Biënnale verruimt het begrip "textiel' met betonijzer en aluminium; Twintig kimono's roerloos op een rij

Tentoonstelling: 15e Internationale Biënnale van Lausanne: hedendaagse textielkunst, een keuze. Nederlands Textielmuseum, Goirkestraat 96, Tilburg. T/m 17 jan. Di-vr 10-17u; za en zo 12-17u. Catalogus ƒ 39,75.

Terecht hebben de organisatoren van de tweejaarlijkse textieltentoonstelling in Lausanne onlangs de naam van hun expositie veranderd. Vanaf het allereerste begin in 1960 luidde de titel: Biënnale Internationale de la Tapisserie. Het begrip tapisserie en zijn associaties met traditionele, brave, geweven of geknoopte wandtapijten was verouderd en men besloot voor de 15de biënnale onder de vlag Art Textile Contemporain verder te gaan. Hedendaagse textielkunst, niet meer en niet minder.

Uit de ongeveer duizend inzendingen voor deze biënnale koos een internationale jury ruim zestig objecten voor expositie in Lausanne. Hiervan heeft het Nederlands Textielmuseum er tijdelijk veertig overgenomen. Anders dan we de laatste jaren gewend waren is Japan minder prominent aanwezig en wordt nu Europa beter vertegenwoordigd.

Het bijvoeglijk naamwoord textiel moet ruim worden opgevat. De materialen variëren van wol, zijde, papier, bamboe, koeiedarm en veren tot branchevreemde stoffen als aluminium en betonijzer. De toegepaste procédés - vlechten, knippen, binden, spannen en vasthechten - zijn iets nauwer verwant met textieltechniek.

Lausanne toonde deze zomer grote, vrijstaande objecten en meerdelige installaties. Voor het eerst in de geschiedenis van de textielbiënnale waren er zelfs in de straten van Lausanne "buitenobjecten' geplaatst. Voor de keuze hiervan was de Italiaanse architect / ontwerper Alessandro Mendini verantwoordelijk.

Zes representanten uit deze weerbestendige categorie hebben een plaats op het plein voor het textielmuseum in Tilburg gekregen. Ze komen daar uitstekend tot hun recht, bijvoorbeeld de vlieger die Charlotte Herben samenstelde uit kleurige hemden en broeken. De vlieger verwijst naar Zuideuropese volkswijken, waar iedere dag wasdag is. Als blikvanger voor de expositie is het gevaarte bij uitstek geschikt. Ook het zware ijzeren gordijn dat de Zwitserse Lucie Schenker ontwierp, hoort buiten. Een dicht, roestig ijzerweefsel, bijna negen vierkante meter groot, wordt van beneden naar boven doorzichtiger en transparanter. Deze Auflösung des Eisernen Vorhangs (1988) verliest dan zijn grimmige onverbiddelijkheid en geeft uitzicht op de wereld achter het scherm.

In de benedenzalen van het museum zijn de kunstwerken vooral op kleur uitgekozen. Het bruin van verdroogde aarde, de onnadrukkelijke beigetinten van wilgen en riet, en het verschoten kleurpalet van duinbegroeiing geven de ruimtes een verstilde sfeer. Twee kunstenaressen geven hier blijk van hun fascinatie voor kimono's. De Amerikaanse Marilyn Meltzer schiep een reusachtige kimono, geheel samengesteld uit witte veertjes die ze beschreef met Japanse karakters. Voor Japanners is wit de kleur van de dood, maar Meltzer verwerkte in die deken van veren een enkele rode veer, een teken van leven en van vitaliteit.

Zo'n optimistische toets ontbreekt bij een van de mooiste compositites in Tilburg, Vergänglichkeit und Zerfall van Hiltrud Schaefer. Twintig papieren kilomo's hangen roerloos in een rij. De eerste zijn gaaf, maar naarmate de rij vordert, onstaan in het handgeschepte, bleekgele papier gaten. De laatste kledingstukken zijn aangevreten, bijna al het papier is verteerd. De installatie is bedoeld voor een kerkruimte en men hoeft niet bijzonder melancholiek te zijn om bij Schaefers object de bijbeltekst te overpeinzen waarin gesproken wordt over het stof waartoe de mens weerkeert.

Op de verdieping van het museum hangen twee grote wandobjecten, beide samengesteld uit identieke onderdelen. Van de Nederlandse Lam de Wolf exposeert Tilburg een Muurwerk van 5,5 x 4,5 meter bestaand uit ruim tweehonderd gele, oranje, witte en rose lapjes, gevat in een omraming van riet. Voor haar Multiple Choice had de Belgische Betty Cuykx niet minder dan driehonderd elementen nodig. Op een witte ondergrond prikt ze in een soort kanttechniek uitgevoerde cocons. Ze worden met een groot gevoel voor kleur gerangschikt, ongeveer zoals een entomoloog dat doet met zijn verzameling insecten. Het is bij dergelijke "seriële' composities voor de toeschouwer onduidelijk of de rangschikkingen en kleurnuances aan strenge vormprincipes gehoorzamen of intutief tot stand kwamen. Feit is dat deze twee objecten, die van "gewone' textiele materialen zijn gemaakt en door hun bevestiging aan wandtapijten herinneren, hedendaagse textielkunst op hoog niveau zijn.