Op de nullijn

MET HANDJE-KLAP heeft de overlegeconomie Nederland vannacht even op de nullijn gezet.

Kabinet, werknemers en werkgevers hebben na enig loven en bieden over zes, nul of drie maanden overeenstemming bereikt over een loonstop van twee maanden. Met verbazingwekkende snelheid heeft Nederland zich in collectieve soberheid gehuld. Amper een maand nadat werd vastgesteld dat de economie verslechtert en de inflatie terugvalt, is (in de woorden van minister De Vries) “de noodzakelijke bocht in het huidige sociaal-economische klimaat” gemaakt. Kom daar eens om in Duitsland, waar waarachtig wel grotere problemen moeten worden opgelost, maar waar werkgevers en werknemers zich niet zo snel door de overheid laten leiden als hier.

Het kabinet heeft met zijn dreigement van een looningreep bereikt dat de vakbeweging is gezwicht voor een loonstop van twee maanden en dat tweejarige CAO's volgend jaar kunnen worden opengebroken. Ambtenaren, uitkeringstrekkers en werknemers in de "gepremieerde en gesubsidieerde sector' gaan volgend jaar gelijk op met de marktsector. Dat is een punt binnengehaald door de vakbeweging, die zijn grootste achterban heeft in precies deze sectoren. De werkgevers hebben niets van hun eisen over lagere lastendruk ingewilligd gekregen.

Weg zijn alle goede voornemens om de Nederlandse arbeidsmarkt met het oog op de Europese interne markt slagvaardiger te maken. Vrome woorden over meer prikkels tot werken en loondifferentiatie tussen de publieke en de private sector zijn vervlogen. Over knelpunten zoals vergroting van de arbeidsparticipatie en de keerzijde daarvan, verlaging van de lastendruk, is een grote stilte gevallen.

NEDERLAND LOST de tegenvallers van lagere groei op door ze af te wentelen op het buitenland. Deze ingesleten gewoonte wordt geprolongeerd. Loonmatiging betekent immers dat Nederland in vergelijking met omringende landen goedkoper wordt en daardoor blijven Nederlandse produkten, ondanks de harde gulden, concurrerend in het buitenland. Wat andere landen bereiken met devaluatie van hun munt, doet Nederland met loonmatiging.

Binnenlandse aanpassingen zoals terugdringing van de collectieve sector worden hierdoor keer op keer uitgesteld. Die vragen om ingrepen in gevestigde belangen van de overheid en de sociale partners. Liever dan de risico's van grotere flexibiliteit kiezen ze voor de rigiditeit van een centraal akkoord. Iedereen levert een beetje in en zo kan de collectieve machinerie ondanks de economische tegenvallers weer een jaartje mee.