Oman en Shell werken samen in project voor vloeibaar gas

ROTTERDAM, 12 NOV. De regering van Oman begint binnenkort samen met de Koninklijke/ Shell Groep en enkele andere oliemaatschappijen aan de uitvoering van een miljardenproject voor de produktie van vloeibaar aardgas (LNG). Dit heeft de Omaanse minister van oliezaken Said Bin Ahmed al-Shanfari gisteren meegedeeld.

Volgens Al-Shanfari kan de export van LNG uit Oman naar het Verre Oosten (5 miljoen ton per jaar) beginnen in 1999. De belangrijkste afnemers zijn Japan, Taiwan en Zuid-Korea. De totale investeringskosten, benodigd voor een fabriek die het gas vloeibaar maakt, transportleidingen, een laadstation en speciale tankschepen bedragen 9 miljard dollar. In 1994 begint de bouw van de installaties. De regering van Oman neemt een belang van 51 procent in het project, de particuliere oliemaatschappijen samen de resterende 49 procent.

Voor de winning van het aardgas is een speciale onderneming opgericht, waarbinnen de oliemaatschappij Petroleum Development Oman (PDO) zorgt voor de uitvoering van het werk. PDO is voor 60 procent staatseigendom, Shell, technisch uitvoerder voor PDO, heeft er een belang in van 34 procent, de Franse oliemaatschappij Total 4 procent en het Portugese bedrijf Partex 2 procent. Al-Shanfari kondigde aan dat een tweede samenwerkingsverband, dat de behandeling, het transport en de verkoop van het gas ter hand neemt, binnen twee maanden wordt opgericht. Daarin is het staatsaandeel van Oman 51 procent, krijgen Shell, Total en Partex belangen van resp. 34, 6 en 2 procent en is voor de Japanse ondernemingen Mitsubishi, Mitsui en Itochu resp. 3, 3 en 1 procent gereserveerd. De Japanse concerns kopen gas in voor hun dochterbedrijven die elektriciteitscentrales beheren.

Volgens de Omaanse olieminister zijn de bewezen gasreserves in zijn land de laatste twee jaar toegenomen van 255 miljard tot 480 miljard kubieke meter. Ter vergelijking: Nederland heeft nu een reserve van 2.300 miljard kubieke meter.