Ambtenaren zwendelden niet met paspoorten

DEN HAAG, 13 NOV. Van enige betrokkenheid van ambtenaren op het ministerie van Justitie of gemeenteambtenaren bij de grootschalige zwendel met paspoorten is niets gebleken. Dat zei de Haagse officier van justitie, J. de Waardt, gisteren tijdens het proces tegen twee van oplichting verdachte Hagenaars.

In deze "Haagse paspoorten-affaire' zijn vermoedelijk 250 buitenlanders, voornamelijk Marokkanen en Hindoestaanse Surinamers opgelicht. Voor bedragen van drie- tot tienduizend gulden werd de buitenlandse slachtoffers "legale' Nederlandse paspoorten, visa en verblijfsvergunningen beloofd. De 42-jarige, vrouwelijke hoofdverdachte, Amy A., die eerder een aantal Chinezen met dezelfde belofte had opgelicht, deed voorkomen alsof zij op het ministerie van justitie werkte. Zo liet zij zich afhalen in de hal van het ministerie van justitie.

De man, Bisnopersad S. (36), die voor zijn bemiddeling via de Hindoestaanse Radio in Den Haag reclame maakte, verklaarde altijd geloofd te hebben dat de paspoorten en verblijfspapieren daadwerkelijk geleverd zouden worden. Hij noemde zich "priester' en maatschappelijk werker. De naam Vishnu voor zijn bedrijf was hem, zo verklaarde hij voor de politie, in een droom geopenbaard. In totaal zou hij enige tonnen opgestreken hebben.

Ofschoon de gedupeerden door de officier van justitie als "zwakke groep' bestempeld werden, meende hij toch dat in deze zaak beide partijen tegen betaling dachten voordeel te halen. Tegen de hoofdverdachte, die momenteel in Suriname verblijft, eiste de Waardt drie jaar bij verstek. De eveneens afwezige manlijke verdachte kreeg een eis van 18 maanden. Bij een huiszoeking in zijn bureau werden 209 paspoorten gevonden, die de buitenlanders hadden afgegeven in de verwachting dat zij een Nederlands paspoort zouden krijgen.

De lange duur van het onderzoek, de zaak kwam begin september aan het rollen, weet de officier aan de hardnekkige geruchten dat mensen binnen het gemeentehuis en het ministerie van justitie bij de zwendel betrokken waren. Ofschoon A. van meet af aan vertelde dat zij alleen de bron van dit gerucht was, begon de rijksrecherche een onderzoek. Dat onderzoek is inderdaad niet op enige ambtelijke betrokkenheid gestuit.

De uitspraak is op 26 november.