Vier vrouwen in een flatje

Rebro Adama (De rib van Adam). Regie: Vjatsjeslav Krisjtofovitsj. Met: Inna Tsjoerikova, Masja Goloebkina, Svetlana Rjabova, Jelena Bogdanova. In: Amsterdam, Cinecenter; Rotterdam, Lantaren/Venster; Nijmegen, Cinemariënburg.

Er worden in Rusland niet alleen moeilijk toegankelijke kunstfilms gemaakt, maar ook voortreffelijke komedies, die de harde realiteit van alledag relativeren en becommentariëren. Typisch Russisch is de neiging om de helden - en vooral de heldinnen - van zulke komedies een grote waardigheid mee te geven, een historisch besef, spiritualiteit en galgehumor, die hen beter dan welk ander volk ook in staat stellen de diepste crises te overleven.

Na Oblako-Raj is Rebro Adama (De rib van Adam) dit jaar al het tweede voorbeeld van zo'n wijze en tegelijkertijd oergeestige, eigentijdse "comédie de moeurs' die vanuit het GOS de Nederlandse filmzalen heeft weten te bereiken. Rebro Adama is de derde speelfilm van de oorspronkelijk uit de Oekraïne afkomstige Vjatsjeslav Krisjtofovitsj, gemaakt in de Mosfilmstudio. Zijn naam verdient het om ondanks de vele medeklinkers onthouden te worden; zijn vakmanschap en melancholieke humor herinneren direct aan de vroege films van Nikita Michalkov.

De titel van de roman, waarop het scenario gebaseerd werd (Een vrouwenhuishouden), geeft in iets prozaïscher termen de inhoud weer. In een driekamerappartement in een grote stad, die Moskou zou kunnen zijn, wonen drie generaties vrouwen ongemakkelijk samen: een bedlegerige grootmoeder, die alleen nog maar eet, poept en televisie kijkt; haar ongeveer vijftigjarige dochter, gids in een Museum van de Revolutie (gespeeld door de formidabele Inna Tsjoerikova, echtgenote en vaste vedette van de bekende filmer Gleb Panfilov); en de twee filmdochters van la Tsjoerikova uit verschillende huwelijken, te weten een vijfentwintigjarige secretaresse met verantwoordelijkheidsgevoel en onterechte illusies over een getrouwde minnaar, en een zeer pragmatische, bekwaam vleeswaren en andere materiële gemakken ritselende tiener. De beide jongste vrouwen ruziën doorlopend over het gebruik van de badkamer, make-up en de vraag wie er aan de beurt is om oma's beddepan te legen. Hun moeder ziet een aarzelend erotisch intermezzo met een onbestemde minnaar aan huis onderbroken door de jaloezie van oma. De subtiele rivaliteit tussen de vier vrouwen (en hun dieper gewortelde onderlinge solidariteit) wordt zwaar op de proef gesteld tijdens het verjaarsfeest van oma, wanneer niet alleen Tsjoerikova's aanbidder en twee ex-echtgenoten langskomen, maar ook de stomdronken puber, die de jongste dochter zwanger heeft geschopt, op de deur staat te bonken. Net wanneer er plannen gesmeed worden voor het plaatsen van een wieg tussen twee kasten, geschiedt er een klein wonder, dat de beschikbare woonruimte nog verder bedreigt.

Krisjtofovitsj betoont zich met bescheiden middelen een groot regisseur, die optimaal weet te profiteren van het talent van zijn actrices en acteurs. De film duurt maar 75 minuten, genoeg om een vrouwenfamilie en het er omheen cirkelende, minder stormvaste manvolk tot in de kleinste details uit te tekenen. Tijdens de persvoorstelling werd er regelmatig onbedaarlijk gelachen, en dat is beslist niet gebruikelijk onder beroepskijkers. Sfeer en uiterlijke omstandigheden in Rebro Adama mogen dan typisch zijn voor een verre samenleving (de film werd gedraaid in 1990, sindsdien zijn de mogelijkheden tot het op de kop tikken van een kalfstong of een fles Cinzano er niet ruimer op geworden), maar de situatie is universeel herkenbaar.