Nederlandse rol in rehabilitatie VS na "Irangate'

ROTTERDAM, 12 NOV. Sinds "Irangate' in de jaren '80, de geheime verkoop van wapens door president Reagan aan het Khomeini-bewind, hebben de Verenigde Staten zwaar boter op hun hoofd als het gaat om de steun aan regimes in het Midden-Oosten. Reagan probeerde met de wapenverkopen Amerikaanse gijzelaars in Libanon vrij te kopen, terwijl hij officieel Saddam Hussein van Irak steunde in zijn oorlog tegen Iran. De opbrengst ging naar de "contras' in Nicaragua.

Het recente Amerikaanse verzoek aan een aantal Westeuropese regeringen, waaronder de Nederlandse, om de export van goederen naar Iran die voor militaire doeleinden kunnen dienen, volledig stop te zetten, past in een beleid om verstoring van het precaire machtsevenwicht in de Golfregio te voorkomen. Gelijktijdig willen de VS hun door Irangate geschonden imago oppoetsen. De Amerikanen proberen het schandaal al jaren te vergeten en zijn bezorgd over de versterking van de oorlogsindustrie en het militaire apparaat in Iran. Die versterking vormt een dringend gevaar voor het vredesoverleg tussen Israel en de Arabische landen. De embargo's op wapenleveranties aan gevaarlijke landen als Irak en Libië willen ze het liefst uitbreiden tot Iran, maar dan zo strikt dat ook de zogenoemde "dual-use-goederen' er onder vallen.

Grote Europese landen als Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Italië en Frankrijk nemen een flink deel van de markt voor deze goederen voor hun rekening. Het gaat o.a. om computers, meet- en regelapparatuur, radarinstallaties, navigatie-apparatuur en luchtvaarttechniek. Maar ook ogenschijnlijk heel onschuldige spullen als apparatuur voor telecommunicatie en kabels voor de geleiding van elektrische stroom vallen onder de definitie. Hoe streng de Amerikanen voor Iran zijn, blijkt wel uit het feit dat ze vorig jaar tot woede van Downing Street de levering van civiele vliegtuigen door British Aerospace aan Iran wisten te blokkeren omdat er Amerikaanse computers in die toestellen waren gemonteerd.

Nederland wordt nu door Washington een beetje met de haren bij het strengere exportbeleid voor het Midden-Oosten gesleept. De bedoeling is een internationale regeling op te zetten, die een exportverbod inhoudt voor dual-use-goederen, naar alle "gevaarlijke' landen in de Golfregio, en liefst nog voor een groter gebied. In zo'n regeling kan ook gepoogd worden de export van strategisch materiaal via en door de Oosteuropese landen aan banden te leggen. Nederland is in dit opzicht voor de VS een interessante bondgenoot, omdat Den Haag het voorzitterschap van de Cocom, de Coordinatiecommissie voor multilaterale exportcontroles bekleedt en omdat de Nederlandse regering interessante suggesties heeft gedaan voor een internationale regeling die aansluit bij de Amerikaanse wensen.

Nederland heeft maar een bescheiden aandeel in de wereldhandel met Iran, maar waar het de dual-use-goederen betreft valt een interessante stijging van de Nederlandse export waar te nemen. Die handel zakte tijdens de Iran-Irak-oorlog tijdelijk in, maar sinds 1988 nam de export van computers, motoren, telecommunicatie-apparuur, geleiden materiaal (kabels), meet- en controle- en navigatie-apparatuur fors toe.

    • Theo Westerwoudt