Aantal BTW-identificatiebestanden in EG vervuild

DEN HAAG, 13 NOV. Enkele EG-landen zullen op 1 januari hun computerbestanden met btw-identificatienummers van ondernemingen nog niet volledig hebben geschoond. Staatssecretaris Van Amelsvoort (financiën) zal daarom de belastingdienst opdracht geven “coulant” op te treden als Nederlandse leveranciers niet met volledige zekerheid kunnen nagaan of het btw-identificatienummer van hun buitenlandse afnemer klopt.

Het nieuwe indentificatienummer is van doorslaggevende betekenis voor het handelsverkeer binnen de EG zodra op 1 januari de douaneformaliteiten aan de binnengrenzen verdwijnen. De handelspartners moeten zelf het btw-nummer hun grensoverschrijdende handel opgeven. Een Nederlandse leverancier wordt uitsluitend vrijgesteld van btw-heffing in Nederland indien zijn afnemer in een ander EG-land daar alsnog btw afdraagt.

Het is de bedoeling dat de Nederlandse leverancier bij één van de 52 belastingeenheden "grote ondernemingen' het btw-identificatienummer van zijn afnemer controleert. De Nederlandse btw-computer verifieert dat bij de belastingcomputer in het buitenland. Als dat, door vervuilde bestanden (Nederland heeft zijn btw-nummerbestand in september geheel bijgewerkt) op problemen stuit, zal de “goede trouw” van de Nederlandse leverancier worden beoordeeld met inachtneming van de verificatieproblemen.

Staatssecretaris Van Amelsvoort zegt dat toe in de laatste schriftelijke gedachtenwisseling met de Tweede Kamer over het wetsvoorstel dat het nieuwe btw-afdrachtensysteem voor Nederland vastlegt.

Met ingang van februari 1993 krijgen Nederlandse ondernemers de mogelijkheid om de verificatie van een (buitenlands) btw-nummer langs elektronische weg (via het beeldscherm) te laten lopen, zo kondigt Van Amelsvoort aan. De omvang van potentiële fraude met btw-nummers, waarvoor met name de PvdA bevreesd is, wordt overschat, meent Van Amelsvoort. Met name het geval dat een Nederlandse ondernemer aan een Nederlands bedrijf of Nederlandse particulier zonder btw-afdracht levert en aan de belastingdienst een buitenlandse afnemer met btw-identificatienummer opgeeft die achteraf niet blijkt te bestaan, levert voor die Nederlandse fraudeur veelal problemen op, meent de staatssecretaris.

De Nederlandse afnemer moet immers ook weer van die partij goederen af en is dan aangewezen op het "zwarte' circuit om zelf niet tegen de lamp te lopen. Bovendien moet hij de transactie zelf ook weer buiten zijn boeken houden, waardoor behalve btw ook omzet en winst voor de belastingen moeten worden verzwegen. Met toenemende controle ter plaatse - in het bedrijf - door de belastingdienst loopt hij daarmee een groot risico.

Enkele resterende problemen met het nieuwe btw-stelsel, met name in het grensoverschrijdende vervoer, moeten nog worden opgelost met een komende Bezemrichtlijn van de EG.

Op één belangrijk punt voor met name de Rotterdamse haven is een oplossing bedacht. Het gaat om de internationale handel in olieprodukten. In die handel verwisselen partijen olieprodukten vaak op één dag diverse keren van (buitenlandse) eigenaar voordat er een eindafnemer is. Op die ketentransacties zal het nultarief van de btw van toepassing zijn zolang de accijnsgoederen worden overgebracht naar of zich bevinden in een accijnsgoederenplaats. (ANP)