Openbaar ministerie brengt ramp bij Cindu voor rechter

AMSTERDAM, 12 NOV. Het openbaar ministerie gaat het bedrijf Nevcin Polymers in Uithoorn, dat voor de helft in handen is van het chemiebedrijf Cindu, strafrechtelijk vervolgen. Onderzoek van justitie heeft uitgewezen dat de ramp, die begin juli plaatsvond en aan drie mensen het leven kostte, het gevolg is geweest van menselijke fouten. Justitie stelt het bedrijf hiervoor verantwoordelijk.

De ramp bij Nevcin werd veroorzaakt door het ontploffen van een zogegeheten polymerisatieketel voor harsen. Als gevolg van een fout bij het vullen, was in de ketel een uiterst explosief mengsel van chemische stoffen aanwezig. Het produktieproces was hierdoor niet meer in de hand te houden. De explosie en de daarop volgende brand verwoestten een flink deel van het bedrijfsterrein. Drie leden van de bedrijfsbrandweer kwamen om. In totaal raakten elf mensen gewond.

Al direct na de ramp stelden de directies van Nevcin en Cindu dat er sprake was een menselijke fout bij het vullen van de tank. Daarbij zou een medewerker van de nachtploeg per ongeluk de verkeerde grondstofketel hebben benut. Een fout die de volgende ochtend pas enkele minuten voor de explosie werd ontdekt door de administratie.

Volgens justitie kan het bedrijf worden verweten dat er onvoldoende toezicht werd uitgeoefend op het bedrijfsproces. Ook zou het personeel onvoldoende kennis en ervaring hebben gehad om bij de verschillende werkzaamheden ingezet te worden.

Jusititie legt het bedrijf ten laste dat de naleving van de milieuwetgeving en de arbeidsvoorschriften te wensen overliet. Nevcin zou bovendien op technisch gebied in strijd hebben gehandeld met voorschriften in het kader van de Hinderwet en de Wet inzake de Luchtverontreiniging.

Bestuurslid A. Staalstra van Cindu verklaarde vanochtend vooralsnog achter zijn eerdere verklaringen over de ramp te staan. In juli verklaarde hij dat er voldoende controles in het produktieproces waren gebouwd en dat ook het personeel voldoende was opgeleid. “Ik zie nu dat de officier van jusitie daar kennelijk anders over denkt”, aldus Staalstra.

Staalstra toonde zich vanochtend geërgerd over de manier waarop het nieuws van de strafrechtelijke vervolging in de publiciteit is gebracht. “We waren onvoorbereid en hebben daardoor het personeel niet kunnen voorbereiden”, zei hij. “Dat heeft een flinke knauw gegeven. We zitten hier nog steeds in een traumatische situatie”.

De produktie van kunstharsen bij Nevcin werd vorige maand weer gestart. Het betreft hier echter niet processen met hoge druk en temperaturen zoals bij de explosie het geval was.

De zaak zal 22 december worden behandeld door de rechtbank.