Arbeidsbestel

Christien Brinkgreve heeft volkomen gelijk met haar observaties over de sociaal-psychologische "achterkant' van het verziekte arbeidsbestel (NRC Handelsblad, 3 november).

Ik zou als werknemer in een sector welke bij uitstek met allerhande meer of minder goed bedoelde "beleidsvoorstellen' wordt bestookt hieraan willen toevoegen, dat de onmiskenbaar verlammende en demotiverende neo-corporatistische geest in "beleidsland' door de weee management-cultuur met haar pseudo waardevrije rendementsretoriek ("budgetneutraal', "beleidsscenario') en het hevig moralistisch getinte pseudoprogressieve therapeutenjargon ("omgaan met') niet alleen het voortdurend opjagen van de arbeidsproduktiviteit terwille van financiele en beheersingsdoeleinden verhult, maar ook iedere vorm van arbeidssatisfactie in de kiem smoort.

"Deregulering' blijkt derhalve niets anders te zijn dan het failliet van een generatie incompetente bestuurders, die door een gebrek aan een samenhangende visie op samenlevingsvraagstukken en het nalaten van noodzakelijke beleidskeuzes, de slachtoffers van maatschappelijke belangentegenstellingen schaamteloos in de steek laat en ijdel opoffert aan persoonlijke ambities.

Het door het CDA gekoesterde en gepropageerde adagium van "het vrijmoedig laten lopen van Gods water over Gods maatschappelijk middenveld' bewijst geenszins dat de marxistische analyse naar de schroothoop kan zoals velen ten onrechte menen, maar zij toont ons een angsthazige boekhoudersmentaliteit in dienst van economische en politieke machtsbelangen. De aloude verdeel-en-heers tactiek werkt hier optimaal als effectief machtsinstrument.

Het huidige arbeidsongeschiktheidsdebat in dit licht bezien, illustreert schrijnend de laffe capitulatie van het harmoniemodel en een kostbare verspilling van intellectueel en creatief maatschappelijk potentieel.

De veelbesproken kloof tussen politiek en burger toont ons niet alleen een ontgoochelde bevolking, maar ook een cynische generatie die door solipsisme en navelstaarderij het er volledig bij heeft laten zitten.

De gevoelsarmoede en miskenning van de menselijke maat, waarbij fundamentele tegenstellingen worden gemarginaliseerd tot procedure-kwesties moge dan Lubberiaans worden genoemd, hier is echter geen sprake van "the end of ideology' maar van een demonstratie van het tegendeel: de arrogantie van de macht is schaamtelozer dan ooit.