Ouders gymnasiasten vrezen leerfabriek

HILVERSUM, 12 NOV. Zeggen ze het nu alweer verkeerd? De oudere dame in de aula van het gemeentelijk gymnasium in Hilversum stoot haar buurvrouw verstoord aan terwijl de Tweede-Kamerleden achter de tafel hun, al dan niet voorwaardelijke, steun betuigen aan het zelfstandige of "categoriale' gymnasium. “Het is categoráál, zonder "i' natuurlijk”, moppert de vrouw.

Dat is Latijn voor beginners, meent zij. (Niet volgens de Van Dale, overigens, die beide varianten gebruikt. Het woordenboek spreekt van "categorale ziekenhuizen' maar van een "categoriaal' gymnasium). De drie Kamerleden - Franssen (VVD), Van de Camp (CDA) en Netelenbos (PvdA) - hadden in elk geval geen van drieën een gymnasium-opleiding genoten, moesten ze aan het begin van de discussie-avond onder geamuseerd gegniffel van de zaal bekennen. “Mijn dochter heeft een gymnasium-diploma en die heeft het prima gedaan”, vertelt Netelenbos later. Ze haalde dat diploma alleen wel op een scholengemeenschap, niet op een zelfstandig gymnasium, aldus het PvdA-Kamerlid.

Het kan dus wel, maar het succes van dochter Netelenbos vermocht niet de scepsis weg te nemen van de ongeveer tachtig ouders die gisteravond in de aula van het Hilversumse gymnasium met de Kamerleden over de toekomst van de zelfstandige gymnasia kwamen discussiëren.

De Hilversumse school wordt niet bedreigd door fusieplannen, maar de ouders zijn verontrust na de recente publiciteit rond het Leeuwarder gymnasium. Dat moet, conform de aanbevelingen van het ministerie maar tegen de zin van de ouders, opgaan in een brede scholengemeenschap. “Hoe groot moeten die fabrieken volgens u worden?” was de eerste vraag van een ouder, nadat het PvdA-Kamerlid haar uiteenzetting over de voordelen van een brede scholengemeenschap had afgerond.

Tweeduizend leerlingen, had Netelenbos geopperd, om optimaal te profiteren van de "lump sum' financiering en de verregaande verzelfstandiging die scholen door het ministerie van onderwijs in het vooruitzicht is gesteld. Maar dan hebben we het niet over leerlingen, had collega Van de Camp zich gehaast toe te lichten, maar over "bekostigingseenheden'. Een school doet er straks nu eenmaal goed aan om organisatorisch in een breder verband te gaan samenwerken - maar dat wil nog niet zeggen dat alle leerlingen zonder enig onderscheid op een grote hoop worden gegooid.

“Het woord "kind' heb ik van u totnutoe nog niet gehoord, het lijkt wel of het om zakken stenen gaat”, klaagde een moeder de Kamerleden van de coalitiepartijen aan. “Dat vind ik heel treurig.” Maar natuurlijk gaat het om de belangen van de kinderen, aldus Netelenbos. Het zou bijvoorbeeld ook heel goed zijn voor gymnasiasten om in aanraking te komen met het vak techniek, zoals opgenomen in de basisvorming. “U bent dan toch helemaal verkeerd bezig” doceerde een ouder. “Techniek kan toch op de basisschool? Dan kunnen leerlingen die daar een talent voor hebben naar het beroepsonderwijs.” Maar dáár gaat het niet om, in deze hoogtechnologische samenleving, aldus Netelenbos, stekelig: “Mogen we ook nog wat ingenieurs afleveren?”

Basisvorming, brede scholengemeenschappen - allemaal andere woorden voor vervlakking, vrezen sommige ouders. “Wat voor mensjes worden dat dan?” vraagt een moeder zich na afloop van de forumdiscussie af. “Mensjes die alleen maar in de massa kunnen functioneren?” Een vader, zelf conrector op een scholengemeenschap, ziet het minder somber in. “Voor de kinderen maakt het niets uit, het is nooit bewezen dat kleine scholen zoveel beter zijn dan grote.” Waarom heeft hij dan zijn dochter naar deze school gestuurd? Hij lacht. “Je eigen kind op school hebben is veel te lastig.”