Politiek is belangrijker dan beleid

Ze stonden er allemaal. Premier Jegor Gaidar uiteraard, parlementsvoorzitter Roeslan Chasboelatov en vele andere hoogwaardigheidsbekleders uit Rusland. De plaats van handeling was niet het Kremlin of het "Witte Huis' maar de kale VIP-room van het regeringsvliegveld Vnoekovo 2. De hoogste leiding van Rusland had zich daar maandagmorgen verzameld om president Boris Jeltsin bij zijn vertrek naar Heathrow als pater familias uit te zwaaien. Zo ging het altijd met de secretaris-generaal van de partij. Zo gaat het nog steeds met de president.

Boris Jeltsin zelf vindt deze continuïteit aangenaam. Vorige week gaf hij daarvan weer eens prachtig staaltje ten beste. Aan de vooravond van zijn staatsbezoek aan Engeland en Hongarije stond hij toen in het Kremlin de pers te woord. Een select gezelschap Russische journalisten uiteraard.

De vraag was daar aan wie Jeltsin zijn presidentiële bevoegheden zou overdragen gedurende zijn driedaagse afwezigheid. Op grond van de grondwet kon daarover geen misverstand bestaan: aan vice-president Aleksandr Roetskoj, de man die hem bij ontstentenis vervangt, ook al moet er in geval van medische indicaties eerst een arts worden bijgehaald omdat de wetgever in Rusland niet wilde dat met Jeltsin hetzelfde zou kunnen gebeuren als veertien maanden geleden met Sovjet-president Michail Gorbatsjov toen de putschisten hem vanuit Moskou simpelweg ziek verklaarden. Maar Jeltsin repliceerde: “aan niemand”. Hoe hij Rusland dan zou regeren tijdens zijn verblijf in het buitenland? “Van daaruit”, was het antwoord.

Een paar minuten later probeerde een van de journalisten een politieke kwestie aan de orde te stellen: de vraag waarom Jeltsin tot nu toe zo hardnekkig heeft geweigerd om een eigen politieke organisatie op poten te zetten, een "presidentiële partij' die kan fungeren als kristallisatiepunt van het reformistische idee en de concrete macht. Enige politieke infrastructuur zou geen kwaad kunnen in deze tijden van sociale chaos, waarbij elke stamtafel zich zonder blikken of blozen de kwaliteit kan aanmatigen een "maatschappelijke organisatie' te zijn met wie het gezag dient te overleggen. Ook de staatshoofden van de VS en Frankrijk, de twee staten die voor de "presidentiële democraten' rondom Jeltsin als voorbeeld dienen, zijn immers leiders van een partij, ook al zijn ze door hun verheven functie vrijgesteld van het dagelijkse straatvechten. Jeltsin ziet dat echter anders: “Als president vertegenwoordig ik de hele natie en de hele samenleving. Een politieke partij heeft een sociale basis. De sociale basis voor het staatshoofd is de gehele Russische bevolking”. Dat spoorde keurig met een uitspraak die Jeltsin een week daarvoor in de zieltogende kaviaarstad Astrachan aan de Kaspische Zee had gedaan. De grondwet van Rusland was, zo zei hij toen, “verouderd” en de volksvertegenwoordiging “volkomen nutteloos”. “Ik heb allereerst een eed afgelegd aan het volk, allereerst aan het volk”, aldus Jeltsin. Een dialectische interpretatie van de waarheid, zo kon iedereen weten die de inauguratieplechtigheid in juni 1991 had bijgewoond. Een kniesoor die daarop let.

Hebben we hier te maken met een president die de kern van de Westerse burgerlijke democratie niet onderschrijft omdat de volkssoevereiniteit à la Jean Jacques Rousseau zich nu eenmaal niet in formele verhoudingen laat vangen? Jazeker. Maar dat wisten we al. De vraag is dus waarom Jeltsin zo kan handelen, zonder daarbij de publieke opinie tegen zich in het harnas te jagen. Want dat doet hij niet, zo bleek zondag weer eens uit een enquête. Maar liefst 27 procent van de ondervraagden zei Jeltsin te steunen. Slechts zeven procent schaarde zich achter de regering. Wij zouden zeggen: alsof er in het systeem van "trias politica' binnen de uitvoerende macht een onderscheid bestaat tussen het gekozen staatshoofd en diens regering.

In Rusland is dat verschil echter wel degelijk relevant. Bestuurlijke en politieke verantwoordelijkheden zijn er namelijk niet verticaal afgebakend. Het democratische Rusland kent een horizontale structuur. De macht berust er bij een oligarchie die voor het gewone volk (conform de enquête veertig procent, het percentage van de bevolking dat zich nergens om wenst te bekommeren) ondubbelzinnig is maar ondertussen intern om elke plekje in de piramide een gevecht op leven en dood moet voeren. Dat daarbij tegenwoordig niet meer achter de schermen maar veel openlijker gebruik wordt gemaakt van de massamedia en de organen zich bovendien hebben getooid met andere namen, is als uiterlijke verschijning interessant maar heeft de bestuurlijk-politieke cultuur nog niet in de kern veranderd. Daarom is bijvoorbeeld de ministerraad in Rusland, met zijn in het Westen klinkende namen als Gaidar en Andrej Kozyrev (buitenlandse zaken), niet zo belangrijk als hij lijkt. Vroeger waren de ministers de loopjongens die de kastanjes uit het vuur moesten halen voor het politburo en het partijsecretaraat. Thans doen ze hetzelfde voor het presidentiële kabinet en de Veiligheidsraad. Ze vertoeven dus nog altijd op het derde plan in de oligarchische driehoek en worden gebruikt door de hogere echelons. Ze strijden niettemin met verve omdat een succesje toegang biedt tot een hoger niveau: dichter bij de leider en diens invloedsferen.

Ogenschijnlijk gaat het bij deze oligarchische infigting, die deze maand weer een climax bereikt, om het economische hervormingsprogramma. Premier Gaidar, "staatsraad' Gennadi Boerboelis en hun witte raven willen voorwaarts naar een verdere liberalisering van de economie. Parlementsvoorzitter Chasboelatov, vice-president Roetskoj en werkgeversleider Arkadi Volksi van de staatsondernemingen, de zwarte schapen, zien daarentegen meer heil in stringent centralisme, in een "staatsmonopoliekapitalisme' dat de gehele hedendaagse leiding (allemaal ex-communisten) tien jaar geleden nog zou hebben afgeschilderd als “hoogste stadium van de crisis van het kapitalisme” maar nu, in deze laatste fase van de crisis van het communisme, slechts dienstbaar is aan de lieden met belangen in de produktieve en bureaucratische structuren.

Maar op de keper beschouwd gaat dit debat helemaal niet om de economie in abstracte zin. Hoe zou het anders mogelijk kunnen zijn dat al die verschillende economische programma's, die als een wolkbreuk uit de lucht komen kletteren, allemaal geschreven worden door één en dezelfde man: professor Jevgeni Jasin, een hoogleraar die er niet tegen opziet om zowel de regering als Volski terzijde te staan? Nee, aan de orde is de samenstelling van het politieke personeel dat in het Kremlin mag resideren, de vraag hoeveel Gaidar-aanhangers Jeltsin uit de regering moet lozen, de vraag of ook zijn loyale "grijze kardinaal' Boerboelis daarbij geslachtofferd moet worden en de vraag welke volmachten de president in ruil daarvoor ten koste van het parlement zal mogen opeisen. Kortom, het gaat om politiek, niet om beleid. De uitkomst van de politiek zal uiteindelijk ook consequenties hebben voor het beleid maar is nu van ondergeschikt belang.

De consequentie hiervan is dat er eigenlijk niet meer geregeerd wordt. Niemand ambieert zelfs de post van Gaidar.

En Jeltsin zelf? Hij kijkt toe. Nu eens roept hij dat de “toestand niet gedramatiseerd” moet worden, dan weer waarschuwt hij uit het veilige Londen voor een "staatsgreep' van reactionair-rechts. De oekazes die hij blijft decreteren, hebben derhalve niet meer waarde dan het papier waarop ze zijn gedrukt. Behalve dan misschien dat decreet van dinsdag waarmee hij de burgers het recht heeft gegeven zich een gaspistool aan te schaffen en de boeren heeft toegestaan hun bezittingen met jachtgeweren te beschermen. Dat was nou eens een oekaze waarmee de onderdanen wel raad zullen weten.

Is die dubbelzinnigheid van Jeltsin een signaal dat hij het ook allemaal niet meer weet? Nee. Het lijkt eerder een doelbewuste tactiek van de voormalige bolsjewiek Jeltsin: de strijd in de lagere regionen laten doorzieken totdat er zich een meerderderheid aftekent bij wie je je kan aansluiten. Dat kan link zijn. Een oligarchie is immers geen dictatuur. Als je niet uitkijkt, kan zo'n meerderheid zich dus wel eens tegen je keren. Maar het is wel precies zoals zijn voorgangers in het Kremlin het ook altijd hebben gedaan.