Tri- en tetraploïde cassave verhoogt opbrengst in Afrika

Om de Afrikaanse landbouw uit het slop te halen hebben veredelaars zich toegelegd op het kweken van super-cassaverassen die een extra hoge opbrengst combineren met droogtebestendigheid. De nieuwe rassen zijn ontwikkeld op het International Institute of Tropical Agriculture (IITA) in Ibadan, Nigeria. Ze danken hun goede prestaties aan het feit dat ze polyploid zijn, wat wil zeggen dat ze meer dan het normale aantal chromosomen bezitten.

Veredelaars maken graag gebruik van polyploide rassen omdat die vaak grotere bladeren en knollen en krachtiger wortels bezitten. Zo zijn de meeste moderne suikerbietenrassen triploid (met drie sets chromosomen), de (cultuur-)aardappel is tetraploid (met vier stel chromosomen).

De nieuwe tri- of tetraploide cassaverassen zijn spontaan ontstaan uit kruisingen met wilde soortgenoten van het gewas. Ruim 200 triploide en tetraploide klonen worden nu getest in vier verschillende streken in Nigeria: in het regenwoud, in de vochtige savanne, in half-woestijngebieden en in de heuvels.

Cassave, ook wel maniok of yuca genoemd, is ten zuiden van de Sahara het belangrijkste voedselgewas voor zo'n 200 miljoen mensen. Het wordt geraspt, gedroogd, gegist of gefrituurd gegeten. Het groeit gemakkelijk op arme gronden, is minder droogtegevoelig dan mais en beter te bewaren. Verdere opbrengstverhoging is echter dringend noodzakelijk. Door de snelle bevolkingsgroei van 3,1 procent per jaar, gekoppeld aan inkomensgroei, neemt de vraag naar voedsel in Afrika met 4 procent per jaar toe. Volgens deskundigen van de Wereldbank zou de produktiviteit van de Afrikaanse landbouw dan ook tenminste elke 18 jaar moeten verdubbelen, wil men niet nog afhankelijker worden van voedselimporten.

Dankzij de introduktie van verbeterde rassen (waaronder de fameuze TMS 30572) is de cassave-opbrengst gestegen van gemiddeld 6 ton per hectare medio jaren tachtig naar zo'n 12 ton in 1991. De nieuwe superrassen van het IITA zouden zelfs 40 ton per hectare kunnen halen.

Ook in zuidelijk Afrika, waar de maisoogst dit jaar grotendeels is mislukt door de droogte, wint de cassaveteelt nu terrein. Cassaveplanten kunnen met veel minder water toe dan mais. Tot nog toe gold het in zuidelijk Afrika als armeluisgewas, maar inmiddels dringt het door tot op de tafels van de middenklasse, die zich door de economische crisis geen luxe importprodukten als tarwebrood en rijst meer kan permitteren. FAO en IITA hebben zich toegelegd op het vinden van alternatieven voor de tarwe-import. Er zijn cassaverassen gekweekt waar goed brood van valt te bakken. Gebruik van cassavemeel kan bovendien een deel van de toepassingen van mais in voedingsmiddelenindustrie en in veevoer vervangen, zodat er meer mais voor de bevolking overblijft. Mais heeft een hogere voedingswaarde omdat het veel eiwit- en vitaminerijker is dan de cassaveknollen.