Niet zwichten voor een "Deens' Europa

Het ratificatiedebat over het verdrag van Maastricht is in de Tweede Kamer onder een totaal ander gesternte gehouden dan waaronder de ondertekening van de overeenkomst eind vorig jaar plaatshad.

Die plechtigheid immers stond in het teken van een gewiekst diplomatiek compromis dat ieder het zijne leek te geven zonder het gemeenschappelijke doel in gevaar te brengen. Waar eensgezindheid onbereikbaar was gebleken, was uitstel voorzien of althans de mogelijkheid van latere herbezinning. Dat gold vooral voor de politieke en monetaire hoofdstukken. Het sociale hoofdstuk zag er uit als een juridische vondeling - één van de landen, Groot-Brittannië, wilde er zelfs niets mee te maken hebben - maar in de diffuse verzameling maatregelen, opstapjes en probeersels die in Maastricht onder het logo subsidiariteit werd bijeengebracht, is deze vreemde eend nauwelijks opgevallen.

In de elf maanden van zijn bestaan heeft "Maastricht' het allesbehalve gemakkelijk gehad. Het verdrag is niet gevierd als het enig mogelijke en toch veelbelovende compromis waarvoor de makers het aanvankelijk hielden. Integendeel, het is verguisd als een extreem voorbeeld van de technocratische volksverlakkerij waarmee het Europese volk een Gemeenschap wordt opgedrongen die niemand echt wil. De Denen verwierpen het per referendum, bijna de helft van de Fransen keurden het af en de Britse regering heeft als gevolg van de woelingen rondom het verdrag bij de eigen achterban praktisch haar geloofwaardigheid verloren. Er is een klein wonder nodig om "Maastricht' in het Lagerhuis aanvaard te krijgen en dat na alle concessies die de elf andere lidstaten juist aan het Verenigd Koninkrijk hadden gedaan.

Maar het hoofdprobleem ligt toch inmiddels bij de Denen, al was het maar omdat premier Major zich tegenover zijn onwillige achterban heeft verplicht met de Britse ratificatie op Denemarkens (tweede) uitspraak te wachten. Wat de Denen met de verwerping van het verdrag van Maastricht bij de eerste volksraadpleging hebben bedoeld, was niet onmiddellijk duidelijk, kon dat ook niet zijn omdat slechts met "ja' of "nee' kon worden gereageerd op een rijk gevarieerd complex van politieke bedoelingen en diplomatieke maskerades. Maar de Deense oppositie in het Folketing heeft haar regering en daarmee de Europese openbare mening op 30 oktober jongstleden aan een "vertaling' geholpen waarvan in ieder geval kan worden gezegd dat zij in de plaats is gekomen van het oorspronkelijke Deense parlementaire ja-woord aan "Maastricht'.

Die vertaling valt met de deur in huis: het Deense "nee' van 2 juni weerspiegelt dat de meerderheid geen Verenigde Staten van Europa wenst. Anderzijds was het niet bedoeld als een verwerping van het EG-lidmaatschap of van Europese samenwerking. Aan deze uitleg met de natte vinger, verbinden de vertalers de overtuiging dat een compromis moet worden gevonden zodat de Denen blijven deelnemen aan "verdere' Europese samenwerking. Afgezien van de vraag wat men zich in Denemarken bij een VSvE voorstelt (daarover zwijgt het document), het verdrag van Maastricht mondde er zeker niet in uit. Voor een volk dat wel "verder' wil met de Europese eenwording, dat er zelfs een "actieve rol' in zegt te willen spelen, maar dat ook weer niet al te ver wil gaan, was Maastricht precies op maat gesneden.

Er moet dus meer aan de hand zijn, maar de vertalers van het "nee' laten zich er niet over uit. Dan maar opletten, hoe het Deense "compromis' er uit zou moeten zien.

Na een lange lijst van vaak vage wensen die bovendien nog al eens "Maastricht' dupliceren, sommen de opstellers van het document in staccato, en inmiddels mede namens de Deense regering, de onderdelen van het verdrag op waar Denemarken niet aan mee zal doen: De zogenaamde defensiepolitieke dimensie, inbegrepen het lidmaatschap van de Westeuropese Unie en een gemeenschappelijke defensiepolitiek of gemeenschappelijke defensie. De ene munt en de economisch politieke verplichtingen verbonden met de derde fase van de Economische en Monetaire Unie. Het burgerschap van de Europese Unie. Overdracht van soevereiniteit in kwesties van justitie en politie.

En om te onderstrepen dat de Denen op al die punten echt niet meedoen, zullen de andere lidstaten zich juridisch moeten binden aan deze uitzonderingsregels. Hoe dat moet worden verwezenlijkt, zal in onderhandelingen moeten worden vastgelegd.

Het is te begrijpen dat de partners, zoals zij hebben aangeduid, liever niet verder gaan dan een "interpretatieve verklaring' bij het verdrag waarin zij min of meer kennis nemen van de Deense uitzonderingspositie. Maar zelfs dan is het niet simpel te voorzien hoe "Maastricht' overeind moet worden gehouden. De Maastrichtse "oplossing' voor het sociale hoofdstuk - elf landen verbinden zich buiten het verdrag om - is al een juridisch monster genoemd. Hoe moet dan een Deense ratificatie van een overeenkomst worden gezien waarvan bij voorbaat vaststaat dat vitale afspraken niet zullen worden nagekomen, nu niet en later ook niet. Tenzij, maar dat tenzij wordt dan wel aan het politieke toeval overgelaten.

Als gevolg van de Brits-Deense panne heeft de Europese trein aanzienlijke vertraging opgelopen. Het nieuwe Deense referendum vindt op zijn vroegst in mei plaats, maar mogelijk ook in de herfst. De Financial Times publiceerde deze week een scenario waarbij het Lager- en het Hogerhuis al pingpongend de Britse ratificatie van "Maastricht' eveneens over de zomer heentillen. En dat is er dan nog afhankelijk van of de Twaalf er straks op hun top in Edinburgh of daarna in slagen het onderling over de Deense viersprong eens te worden.

Het is duidelijk dat de Deense politieke partijen inmiddels een heel ander Europa voor ogen hebben dan in "Maastricht' is uitgetekend. Zij stellen voor niet-leden zo snel mogelijk bij dit "Deense' Europa te betrekken, kennelijk in de vooronderstelling dat uitbreiding van de Gemeenschap de Deense positie verder zal versterken. Voor Kopenhagen is het bovendien prettig te kunnen constateren dat dit "Deense' Europa ook in het Verenigd Koninkrijk aanhang verwerft.

Voor de tien EG-landen die er waarschijnlijk wel in slagen de afspraak van ratificatie dit jaar na te komen, is er langzamerhand reden genoeg om andere wegen te verkennen. Willen zij "Maastricht' redden, dan wordt het tijd om de Denen met een alternatief te confronteren. Als deze toch de voorkeur geven aan een lossere Europese samenwerking, zouden zij uit de Gemeenschap kunnen treden om zich te beperken tot deelneming aan de Europese Economische Ruimte. Daartoe zullen nog wel wat tegemoetkomingen moeten worden gedaan, maar de Denen zullen moeten erkennen dat wanneer het ongepast is van hen te vragen zich naar de meerderheid te schikken, het omgekeerde aanzienlijk minder voor de hand ligt.

Zodra het alibi van het Deense referendum de Britten is ontnomen, is voor John Mayor de weg vrij. Ten slotte zal de Britse premier, wanneer Labour zich zoals eerder aangekondigd bij stemming in derde lezing onthoudt, dan toch nog over een comfortabele meerderheid beschikken.