijn eigen boontjes te kunnen doppen.

Toch kunnen ongeorganiseerde werknemers onder centrale afspraken vallen. Mits deze afspraken tenminste zijn terug te vinden in de CAO's. Zo'n overeenkomst voor een bedrijfstak, bij voorbeeld de bouw, wordt in principe door de minister van sociale zaken algemeen verbindend verklaard. Vanaf dat moment is de regeling voor iedere bouwvakker en elk bouwbedrijf - lid of geen lid van een vakbond of een werkgeversorganisatie - van toepassing.

Ondernemingen kunnen ook een bedrijfs-CAO afsluiten. Het chemieconcern Akzo bij voorbeeld, sluit een CAO af voor het eigen personeel, waarbij de vakbonden de belangen van de werknemers vertegenwoordigen. Maar het aantal bedrijven dat hun arbeidsvoorwaarden buiten de vakorganisaties om regelen, stijgt in Nederland. Met name Amerikaanse en Japanse bedrijven zijn er op gebrand de arbeidsvoorwaarden met de eigen ondernemingsraden te regelen. Van bedillerige vakbonden moeten deze directies niets hebben.

Grote bedrijven als IBM in Amsterdam, Dow Chemical in Terneuzen en Fuji in Tilburg regelen hun eigen zaakjes. Vertegenwoordigen de sociale partners en het kabinet wèl de gevoelens van deze directies en werknemers? “Uiteraard voelen we ons burger van Nederland”, formuleert een woordvoerder van IBM voorzichtig. “Maar ik zou niet zeggen dat we ons gebonden voelen aan de uitkomst van centraal overleg. We kijken ernaar, maar houden zeer zeker onze eigen verantwoordelijkheid.”

Ook kleinere bedrijven doen wel eens een poging om hun eigen arbeidsvoorwaarden te regelen. Tot groot verdriet van de vakbeweging, die op deze manier invloed ziet verdwijnen. Het Haagse ingenieursbureau Grabowsky en Poort kwam deze zomer in het nieuws toen de Dienstenbond FNV een kort geding aanspande om in dit bedrijf een CAO af te sluiten. Maar de rechter bepaalde dat het bureau alle arbeidsvoorwaarden (inclusief afspraken over loon en vakantie) met de ondernemingsraad mocht regelen. Bij Grabowsky en Poort voelt de ondernemingsraad zich evenmin vertegenwoordigd door de heren die de afgelopen weken in Den Haag hun hoofden bij elkaar staken. “We blijven onze eigen verantwoordelijkheid houden”, zegt A. van Elteren van de Ondernemingsraad.

De lijst van bedrijven en organisaties die zich niet aan centrale afspraken gebonden voelen, groeit gestaag. Ook bij de categorale vakbond voor verpleegkundigen NU '91 schudt voorzitter R. Berkhout het hoofd. “We zijn een onafhankelijke categorale vakbond en voelen ons niet vertegenwoordigd door de mensen die het centraal overleg hebben gevoerd.”

Want uitbreiding van de werkgelegenheid in de gezondheidszorg, het mocht wat. Ruim 8.000 verpleegkundigen verlaten jaarlijks de gezondheidszorg om hun heil in de marktsector te zoeken. “We kunnen geen mensen krijgen”, zegt Berkhout. En behoud van koopkracht ... tsja. “Door de jaren heen hebben we achterstand in salaris opgelopen die ook niet met een loonsverhoging van 5 procent is op te vangen.”

De nieuwe voorzitter van de werkgevers in de metaalindustrie (FME), J.L. van den Akker, zat evenmin te springen om een centraal akkoord. Hij is eerste onderhandelaar aan werkgeverszijde over de nieuwe CAO voor de grootmetaal (200.000 werknemers). Die loopt op 31 december af en mag volgens het Haagse akkoord niet worden vernieuwd vóór 1 maart volgend jaar.

“Voor ons hoeft het niet, zo'n centraal akkoord. We hebben een advies van de Sociaal-Economische Raad over het beleid op middellange termijn. Dáár hechten we aan. Het belang van loonmatiging onderkennen we heus wel. Laten we eerlijk zijn, het probleem zit toch niet bij de sociale partners in de marktsector. Het wezenlijke probleem zit in de collectieve sector waar de overheid het zelf heeft laten gebeuren dat er bij voorbeeld voor de zorgsector een CAO met 5 procent loonsverhoging in 1993 aan zit te komen.”

Niet alleen de lijst van organisaties, maar ook de lijst van mensen die de uitkomsten van centraal overleg aan hun laars kùnnen lappen, groeit. Mensen met een individueel arbeidscontract, werknemers in dienst van een bedrijf dat de arbeidsvoorwaarden intern regelt en topmanagers die met hun verdiensten buiten de CAO vallen. Als ze zich niet houden aan een loonpauze of loonmatiging, kunnen ze slechts op twee manieren tot de orde worden geroepen. Een loonmaatregel of een paraplu-wetje. Maar juist deze mogelijkheden heeft minister De Vries (sociale zaken) eergisteren van tafel gehaald. Bovendien, een loonmaatregel treft dan wel de programmeur bij IBM, voetballer Romario eet er geen boterham minder om.