Tandvleesoperaties

Het artikel "Fosfatase is sleutel voor kaakbehoud' van dr. M.A.J. Eijkman (W&O 29 okt.) bevat een passage over operatieve behandeling van het tandvlees die tot verwarring kan leiden.

Professor Beertsen sprak in zijn oratie over het operatief verbreden van het tandvlees door het transplanteren van een stukje tandvlees van het verhemelte naar een tand of kies waar weinig of geen tandvlees aanwezig is. De bedoeling van een dergelijke ingreep was om verder terugtrekken van tandvlees te voorkomen. Dit zou het behoud van het betreffende gebitselement ten goede komen.

Uit klinisch onderzoek in diverse onderzoekscentra, waaronder Amsterdam, is gebleken dat het plaatsen van dergelijke transplantaten echter in het algemeen niet nodig is om verlies van gebitselementen te voorkomen. In het verleden zijn daarvoor veelal onnodig dergelijke ingrepen uitgevoerd, zoals Beertsen terecht opmerkt.

Door Eijkman werd wellicht de indruk gewekt dat chirurgische behandeling in de parodontologie obsoleet zou zijn. Dit is echter niet het geval. Chirurgische behandeling speelt wel degelijk een belangrijke rol. Maar dan bij een geheel andere, veel voorkomende, aandoening - parodontitis, de onsteking van het steunweefsel van de gebitselementen. Hierbij wordt de aanhechting van de tand of kies aan het kaakbot en ook het kaakbot zelf aangetast. Dergelijke ingrepen kunnen gericht zijn op de eliminatie van tandvleespockets, het schoonmaken vanworteloppervlakken en als hulpmiddel voor het verkrijgen van nieuw steunweefsel. Mogelijk speelt daarbij de toepassing van alkalische fosfatase tijdens de chirurgische behandeling hierbij in de toekomst bij patiënten eveneens een belangrijke rol.