CDA onthoudt nog goedkeuring aan onderwijsakkoord

DEN HAAG, 13 NOV. De CDA-fractie vindt dat minister Ritzen (onderwijs) pas met de onderwijsvakbonden een akkoord mag sluiten over de verhoging van de aanvangssalarissen in het onderwijs wanneer de extra bezuinigingen van ruim 270 miljoen gulden in zijn begroting zijn "verwerkt'.

Dat bleek gisteravond tijdens het debat in de Tweede Kamer over de bezuinigingen waartoe het kabinet afgelopen weekeinde heeft besloten.

CDA-fractievoorzitter Brinkman vindt de 'raamovereenkomst' van Ritzen in strijd met de bezuinigingsafspraken in het kabinet. Brinkman eiste woensdagavond onmiddellijk na de uitkomst van het overleg opheldering in schriftelijke vragen aan de minister-president.

Gisteravond zei hij dat zijn fractie zich het recht voorbehoudt 'een eigen oordeel' te vellen over het akkoord van Ritzen en de onderwijsbonden. De fractieleider bleef het ongepast vinden om in deze tijd van loonmatiging en bezuinigingen afspraken te maken over hogere salarissen in het onderwijs.

Volgens minister-president Lubbers en minister van financien Kok is de raamovereenkomst 'het begin van het overleg' tussen Ritzen en de onderwijsorganisaties. De overeenkomst is van voorlopige aard, verplicht niet tot extra uitgaven en staat ook niet haaks op de uitgavenstop die het kabinet heeft aangekondigd.

PvdA-fractievoorzitter Woltgens heeft er 'veel waardering' voor dat Ritzen 'overeenstemming heeft bereikt over het probleem van de wachtgelden en het oplossen van de knelpunten die raken aan de kwaliteit van het onderwijs.

Op de rijksuitgaven wordt volgend jaar 1,4 miljard gulden blijvend bezuinigd; daarnaast worden voor zeshonderd miljoen gulden incidentele bezuinigingen aangekondigd. Het kabinet neemt dit voorjaar een beslissing over een bezuinigingspakket van 750 miljoen gulden. Brinkman eist dat de voorgenomen ombuigingen van 1,4 miljard in de week van 23 november 'ook daadwerkelijk structureel worden ingevuld'.

Kok toonde begrip voor de kritiek van de Kamer dat de bezuinigingsmaatregelen nog niet concreet zijn ingevuld. Kok: 'Dat is jammer, maar het kon niet anders. Van een kabinet dat normaliter maanden doet over het opstellen van een begroting, kan niet worden verwacht dat het in een of twee weken zo'n groot ombuigingspakket compleet ingevuld op tafel legt. Wij wilden de Tweede Kamer zo snel mogelijk de hoofdlijnen voorleggen. Wat zou de reactie van de Kamer zijn geweest als we nog drie weken hadden gewacht?'