Turken verlengen weer noodtoestand Koerdische streken

ANKARA, 12 NOV. Het Turkse parlement heeft gisteren, voor de zeventiende keer sinds l987, de uitzonderingstoestand in tien door Koerden bewoonde provincies in het zuidoosten van het land verlengd met vier maanden.

Ismet Sezgin, de ministers van binnenlandse zaken, zei te hopen dat het de laatste keer is dat de regering bij het parlement aanklopt voor een verlenging. “Maar”, aldus de bewindsman, “op het moment dat de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) op het punt staat uiteen te vallen, is het onmogelijk om nu de uitzonderingstoestand al op te heffen.”

De minister refereerde hiermee aan de militaire operatie van de Iraakse Koerden en het Turkse leger in Noord-Irak, ter bestrijding van de PKK, die vrijwel voltooid is. De PKK-strijders worden nu ondergebracht in kampementen in Noord-Irak aan de Iraanse grens. De verwachting is dat de "schoonmaakoperatie' zich vervolgens verplaatst naar het Turkse zuidoosten.

De verlenging van de uitzonderingstoestand werd met 294 vóór en 91 stemmen tegen aangenomen. Het Turkse parlement telt in totaal 450 leden.

Volgens Sezgin hebben zich dit jaar in Zuidoost-Turkije 2.274 incidenten voorgedaan, waarbij 990 Koerdische strijders werden gedood, 511 veiligheidsmensen en militairen het leven lieten en 634 burgers het slachtoffer werden.

De uitzonderingstoestand in het Koerdische zuidoosten is, zeker in Koerdische en progressieve kringen, al jarenlang een omstreden kwestie omdat het in wezen geen enkele bijdrage heeft geleverd aan de oplossing van het Koerdenvraagstuk. De bevolking - vijf van de 15 miljoen Turkse Koerden leven in deze regio - worden fundamentele rechten en vrijheden onthouden, in naam van de bestrijding van het Koerdische separatisme. Het geeft de super-gouverneur in de regio bovendien vrijwel onbeperkte macht. Zo kan hij bij voorbeeld besluiten dorpen en nederzettingen te ontruimen.

De pro-Koerdische krant Özgur Gündem (Vrije Agenda) schreef onlangs dat in de afgelopen maanden duizenden dorpelingen de vlucht hebben genomen, nadat hun huizen door het Turkse leger waren gebombardeerd of verwoest, of dat ze op andere manieren door de veiligheidstroepen onder druk waren gezet. De belangrijkste voorbeelden hiervan zijn de stadjes Sirnak en çukurca aan de Iraakse grens en Kulp in de provincie Diyarbakir. Wat zich precies in deze plaatsen heeft afgespeeld, is nog steeds onduidelijk.

Een andere omstreden kwestie is het systeem van dorpswachters. In 1985 ingesteld door de Moederlandpartij onder leiding van de huidige president Türgut Özal. In totaal zijn in Zuidoost-Turkije inmiddels 36.000 van deze dorpswachters die op de loonlijst van de staat staan en samen met de veiligheidstroepen strijden tegen de PKK. Van zeker 10.000 zou niet duidelijk zijn welke kant ze ideologisch kiezen. Dit jaar is zeker al in één geval bewezen dat dorpswachters gewapende aanvallen hebben uitgevoerd, die in de schoenen van de PKK werden geschoven. In een recent verschenen rapport is berekend dat van de 171,5 miljoen gulden die dit jaar is besteed om de dorpswachters van loon en wapentuig te voorzien, ten minste 150 fabrieken in het nauwelijks ontwikkelde zuidoosten van Turkije hadden kunnen worden gebouwd.

Ook Amnesty International heeft in het gisteren verschenen rapport over de mensenrechtensituatie in Turkije gewezen op de slechte situatie in het Koerdische zuidoosten. Filiz Dinçman, de woordvoerder van het Turkse ministerie van buitenlandse zaken, zei in een reactie dat het rapport “vooringenomen is en dat het de nadruk legt op incidenten in de regio, terwijl over het hoofd wordt gezien dat de PKK een moordenaarsorganisatie is, die bloed en verderf zaait”. De strijd van de PKK voor een onafhankelijk Zuidoost-Turkije, heeft sinds 1984 5.100 slachtoffers gevergd.

In de Turkse pers wordt vandaag bovendien melding gemaakt van het onderzoek dat is ingesteld naar het omstreden gedrag van politie-agenten in Diyarbakir, eerder deze week. Tijdens de begrafenis van twee collega's, die bij gevechten met de PKK in het plaatsje Hani waren omgekomen, openden agenten uit wraak het vuur op het gebouw van de pro-Koerdische Volks Arbeiders Partij.

    • Froukje Santing