De dromer, niet de droom; Odile Redon, een decadent estheet

Het beste werk van de Franse symbolist Odile Redon heeft de vaagheid van het niet na te vertellene, dat wat je met gesloten ogen voorbij ziet trekken. Maar soms maakte Redon het zichzelf te gemakkelijk: “Hij droomt maar wat, veilig teruggetrokken in zijn bourgeois-omgeving.”

Odilon Redon: de Collectie Woodner; t/m 15 jan. in Musée Marmottan, 2 rue Louis Boilly Parijs, di t/m zo 10-17.30 uur Catalogus (franstalig) ƒ 75,-

Een van de meest vermaarde kunstverzamelingen uit de literatuur is die van de dandy Des Esseintes, door J.K. Huysmans beschreven in zijn boek A Rebours uit 1884. Kunst was voor deze decadente estheet, die zijn leven in dienst stelde van de kunstmatigheid, voedsel voor zijn perverse fantasieën. In zijn overdadig ingerichte huis hingen onder meer de sensuele Salomé van Gustave Moreau, de gruwelijke gravures van godsdienstvervolgingen door Jan Luyken, de gedisproportioneerde figuren van El Greco en de lithografieën en houtskooltekeningen van Odilon Redon.

Huysmans was een tijdgenoot en vroege bewonderaar van Redon (1840-1916) en deelde zijn Symbolistische kunstopvatting, gekant tegen het Naturalisme en Realisme; zowel Redon als Huysmans stonden het l'art pour l'art voor. Tegenover de voortschrijdende wetenschap en industrialisering stelden zij het occulte, het irrationale. Door de mond van Des Esseintes geeft Huysmans ons zijn visie op Redons oeuvre; hij spreekt van "het afschuwelijke rijk van kwade dromen en koortsige verschijningen. Hier een studie van een geweldige dobbelsteen waarin een treurig oog knippert; daar droge, verdorde landschappen (-), een monsterlijke flora (-) tweepotige gestalten met aapachtige trekken (-); de meeste overschreden de grenzen van de schilderkunst en schiepen een nieuw soort fantastische kunst: die van de ziekte en waanzin.'

Des Esseintes is maar een denkbeeldige verzamelaar, al bestaan de genoemde kunstwerken stuk voor stuk echt. De Amerikaan Ian Woodner is degene die in werkelijkheid een Redon-collectie aanlegde van een paar honderd stuks, die nu voor eenmaal in Parijs in haar geheel wordt getoond. De eerste aankoop van de architect Woodner (1903-1990) hangt op een ereplaatsje in het Musée Marmottan: een vaas met bloemen, staande op een burgerlijk onderzettertje om het tafelblad niet te beschadigen. Is dit Redon? Dit is de andere Redon. De Redon van de pastels en olieverfschilderijen waarin een waaier van pasteltinten wordt ontvouwd, van lieflijke onderwerpen als De geboorte van Venus, van religieuze thema's en van dromerige, in nevels gehulde landschapjes. De oudere Redon, die na kennismaking met post-impressionisten als Gauguin en Bernard het "oncorrumpeerbare zwart' van zijn grafiek verwisselde voor de magie van de kleur. Bijna alle gouaches en schilderijen die nu in Museé Marmottan hangen, stralen van een milde melancholie.

Er zijn wel een paar stukken te zien van de "zwarte' Redon die Des Esseintes koesterde, maar de skeletten, afgehouwen hoofden en fabeldieren met treurige mensengezichten figureren vooral in de grafiek. (Dit genre biedt een grote uitdrukkingsvrijheid: het drukprocédé stelt de graficus in staat het onvoorstelbare in donker te hullen of er alleen de contouren van aan te geven. Veel Symbolisten namen daarom hun toevlucht tot litho's en etsen: Rops, Munch, Klinger.) Indrukwekkend is de serie houtsnedes die oorspronkelijk illustraties waren bij Flauberts La Tentation de Saint Antoine, in een haast expressionistische stijl.

Eén thema overheerst in de schilderijen van Redon, alle gemaakt na 1890 toen de kunstenaar al over de vijftig was: het visionaire. In zijn eigen woorden, opgetekend in de dagboeken gebundeld onder de titel A Soi-même, omschrijft Redon zijn oogmerk als volgt: "Aan mijn meest onwerkelijke creaties de schijn van leven te geven, volgens de wetten van het waarschijnlijke.'

Hoe doet Redon dat? Opvallend vaak komt het motief van het gezicht met gesloten ogen voor, vaak los in de lucht zwevend. Het zou ontleend zijn aan Michelangelo's sculptuur De stervende slaaf, die Redon omschrijft als "slapend'. Achter zijn marmeren voorhoofd trekt een "kommervolle droom' voorbij, aldus Redon. De schilder toont dus in veel gevallen de dromer zelf, niet zijn droom. Het lege gezicht met de naar binnen gekeerde blik fungeert als een soort projectiescherm voor onze eigen fantasieën en verlangens. Dikwijls ook is dat bleke, gesloten gelaat synoniem met de dood: alle beeltenissen van Christus hebben gesloten ogen, het hoofd van Ophelia, in Ophélie, drijft met geloken ogen tussen bloeiende waterlelies.

Vlinders

Nu en dan tracht Redon wèl een visioen direct op het doek over te brengen; de mooiste uit de collectie Woodner vind ik De wagen van Apollo (1905-1910) en Visioen onder water. In de eerste verschijnen de paarden van de godheid in een gouden wolk tegen een hemelsblauw firmament; beneden op aarde wiegen vlinders van parelmoer op de rug van een roze slang. Het andere doek zou als zijn pendant gezien kunnen worden: in dit zuurstofloze heelal overheersen bruine en rode tinten, zeepaardjes en vaag aangeduide andere dieren zwemmen mee met een oranje-rode prauw waarin een tovenaar met lange baard en gesloten ogen wordt vervoerd.

Wat opvalt, is de fragmentarische compositie van deze droombeelden. De aanduiding van het luchtledige neemt de meeste plaats in, waaruit ineens vormen worden geboren die voornamelijk uit kleuren bestaan. Redons beste werk heeft de vaagheid van het niet na te vertellene, dat wat je met gesloten ogen voorbij ziet trekken. Dit verklaart misschien het kunstmatige dat altijd voelbaar blijft in zijn oeuvre: die visioenen zijn welbewust opgeroepen, "gestuurd' op een manier die de surrealisten een kwart eeuw later zouden perfectioneren.

Want hoe mooi het latere werk ook is, je voelt bij het kijken dat Redon het zich soms te makkelijk maakt. Hij droomt maar wat, veilig teruggetrokken in zijn bourgeois-omgeving. Terwijl zijn hallucinaties aanvankelijk angstaanjagend waren, verzachtte hij ze later tot zuiver esthetische wensdromen. In zijn dagboek geeft hij dat eerlijk toe: "Ach! mijn biografie is niet zo complex, ik heb nooit een voet verzet! De gebeurtenissen die ik heb geschetst, speelden zich altijd in mijn hoofd af,' bekent hij.

Redon's oeuvre wordt gekenschetst door wat met een negatief woord "illustratief' heet: het lijkt een vertaling van iets wat hij eerst met een ander zintuig heeft waargenomen. Alsof dat wat hij hoorde, of droomde of dacht, is omgezet in beelden. Het verwondert dan ook niet dat aanvankelijk vooral schrijvers en dichters zijn werk bewonderden (ook Mallarmé was een groot liefhebber). Misschien hebben zij gelijk - het is betekenisvol dat Venus, de Schoonheid zelf, bij Redon wordt geboren met versluierde blik. Stendhal zei al dat "schoonheid niets anders is dan de belofte van geluk' - die belofte lost Redon volledig in. De verzamelaar Ian Woodner moet een gelukkig man zijn geweest.