Darling-Linda doet alles na

Toen ik uit het raam keek, zag ik Darling-Linda bij de bushalte staan.

Darling-Linda is naar de lievelingshond van haar moeder genoemd. De lievelingshond was een witte poedel die gestolen werd toen hij voor een winkel op Linda's moeder stond te wachten. Hoe ze ook zocht, ze heeft hem nooit meer teruggevonden. Toen Linda werd geboren had ze net zulke witte krulharen als Darling en daarom besloot haar moeder de baby Darling-Linda te noemen. Darling-Linda zie ik wel vaker bij de bushalte maar deze keer stond ze er zo vreemd bij. Ze hield haar armen in de lucht terwijl ze met haar romp deinende bewegingen maakte. Het was net of ze om hulp riep. Ik liep vlug naar de bushalte. "Darling, wat is er met je? Ben je ziek?', vroeg ik. "Ik ben helemaal niet ziek, ik ben aan het oefenen. Ik doe iets na. Moet jij raden wat het is,' zei Darling-Linda. "Je doet iemand na die in het water is gevallen en bijna verdrinkt', zei ik. "Fout', zei ze teleurgesteld. "Ik weet het al, je doet een molen met stilstaande wieken na', zei ik. "Hoe kan dat nou? Je ziet toch wel dat ik sta te deinen? En ik heb nog nooit van een deinende molen gehoord', zei Darling-Linda. "Ik geef het op', zei ik. "Zal ik het zeggen? Ik doe een olm in de lentewind na', zei Darling-Linda. "Wat is een olm?' vroeg ik. "Oh dat is een iep', zei ze. "Darling, doe je ook andere bomen na?', vroeg ik. "We worden opgeleid om alles en iedereen te kunnen nadoen. Ik ga nu naar les. Ga mee, het is hier vlakbij. Het is maar een paar haltes met de bus en het is heel leuk om naar te kijken', zei Darling-Linda. Ze bracht mij naar een zaal waarvan een wand met spiegels was bedekt. Meteen kwam er een heel dun mannetje op me af dat driftige gebaren maakte. Zijn glimmende zwarte haar was strak achterover gekamd en hij droeg een zwart-wit gestreept truitje, een zwarte maillot en zwartleren schoentjes die als handschoenen om zijn voeten sloten. "Dat is onze leraar, Ferdinando Mobilio, hij is een beroemde artiest', fluisterde Linda tegen mij.

"Darling-Linda, heb je een nieuwe leerling meegenomen?' vroeg de leraar op strenge toon. "Ik wil graag een les bijwonen', legde ik uit. "Aan pottekijkers hebben we niets. Of je doet mee en je betaalt voor een proefles of je verdwijnt', zei de leraar. "Goed, dan doe ik wel mee. Wie zal ik nadoen?', vroeg ik. "Ik denk dat je heel goed een oude heks kan nadoen', zei Ferdinando Mobilio met een gemeen lachje. Ik trok mijn rug en mijn schouders krom en begon met een krakende stem te praten. "Stop', riep Ferdinando Mobilio. "Wij doen hier aan pan-to-mi-me. Hoor je het goed? Pan-to-mi-me! En bij pan-to-mi-me wordt nimmer een woord gesproken. Nimmer dus.' Ferdinando Mobilio stuurde Darling-Linda en mij naar een houten bank waarop we moesten gaan zitten. "Let op, ik ga nu met mijn lichaam en geheel zwijgend een sprookje uitbeelden en daarna doen jullie hetzelfde', zei hij. Ferdinando Mobilio leek hetzelfde ogenblik in een trekpop te veranderen. Even leek het magere mannetje op een elf die een boodschappentas droeg, toen op een snorrende kater en toen weer op een oud vrouwtje dat in bed lag. 'Nu doen jullie dit sprookje na', zei de leraar na een tijdje. "Welk sprookje?', vroeg Darling-Linda. "Ik heb net Roodkapje en de Boze Wolf uitgebeeld. Kennen jullie dat sprookje dan niet? Ach, het doet er ook niet toe. Vooruit, ga de wolf en het bos uitbeelden', zei meneer Mobilio nijdig. Ik begon net zo te bewegen als ik Linda bij de bushalte had zien doen. "Helemaal verkeerd, zo loopt een wolf niet', zei meneer Mobilio tegen mij. "Ik doe geen wolf na, ik doe een bosboom na', legde ik uit. "Darling-Linda je moet niet als een poedel ronddraven, je moet sluipen als een wolf', riep hij vervolgens. "Doe ik echt als een poedel? Wat zal mijn moeder dat leuk vinden', zei Darling-Linda verheugd. Toen we na de les samen terug naar huis gingen, zei Darling-Linda: "Ik vind het eigenlijk leuker om iemand na te doen als je er bij mag praten. Als ik dan later op het toneel sta, doe ik een poedelnummer. Dat is toch veel leuker dan een olm nadoen. Ik hoef alleen nog maar te leren hoe ik moet blaffen.'

“Ik vertel liever Afrikaanse sprookjes”, zei de jongen. “Maar de mensen luisteren er toch niet naar. Als ik vertel, blijven ze intussen gewoon naar de televisie kijken. Ze merken het niet eens als ik midden in het verhaal stop. Daarom vertel ik alleen nog over die stomme vissen die magere gekookte ham eten.”

“Gelijk heb je”, zei Jan.