Straatkinderen

Op zijn basisschool in de Utrechtse wijk Overvecht hadden ze een groot spandoek buitengehangen: "Frank gaat naar de kinderconferentie in Brazilië'. Frank Kootte (10) vertrekt woensdag aanstaande samen met Inge Koers (11), Marije van Vilsteren (12) en Pim Mulder (15) naar Rio de Janeiro voor een conferentie over straatkinderen.

De katholieke Montessorischool in Bussum waar Marije vorig jaar nog op zat, was de eerste school die actie ging voeren tegen het onrecht dat de straatkinderen in Brazilië wordt aangedaan. ""Onze klas had krante-artikelen gelezen over de moorden die er op deze kinderen worden gepleegd en toen zijn we brieven gaan schrijven naar de Braziliaanse president'', vertelt Marije. Inmiddels zit ze als brugklasser op het St. Vituscollege in Bussum en behalve de kinderen bij haar in de klas weet niemand dat ze tien dagen naar een conferentie Brazilië gaat. ""Het is zo'n grote school'', verzucht ze, ""er zitten wel duizend kinderen op.'' Met heimwee denkt Marije terug aan haar gezellige basisschool.

De brievenactie maakte heel wat los. De klas van Marije kwam op het Jeugdjournaal en Euro-parlementariër Maartje van Putten (PvdA) kwam op school om te vertellen wat Nederlandse kinderen kunnen doen om de straatkinderen in Brazilië te ondersteunen. Er werd geld ingezameld voor een opvanghuis waar zwerfkinderen eten en onderdak krijgen en de brievenactie breidde zich ondertussen uit naar andere scholen. Als ze volgende week in Rio aankomen hebben ze een zak met zeker 700 brieven bij zich. Die zullen ze overhandigen aan de gouverneur, ""want met de president zit het allemaal wat ingewikkeld''.

Ook bij Pim op de Regina Pacis MAVO in Oudewater werden brieven geschreven. ""Meneer de president'', had Pim erboven gezet. ""Het is te gek voor woorden dat er iedere dag straatkinderen worden doodgemaakt in Brazilië. Wij, en veel mensen in Nederland en Europa, houden u in de gaten.'' Pim spreekt intussen al een aardig mondje Portugees, want toevallig kwam er bij hem thuis een Braziliaan aanwaaien die op de bonnefooi naar Nederland was gekomen en geen dak boven zijn hoofd had. ""De hele school wist het meteen, dat ik naar Brazilië ging'', vertelt Pim. ""Bij het fietsenhok kwamen ze allemaal op me af om te feliciteren.'' Zijn plakboek bevat reeds verschillende interviews; Pim is een plaatselijke beroemdheid aan het worden.

In juni heeft het Europese Parlement een verklaring aangenomen waarin de leden hun afschuw uitspreken over de schending van de rechten van het kind in Brazilië. Directe aanleiding was de jacht op zwerfkinderen tijdens de UNCED-conferentie die dit voorjaar 30.000 buitenlandse bezoekers naar dat land trok. De Braziliaanse televisie vertoonde fimpjes van stelende straatkinderen en riep de bevolking op om dit kwaad te bestrijden zodat de stad weer "aantrekkelijk' zou worden voor toeristen. Bedreiging, moord en mishandeling waren het gevolg. Euro-parlementariër Maartje van Putten leidt de actie vanuit Nederland en het ministerie van ontwikkelingssamenwerking was bereid vier Nederlandse kinderen af te vaardigen naar de conferentie die wordt georganiseerd door de Movemento Nacional de Meninas en Meninos de Rua. Ook uit een aantal andere Europese landen komen kinderdelegaties naar Brazilië. Op de conferentie, waar zo veel mogelijk straatkinderen aanwezig zullen zijn, wordt niet vergaderd zoals gebruikelijk is, maar de deelnemers zullen via toneelstukjes, muziek en dans met elkaar communiceren. Het was Pims idee om een heleboel mondharmonica's mee te nemen, zodat ze daar gezamenlijk muziek kunnen maken. ""Het zijn kleine instrumenten die je makkelijk mee kunt nemen'', zegt hij, terwijl hij er een uit zijn broekzak opdiept, ""en het is nog vrolijk ook.'' Een beetje vrolijkheid kunnen die kinderen vast wel gebruiken. ""Ik denk dat ze zich bang voelen'', zegt Frank. ""Onveilig, ze hebben geen bescherming'', vult Marije aan. ""Misschien moeten ze die kinderen dezelfde wapens geven als degenen die de moorden plegen'', suggereert Pim, ""kijken wie er wint.'' Maar dan wordt het een burgeroorlog, vrezen de andere kinderen. Geen goed plan.

Frank had het idee van een mensenrechtenorganisatie speciaal voor kinderen. Daarom zijn ze met z'n vieren op bezoek bij Amnesty International. Misschien valt er samen te werken. Als man van de wereld heeft Frank een grote aktentas bij zich, waar hij allemaal papieren uithaalt. Daan de Wit van Amnesty heeft wel oren naar het voorstel van Frank, en vertelt hoe de mensenrechtenorganisatie aan informatie komt en hoe de acties op touw worden gezet.

Vinden ze het nou niet erg zielig, al die kinderen die maar rondzwerven, verslaafd zijn aan het lijmsnuiven en nog met de dood bedreigd worden ook? Kunnen ze nog wel slapen van zoveel ellende? ""Zielig?'', vraagt Inge zich af en ze moet even denken of dat wel het goede woord is. ""Ik vind het vooral erg dat het kan. Dat de regering het toelaat dat er mensen zijn die die kinderen zomaar neerknallen.''

Tijd voor heimwee zullen ze in het verre Brazilië niet hebben want er staat ze een druk programma te wachten. Behalve de conferentie bezoeken ze ook nog de sloppenwijken en een politiebureau. En ze gaan naar een opvanghuis voor zwerfkinderen dat door Nederlanders is opgezet. Als ze terug zijn willen ze misschien geld gaan inzamelen voor opvanghuizen en schoolspullen voor de zwerfkinderen. Hoe het er in zo'n opvanghuis uit zal zien kunnen ze zich nog maar moeilijk voorstellen. ""Het zullen wel magere kinderen zijn'', vermoedt Marije. ""Ja, botjeskinderen'', denkt Frank. En Inge vraagt zich af of er wel w.c.'s zullen zijn. Ze hebben gehoord dat sommige straatkinderen al zolang zwerven, dat ze helemaal niet meer op een vaste plek kunnen wonen. Pim: ""Ze komen in het opvanghuis om hun tanden te poetsen en om te eten. Dan hoeven ze dat tenminste niet meer te stelen, en als ze het op hebben gaan ze de straat weer op.''

Hoe het met school zit en met de ouders van die kinderen weten ze niet precies. Dat gaan ze allemaal vragen in Rio. Maar één ding weet Frank al wel: ""Die zwerfkinderen daar zijn heel sterk, want wij zouden zoiets nooit overleven.''