Norm voor cadmium moet worden aangescherpt

De richtlijn voor de blootstelling van de bevolking aan cadmium is veel te soepel. Bij de huidige norm kunnen schadelijke effecten voor de gezondheid niet worden uitgesloten. Dat blijkt het proefschrift "Health effects of cadmium contamination in Kempenland', waarop Irene Kreis, epidemiologe bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM), op 3 november aan de Rijksuniversiteit Leiden promoveerde.

Het onderzoek was gericht op de bevolking van een aantal dorpjes rond de zinksmelter in het Brabantse Budel. Daar is de omgeving de afgelopen honderd jaar ernstig vervuild geraakt met zink, lood en vooral veel cadmium.

Cadmiumverontreiniging is gevaarlijk. Cadmium verlaat het lichaam na opname nauwelijks meer. De spontane uitscheiding is slechts 0,005 procent per dag. Bovendien bestaan er geen acceptabele methoden om cadmium uit het lichaam te verwijderen. De cadmium stapelt zich op in de nieren en dat kan leiden tot een onherstelbare beschadiging van de filterende functie van deze organen.

Ook rond Budel eten sommige mensen veel groenten uit eigen tuin. Omdat bladgroenten cadmium buitengewoon goed opnemen, worden deze mensen blootgesteld aan een meer dan gemiddelde dosis. Deze dosis blijft ruimschoots binnen de norm: in het dieet zat per dag maximaal 37 microgram cadmium, terwijl de norm van de Wereld Gezondheids Organisatie 400 microgram per week is.

Toch was het duidelijk dat er effecten op de gezondheid waren als je deze mensen ging vergelijken met een controlegroep. Rond Budel bestond er een licht gestoorde nierfunctie: een iets verhoogde uitscheiding van eiwit en kalk. Ook waren er vaker nierstenen. Verder kwamen er vaker een te hoge bloeddruk en aderverkalking voor, waarvan de ernst gelijk opliep met de cadmium-uitscheiding in de urine.

Bij ernstige cadmiumvergiftiging kan kalkverlies tot botafwijkingen leiden. Wellicht speelt cadmium dus ook een rol bij het ontstaan van brosse botten (osteoporose), maar dat is nog niet onderzocht. Verder kan cadmium leiden tot kanker van de nier en de prostaat. Dat blijkt niet duidelijk uit dit onderzoek, maar dat was bij deze betrekkelijk lage dosis cadmium ook nauwelijks te verwachten.

Tenslotte is ook het vee in de plaatselijke boerderijen onderzocht. Het bleek dat de vruchtbaarheid van deze dieren duidelijk lager was dan normaal en ook dat is een bekend verschijnsel bij cadmiumvergiftiging. Of het zich ook bij de mens voordoet (bijvoorbeeld lager aantal spermatocyten bij de man) is nog niet onderzocht.

Alles bij elkaar verontrustende resultaten, vooral ook omdat cadmium niet spontaan uit de omgeving verdwijnt en dus ook de volgende generaties met dit probleem te maken zullen krijgen. Hoewel er in deze studie geen nieuwe norm wordt gesteld is het wel duidelijk dat de huidige te hoog is.