Vredesmacht in Liberia heeft zichzelf danig in de nesten gewerkt

NAIROBI, 12 NOV. De eerste poging van Afrika zelf om met een regionale vredesmacht een van de vele burgeroorlogen op het continent op te lossen, dreigt te mislukken. Troepen van de Westafrikaanse vredesmacht Ecomog raken iedere dag verder verstrikt in de oorlog in Liberia. Nigeriaanse vliegtuigen van Ecomog bombarderen burgerdoelen in rebellengebied. Amerika, dat door zijn historische banden met Liberia een invloedrijke rol speelt, zegde gisteren daarom zijn steun aan Ecomog op.

“Ecomog intervenieerde (in 1990) als een neutrale partij, in de hoop onderhandelingen op gang te brengen. Maar nu is Ecomog een van de strijdende partijen geworden”, zei de Amerikaanse onderminister Herman Cohen gisteren voor de BBC. Cohen riep vervolgens op tot een interventie door de Verenigde Naties in Liberia. Ook Senegal wenst inmiddels eveneens een ingrijpen van de VN.

Hoewel verscheidene Westafrikaanse staten troepen leveren aan Ecomog vormt het Nigeriaanse contingent het leeuwedeel van de vredesmacht. Rebellenleider Charles Taylor beschuldigt de Nigeriaanse president Babangida ervan al jarenlang een persoonlijke vendetta tegen hem te voeren. Babangida zou eerst de in 1990 vermoorde president Samuel Doe hebben gesteund tegen Taylor om het later door middel van Ecomog op te nemen tegen de rebellenleider.

In een felle rede beschreef Babangida Taylor zaterdag als een beruchte boef die verantwoordelijk is voor het mislukken van alle vredespogingen in Liberia. Ecomog vecht inmiddels alleen nog maar tegen Taylors Nationale Patriottische Front van Liberia (NPFL). De vredesmacht verdedigt de interim-regering van president Amos Sawyer, die alleen de hoofdstad Monrovia controleert.

Het aanzien van Ecomog als een anti-Taylor vredesmacht wordt nog eens versterkt door de rol van Ivoorkust en Burkina Faso. Hoewel zij dit ontkennen verlenen deze staten heimelijk financiële, logistieke en militaire steun aan Taylor en ondermijnen zo het regionale vredesinitiatief. Franse bedrijven kopen grondstoffen uit rebellengebied; met de opbrengsten kon Taylor voldoende wapens kopen om het te kunnen opnemen tegen Ecomog.

Het slechte aanzien van Ecomog heeft de vredesmacht deels aan zichzelf te danken. Na de interventie in 1990 stelde Ecomog zich verzoenend op tegen Taylor. Schending van bestanden door Taylor werden over het hoofd gezien en toen Taylor zich ging herbewapenen stak Ecomog het hoofd in het zand. Hoewel Taylor eerder zijn handtekening had gezet onder een akkoord voor algehele ontwapening, weigerde hij vervolgens zijn troepen te laten ontwapenen.

Ecomogs reactie op Taylors optreden kenmerkte zich door gebrek aan consistentie. Ecomog telde in twee jaar vijf verschillende commandanten, de ene behandelde Taylor met harde hand, de volgende probeerde hem te sussen. Met groot genoegen zag Taylor Ecomogs internationale aanzien dalen en het was nog slechts een kwestie van tijd voor hij het “eindoffensief” zou openen. Dat gebeurde op 15 oktober. Militair staat Ecomog er beter voor dan het NPFL, maar Taylor is wel in zijn opzet geslaagd om de vredesmacht in diskrediet te brengen.

Met het falen van Ecomog staat Nigeria's rol als regionale supermacht op het spel. Babangida moet in januari de macht overdragen aan een burgerregering. De burgerpolitici zullen eerder geneigd zijn prioriteit te geven aan de belabberde economische situatie in Nigeria dan aan het prestigieuze project in Liberia. Na maanden te zijn uitgedaagd door Taylor, weet Babangida zich nu ook geconfronteerd met de machtige hand van Amerika. Hij zal snel en resoluut moeten optreden. Het slagveld in Liberia heeft daarmee internationale dimensies aangenomen.