Slikken en gorzen

Het is stil in Dirksland, doodstil. Gij Zult De Dag des Heren Eren. De massieve hervormde kerk is omringd door een zwarte gracht, een somber beeld. Toch zie je in dit dorp op Flakkee opvallend veel ruime huizen, villa's, hoeven van hereboeren. Een dorp dat baadt in de welvaart.

Vanaf Dirksland voert een verlaten, kaarsrechte Haveloze Weg richting Grevelingenmeer. Achter de sloten liggen grijze akkers met blinkende grijszwarte zeeklei, verscheurd door diepe ploegvoren. De boerderijen liggen verderop, tegen de Westdijk. Nog wat verder, bij de Diederikse Zeedijk, vliegt plotseling een fazant klapperend weg. Het is een vrouwtje, het kleurrijke mannetje volgt enkele tellen later.

In Dirksland begon de victorie in de strijd tegen de zee. Vanaf de vroege Middeleeuwen verdwenen bij elke stormvloed grote stukken veen, klei en zand in de zee. Na de Sint-Elisabethsvloed van 1421 resteerden van wat nu "Flakkee' is slechts slikken en gorzen, dat zijn begroeide slikken. Goeree lag als een vooruitgeschoven post temidden van de golven.

Het gors van Dirksland werd als eerste gors bedijkt. De Heer van Voorne ging echter alleen akkoord als de bedijkers een kerk zouden bouwen. Die kwam in 1488 gereed. Van het een kwam het ander: het ene na het andere gors werd bedijkt. Zo ontstonden ronde opwaspolders die later via aanwaspolders werden verenigd tot Flakkee. In 1751 werd met de Statendam, die het nieuwe eiland met Goeree verbond, de kroon op het werk gezet.

Op de kruin van de Zeedijk kijk ik uit over de getemde Grevelingen en de uitgestrekte buitendijkse Slikken van Flakkee. Na 1972, toen de Brouwersdam de Noordzee buitensloot, raakten de slikken begroeid. Op de dijk grazen tientallen schapen, er waait een frisse bries. Wat een ruimte, de verte lijkt oneindig.

Imposante Heckrunderen en kleine fjordenpaarden voorkomen met hun nimmer aflatende graaslust dat de voormalige slikken door riet en struikgewas worden overwoekerd. Dat geeft ruimte aan duingras en zeldzame duinplanten zoals duizendguldenkruid en orchideeën. Prettig voor kluut, tureluur, gans en eend, dat spreekt.

Maar waar de natuur haar gang mag gaan is het gors wel zo mooi, met een rijke overvloed aan duin- en meidoorn. Talloze zang- en roofvogels, zoals de bruine kiekendief, verrijken het geheel. Nu ja, Natuurmonumenten denkt er blijkbaar anders over.

Het Deltapad volgt hier de kruin van de Zeedijk, maar ik geef de voorkeur aan een zwerftocht over het begroeide buitendijkse gebied. Door woest, bijkans ondoordringbaar struikgewas, maar ook langs een zandafgraafplaats, waar de natuur meedogenloos wordt gekleineerd.

In het Grevelingenmeer fungeren opgespoten zandplaten als belangrijke vogelbroedplaatsen. Fuut, aalscholver en reiger zijn dol op de vis die zich voedt met het zeegras waarmee een kwart van de bodem van het meer is begroeid.

Ik loop als eenzame wandelaar langs de rand van het water. Overal op het kleizand liggen schelpen, mossels en oesters. Vroeger had je hier voor de kust uitgestrekte mosselbanken.

Verderop, in het water, staan honderden steltlopers. Plotseling vliegen ze op, kleine stipjes verbonden door een onzichtbare band, een enorm trapezium in de lucht, ze scheren omlaag, vlak over het water, strijken tenslotte toch neer.

Eindelijk, na meer dan een uur lopen langs de waterrand, zie ik weer iemand. Een man met een kano, hij trekt zijn boot na een bezoek aan land terug in het water. Het meer is hier nauwelijks een voet diep, het water schittert als een dunne vlakke spiegel in de zon. Na honderd meter reikt het water nog steeds niet verder dan zijn enkels. Een eenzaam silhouet dat baadt in een zee van licht. Ik kijk ademloos toe.

Een poging om door het struikgewas het voetpad of de dijk te bereiken mislukt. Hier kom je nooit door. Met de oude stompe toren van Goedereede als richtpunt vervolg ik mijn tocht, richting bewoonde wereld. Bij de Zuidzeedijk reikt het water tot aan tot de voet van de dijk.

Een half uur later bereik ik Goedereede, het oude vissersplaatsje dat al in 1312 stadsrechten kreeg, zich ontwikkelde tot een bloeiende handelsstad maar door het dichtslibben van de haven zijn glorie zag vergaan. Een schitterend, gaaf brokje historie. En in "De Gouden Leeuw' kun je heerlijk eten.

(15 km; literatuur: LAW 5-1: Deltapad; ook: Provincie-Voetwijzer Zuid-Holland; nog beter: losbladige routes 7 en 9 van dezelfde provincie)