Part-timer

Iedereen is conformist, leerde ik vroeger bij het vak sociale psychologie.

Kijk maar: daag een willekeurig persoon uit tot iets betrekkelijk onschuldigs als het hardop zingen van een lied in de bus, en hij zal ervoor terugdeinzen. Dit is ontegenzeggelijk waar, maar als redenering vond ik het toch een beetje flauw. Wat had een balorige actie in het openbaar vervoer nu te maken met het verdedigen van een innerlijke overtuiging tegen de groepsdruk in? Alleen voor belangrijke dingen loonde het de moeite non-conformistisch te zijn.

Maar achteraf bezien had ik ongelijk. Juist de nietigheden vormen de uitdaging. Een van de gebieden die zich tot een mijnenveld in de conversatie ontwikkeld hebben is dat van de werkende en de thuiszittende moeders. In de beste aller werelden zou dit een oneigenlijke tegenstelling moeten zijn, iets wat iedereen voor zichzelf moet beslissen en waar geen waarde-oordelen aan verbonden zijn. In de praktijk gaat dit niet op en helt de moraal lichtjes over in de richting van het combineren van werk en moederschap, al was het alleen maar omdat dat moderner is. De moeders zijn verdeeld in twee kampen, die van de werkende en die van de thuiszitters, en de vertegenwoordigers benaderen elkaar omzichtig, want voordat je het weet trap je iemand op haar ziel.

In de Amerikaanse kranten worden de tegenstellingen tussen de kampen aangescherpt met de term "mommy wars'. Je leest dan amusante anekdotes over niet-werkende moeders die zich rot schamen als juist hun kinderen etterig gedrag vertonen, terwijl ze nog wel al hun tijd en energie aan de opvoeding kunnen besteden en er dus meer van hadden moeten maken dan de werkende moeders. Of er wordt over en weer gesneerd: is het een levensvervulling je dagen te slijten tussen supermarkt en legoblokjes? Heb je soms kinderen gekregen om ze in een crèche op te bergen? Is het een teken van bevrijding als je inkomen opgaat aan oppasfaciliteiten, oncomfortabele mantelpakjes en panties?

Persoonlijk heb ik nog nooit een thuiszittende moeder zich laatdunkend horen uitlaten over werkende moeders, en andersom ook niet. De hele tegenstelling is ook lichtelijk absurd, want wie kiest om te werken doet dat niet om frivole redenen en wie kiest om met de kinderen aan te rommelen doet dat niet uit lamlendigheid. Wat me wel opvalt is dat vrouwen geneigd zijn zich te verontschuldigen voor hun keuze - wat het ook is. “Ja”, zegt een thuiszittende moeder, “mijn man heeft een eigen bedrijf waar hij zeventig uur per week mee bezig is en we hebben drie kinderen onder de vijf. Ik zou misschien ook moeten werken, ik heb de diploma's, maar ik kan het niet over mijn hart verkrijgen die kinderen uit te besteden, ze zien hun vader ook al zo weinig.” “Groot gelijk”, zeg ik, “waarom zou je? Je hebt het zo al druk genoeg.” En ik ken een werkende moeder die met een gezicht alsof ze iets schaamtevols opbiecht zegt dat ze “vaak blij is als het maandagochtend is en ze rustig op haar kantoor kan zitten zonder al die peuterherrie aan haar hoofd”. Koketterie, denk ik dan, het is toch geen schande om een baan te hebben. Mannen zijn al eeuwenlang ongegeneerd opgelucht als de plicht hen wegroept uit het huiselijk gewoel.

Maar blijkbaar valt voor vrouwen overal een schuldgevoel uit te destilleren, of je nu werkt of niet. Alleen de part-timers gaan vrijuit. Die springen zwierig van het ene kamp naar het andere en voelen zich niet verplicht excuses te maken. Het is prettig om een beetje werk achter de hand te hebben, zeker hier in Washington, waar de standaard opening tussen onbekenden luidt: “wat doe je?” Aan de andere kant is het vragen naar hoe iemand aan de kost komt een van de meer wezenloze manieren om een conversatie van de grond te krijgen. Ik heb nu zo'n aversie ontwikkeld tegen het voorspelbare gesprek waar ik me dan doorheen moet ploegen dat ik me al een tijdlang voorneem om de gevreesde vraag te beantwoorden met “ik zit thuis en zorg voor de kinderen”, wat nog grotendeels waar is ook. Het zou een daad van non-conformisme zijn, zoiets als zingen in de bus, maar ik heb mezelf er nog niet toe kunnen opwerken.