Aantal illegalen is schromelijk overschat; Het gebruik van een percentage wekt de schijn van preciesie; Criminaliteit bleek onder illegalen weinig voor te komen

Onlangs presenteerde de gemeente Den Haag twee rapporten over illegalen in die stad. Het eerste rapport was van de sociale dienst en ging over de vraag hoe illegalen zonder het vangnet van de sociale zekerheid overleven. Het tweede rapport, opgesteld door de gemeentepolitie, ging uitsluitend over de omvang van de illegalenpopulatie. Vreemd genoeg speelt vooral dit laatste rapport een rol in de landelijke discussie over illegalen. De schattingen in dit rapport blijken echter op drijfzand te zijn gebouwd.

Het rapport van de Haagse gemeentepolitie presenteert gegevens uit allerlei bronnen en komt tot een beredeneerde schatting van het aantal illegalen in Den Haag. Een groot deel van deze gegevens blijft echter ongebruikt. De raming van meer dan twintigduizend illegalen op de laatste bladzijde van het rapport berust op natte-vingerwerk.

Niet bekend

Het gebruik van een percentage wekt de schijn van preciesie maar het is met de natte vinger totstandgekomen. Vervolgens maakt de rapporteur berekeningen aan de hand van aantallen visa die de afgelopen drie jaar zijn verstrekt. Daarbij gaat hij er kennelijk uit dat wie hier eenmaal illegaal is, ook illegaal blijft. In werkelijkheid zal het eerder zo zijn dat sommige toeristen binnen een jaar alsnog vertrekken, terwijl anderen alsnog een verblijfsvergunning krijgen (bijvoorbeeld na een huwelijk) en weer anderen worden uitgezet. Al deze mogelijkheden worden in het rapport genegeerd. Het aantal illegaal geworden toeristen in de drie genoemde groepen wordt op elfduizend geraamd. Dit aantal wordt opgeteld bij het eerder genoemde "officiële' cijfer. Dan telt men er nog eens duizend prostituées en enkele duizenden "overige illegalen' bij op. Bij de optellingen wordt geen rekening gehouden met de mogelijkheid van dubbeltellingen. Zo komt men op het totaal van twintigduizend à drieëntwintigduizend illegalen uit.

Deze uitkomst wordt klakkeloos gepresenteerd als een aannemelijke schatting. Bij vergelijking met andere cijfers ontstaan echter al snel twijfels. Als de schatting klopt, dan zou bijna de helft van de volwassen vreemdelingen in Den Haag daar illegaal wonen. Onder de volwassen mannelijke inwoners zouden zelfs meer illegale dan legale vreemdelingen zijn. Deze verhoudingen klinken op zichzelf al onwaarschijnlijk en worden nog onwaarschijnlijker door een aantal andere gegevens, die ook zijn vermeld, maar waarmee verder geen rekening is gehouden. In de wijken Schilderswijk en Transvaal - waar volgens het rapport zeer veel illegalen zouden wonen - is stadsvernieuwing uitgevoerd. Bij de herhuisvesting van bewoners is echter niets van illegalen gebleken. Verder werden in 1991 in heel Nederland niet meer dan 1401 illegale buitenlanders arbeiders opgespoord. Bij een groot aantal bedrijfscontroles in het Westland werden veel minder illegalen aangetroffen dan verwacht: gemiddeld één per tuinder. Op grond van deze controles nemen de opsporingsinstanties nu aan dat er niet meer dan viereneenhalfduizend illegalen in het Westland werkzaam zijn. Het rapport bevat geen aanwijzing dat er in een andere bedrijfstak in of om Den Haag op grotere schaal illegale arbeid wordt verricht. Dat roept de vraag op waar die vele duizenden illegalen in Den Haag dan op afkomen en waar ze van leven. Vragen die in het rapport van de Haagse politie niet gesteld worden. Het is praktisch onmogelijk dat twintigduizend illegalen door legale landgenoten onderhouden worden. Uit de gegevens van de Haagse politie valt ook niet op te maken dat een groot deel van de illegalen van criminaliteit leeft. Kortom, de schatting is gebaseerd op drijfzand.

De huidige commotie over over de vermeende aanwezigheid van grote aantallen illegalen in Nederland is niet nieuw. Ook in het voorjaar van 1990 werden dergelijke schattingen in de pers gepresenteerd. De Amsterdamse vreemdelingendienst raamde het aantal illegalen in die stad op twintig- tot veertigduizend. Staatssecretaris Kosto rekende uit dat het landelijke aantal dan vijftigduizend tot honderdduizend moest zijn. Om dit aantal terug te dringen achtte hij de invoering van een legitimatieplicht noodzakelijk (Trouw 23-5-1990).

Vorig jaar waren "de illegalen' weer in het nieuws. De staatssecretaris ging nu uit van een aantal van honderdduizend en pleitte, samen met PvdA-leider Kok, voor een “actief verwijderingsbeleid als onvermijdelijk sluitstuk van beleid” (NRC Handelsblad, 26-6-1991). Op basis van het rapport van de Haagse politie spreekt de staatssecretaris nu van honderdvijftig- tot tweehonderdduizend illegalen in Nederland. Kennelijk veronderstelt hij nu "Haagse' toestanden in het hele land. Andere politici en deelnemers aan de discussie nemen deze cijfers klakkeloos over. De genoemde aantallen staan echter in geen verhouding tot de aantallen die zich bij de laatste grootscheepse regularisaties aanmeldden (achttienduizend in 1975 en 3.800 in 1980).

Aan het werken met schattingen van zoiets ongrijpbaars als de omvang van de illegalenpopulatie kleeft een bezwaar: achteraf kan blijken dat men zich lelijk heeft vergist. De Amsterdamse hoofdcommissaris kan erover meepraten. Zijn schatting in maart 1992 van tienduizend illegale Ghanezen die in de Bijlmermeer zouden wonen, is inmiddels onjuist gebleken (de Volkskrant 10-9-1992). De hoofdcommissaris heeft dat ook erkend. In Rotterdam deed zich onlangs iets dergelijks voor.

De hoofdcommissaris en de burgemeester moesten terugkomen op hun eerdere bewering dat er op één Rotterdams adres elfhonderd frauderende Turken ingeschreven stonden (NRC, 30-10-1992). De krant van afgelopen week levert een ander voorbeeld op. Bij de grootscheepse inval in maart bij Blokker in Geldermalsen, verwachtte de politie “met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijklheid” tientallen illegale werknemers aan te treffen. In werkelijkheid werden er twee illegale werknemers aangehouden (NRC, 9-11-1992).

Telkens als schattingen nader worden onderzocht, blijken ze veel te hoog te zijn geweest. Er zijn geen aanwijzingen dat "het illegalenprobleem' op dit moment groter is dan een jaar geleden. Toch is de omvang van de illegalenpopulatie in de hoofden van veel politici verdubbeld. Zij lijken zich vooral kwaad te maken op een spookbeeld dat aan hun eigen brein ontsproten is.

Het is verbazend hoe weinig belangstelling het rapport van de Haagse sociale dienst tot nu toe heeft gekregen - en dat terwijl het boeiende informatie geeft over het (over)leven van illegalen in deze stad. De meeste illegalen blijken voor hun levensonderhoud aangewezen op legale familieleden. De onderzoekers troffen verhoudingsgewijs weinig illegale werkenden aan. Criminaliteit bleek onder illegalen al helemaal weinig voor te komen: “after God we think of the police”. Het spreekt vanzelf dat er grenzen zijn aan de draagkracht en solidariteit van de legale immigranten.

In dat licht bezien is de raming van de Haagse politie ook onwaarschijnlijk. De onderzoekers van de sociale dienst wagen zich overigens niet aan een schatting. Maar uit hun rapport wordt wel duidelijk dat het te simplistisch is om te spreken van "het illegalenprobleem' en te pleiten voor een "hard, maar duidelijk beleid'. De illegalenpopulatie is divers van samenstelling: uitgeprocedeerde asielzoekers (hier soms al jaren gedoogd), familieleden van legale vreemdelingen (naar Nederland gekomen voor familiebezoek, om hier tijdelijk te werken of om een huwelijkspartner te zoeken), illegale werknemers, drugsdealers en andere criminelen. Het is dan ook onzin om te denken dat het hele illegalenprobleem (als men het zo wil noemen) kan worden opgelost door simpele maatregelen. Overigens wordt een deel van de problematiek door de overheid zelf veroorzaakt. Naast de groep illegalen is er in Nederland een grote groep gedoogden, die hier met medeweten en instemming van de overheid maar zonder verblijfstitel zijn. Begin 1992 werden alleen al negenentwintigduizend asielzoekers op een of andere wijze gedoogd. Voor politie, overheidsinstanties en andere betrokkenen is de grens tussen illegalen en gedoogden vaak moeilijk te trekken. Dit aspect blijft in het rapport van de Haagse politie en in de discussie zoals die nu gevoerd wordt, geheel onbesproken.

De huidige discussie werkt in het nadeel van alle vreemdelingen, ook van de ruim zevenhonderdduizend vreemdelingen die hier volledig legaal zijn. De genoemde aantallen maken in feite iedereen met een buitenlands voorkomen verdacht, inclusief de Nederlanders die door hun landgenoten voor buitenlanders worden aangezien. Wellicht is de discussie meer gebaat bij schattingen van het aantal mensen dat de dupe wordt van deze discussie.