Springplank naar Latijns Amerika?

De afgelopen maand heeft een twintigtal studenten van de twee Amsterdamse universiteiten marktonderzoek gedaan in Chili. Een van de aanleidingen daartoe was de volgende: Chili exporteert voor ongeveer 315 miljoen dollar naar ons land en wij exporteren voor ongeveer 63 miljoen daarheen. Er is geen land dat een nog schevere handelsrelatie met Chili onderhoudt. Je vraagt je dan al snel af of er geen Nederlandse produkten zijn die ze in Chili zouden willen kopen.

De belangstelling van het onderzoeksteam was bovendien op Chili gericht omdat het land een voorbeeldfunctie voor Latijns Amerika vervult. Vooral wegens de voorspoedige ontwikkeling van de Chileense economie en de geleidelijke versterking van het overigens nog broze democratische regime.

De onderzoekers waren leden van de Marketing Associatie Amsterdam (MAA), een vereniging van studenten marketing aan de Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit. De middelen bracht de MAA bijeen door acquisitie van opdrachten van Nederlandse bedrijven en door ondernemingen bereid te vinden als sponsor van het project op te treden. Bovendien is een subsidie verkregen van ECIP (European Community Investment Partners).

Het doel van het vijf weken durend bezoek was uit te zoeken welke mogelijkheden er zijn voor bilaterale handelscontacten tussen Europese (en in het bijzonder Nederlandse) ondernemingen en middelgrote ondernemingen in Chili. Naast bevordering van de onderlinge handel wordt daarbij gedacht aan de mogelijkheden van joint-ventures( 50/50 samenwerking) tussen Nederlandse en Chileense ondernemingen.

De belangstelling richt zich in het bijzonder op een aantal sectoren van de Chileense economie, zoals de agro-industrie en de visserij, de infrastructuur (met name transport en telecommunicatie), de milieutechnologie, de financiële dienstensector en de software industrie. De onderzoeksresultaten worden vastgelegd in een rapport en gepresenteerd op een congres in januari. Betrokken bij de begeleiding van dit onderzoek had ik het genoegen een aantal weken in Santiago te zijn. Op die manier kon algemene informatie worden verdiept met persoonlijke ervaringen.

Chili is op dit moment een van de meest open economieën in de wereld. In de jaren zeventig is het gemiddeld invoertarief van 100 procent naar 10 procent teruggebracht. Dat heeft tot stevig op hun benen staande ondernemingen geleid.

Wat onze uitvoer naar een land als Chili betreft, moeten we denken aan de levering van kapitaalgoederen aan sectoren die daar sterk in ontwikkeling zijn en waaraan Nederland iets te bieden heeft. Uitvoer van eindprodukten naar Chili heeft weinig zin. Op onze tuinbouwprodukten of bloemen zitten ze niet te wachten. Chili is zelf een belangrijk fruitexporteur en onlangs heeft het de eerste partijen tulpen uitgevoerd. Er wordt nu nagegaan welke kansen er voor ons liggen bij het aanleggen van havens en wegen. Vooral het slechte wegennet, de volstrekt achterlijke spoorwegen en de onvoldoende havencapaciteit zijn een zorg voor veel Chileense zakenlieden. Herhaaldelijk hoor je ze zeggen dat de bloei van de Chileense economie dreigt te worden gesmoord als daar niet spoedig verbetering plaatsheeft. Tussen haakjes: daartegenover staat een hypermoderne (Franse) metro in Santiago en een state of the art telecommunicatiesysteem.

Juist omdat Chili ervan overtuigd is dat het meer waarde moet toevoegen aan zijn exportprodukten, staat het open voor de invoer van nieuwe technologie. Daarbij kan worden gedacht aan telecommunicatie, aan levering van sorteer-en verpakkingsmachines, koelinstallaties, expertise op het gebied van milieutechnologie, financiële dienstverlening en software.

Een heel sterk punt van het land is de kwaliteit van de mensen. Er is bijna geen analfabetisme. Opvallend zijn het hoge niveau van opleiding en de grote inzet waarmee wordt gewerkt. De mensen zijn vriendelijk, ambtenaren en zakenlieden stellen zich pragmatisch op, ze zijn zakelijk en komen hun afspraken na.

De vorm van het land (4300 kilometer lang en nergens breder dan 200 kilometer, oppervlakte anderhalf keer Frankrijk, 13 miljoen inwoners van wie 5 miljoen in Santiago) is tegelijk een min- en een pluspunt. Wat het transport betreft, is die vorm nadelig. Maar fruittelers maken behendig gebruik van deze lange smalle streep, die verschillende klimaatzones omspant. Een druiventeler bij voorbeeld begint midden november in het noorden en hij eindigt midden april in het zuiden. Zo kan hij zes maanden druiven leveren.

Nederlandse ondernemers zouden Chili wegens zijn zakelijke opstelling als springplank naar Latijns Amerika kunnen gebruiken. Maar dan moet er wel een reuzensprong over de hoge Andesketen worden gemaakt. Het ligt ver weg van Europa (achttien uur vliegen naar Amsterdam), ver weg van de Verenigde Staten (tien uur vliegen naar Miami) en Japan ligt anderhalf keer zo ver weg als Europa.

De binnenlandse markt is nogal klein. Chili hoort tot de lower-middle-income economies, met een gemiddeld jaarinkomen per inwoner van ruim 2000 dollar. Dat is niet meer dan een achtste van dat in ons land. De inkomensverdeling is heel scheef. Ongeveer de helft van de bevolking kan arm worden genoemd.

De politieke situatie is stabiel voor een Latijns-Amerikaans land. Maar zoals gezegd, het is een nog broze democratie die door president Aylwin geleidelijk tot ontwikkeling wordt gebracht. Aangenomen wordt dat dezelfde coalitieregering van christen-democraten en socialisten die nu aan de macht is de verkiezingen volgend jaar zal winnen. Dan mag worden verwacht dat hetzelfde economisch-financiële beleid wordt voortgezet. Een beleid gericht op het privatiseren van wat kan worden geprivatiseerd en op het wijd openhouden van de Chileense vensters naar de wereld.