Mr Pieter als "stille' adviseur van Maij

DEN HAAG, 12 NOV. Hij pleit al jaren voor een echt onafhankelijk onderzoek naar de toedracht van verkeers- en vervoersongelukken. Maar hij lijkt nu, ongewild, er de oorzaak van te zijn dat het onderzoek naar de vliegramp in de Bijlmermeer niet door een onafhankelijke instantie wordt uitgevoerd, maar door de Rijksluchtvaartdienst (RLD): mr. Pieter van Vollenhoven, de "stille' adviseur van minister Hanja Maij-Weggen (verkeer en waterstaat).

In de Tweede Kamer werd gisteren het verband tussen de adviezen van van Vollenhoven en de opzet van het Bijlmer-onderzoek plotsklaps zonneklaar, zonder dat overigens de naam Van Vollenhoven ook maar één keer in de mond werd genomen.

In de grote zaal van het nieuwe Tweede Kamer-gebouw verdedigde Maij haar begroting. En natuurlijk kwam ook het Bijlmer-onderzoek ter sprake. SGP-fractielid Van den Berg wilde van de minister weten waarom de nieuwe Luchtvaartongevallenwet nog niet is geëffectueerd, terwijl de wet toch al geruime tijd geleden de Tweede en Eerste Kamer is gepasseerd. (Een wet die anders dan de nog geldende Luchtvaartrampenwet uit 1936 voorschrijft dat niet de RLD maar een onafhankelijke instantie onderzoek naar vliegtuigongelukken voor zijn rekening neemt.)

Daar stond de minister. Ze sprak van “een ongelukkige samenloop van omstandigheden” waardoor de wet nog niet was ingevoerd. “U zult er begrip voor hebben dat dit pure toeval is.” De voorbereidingen voor de nieuwe wet waren welhaast afgerond toen Nederland plotsklaps getroffen werd door de grootste vliegramp in zijn geschiedenis en Maij in aller ijl een onderzoek moest gelasten op basis, jawel, van de verouderde Luchtvaartrampenwet.

Het Kamerlid Jorritsma-Lebbink (VVD) maande de minister alsnog tot spoed met invoering van de nieuwe wet “ook al omdat het onderzoek naar de ramp toch nog lange tijd duurt”.

Maij verklaarde prompt dat dàt ook zeker in haar bedoeling ligt. Het wachten is alleen nog op een nieuwe voorzitter van de Raad voor de Luchtvaart, alvorens de wet in het Staatsblad kan verschijnen.

Jorritsma merkte verbaast op dat er “al heel lang” een voorstel voor de opvolging van de voorzitter klaarligt. Klopt, antwoordde Maij. Maar “dit voorstel is even aangehouden omdat wij een onderzoek doen naar een samenbundeling van de ongevallenraden tot een soort algemene transportongevallenraad.” Het leek de minister goed dit onderzoek in aanzet klaar te hebben alvorens een nieuwe voorzitter aan te stellen. De minister hoopt nu voor het einde van het jaar het onderzoek, de nieuwe voorzitter en de publikatie van de nieuwe wet in het staatsblad rond te hebben.

Daarop toonde het Kamerlid Van den Berg (SGP) zich oprecht verbaasd. Want had immers de minister laatstelijk het idee van de SGP om tot een "integrale ongevallenbenadering' te komen niet van de hand gewezen? Ook dat klopte, moest de minister toegeven. “Ook een minister stelt weleens haar mening bij, bijvoorbeeld op grond van argumenten van de Kamer.”

De Kamer lijkt in dit geval echter weinig gewicht in de schaal te hebben gelegd. Van de grote fracties heeft alleen de PvdA zich destijds heel voorzichtig voorstander getoond van een bundeling van ongevallenraden. Wat was dan de reden dat de minister haar mening bijstelde?

De goede contacten tussen Maij en Van Vollenhoven (op het departement al lang geen geheim meer) bieden een plausibele verklaring. Zelf zei van Vollenhoven onlangs in deze krant de minister al begin dit jaar te hebben geadviseerd om een onderzoek in te stellen naar diverse ongevallenraden en naar mogelijke samenwerkingsvormen. Met succes. Citaat van Van Vollenhoven:

“Mijn filosofie vond lange tijd in Nederland weinig weerklank. Het is pas heel recentelijk (...) De top van het departement, de minister en de secretaris-generaal, is nu voor het eerst bereid te gaan bekijken of dat zin heeft.”

Had de minister niet naar van Vollenhoven geluisterd, dan had ze geen onderzoek afgekondigd, dan had ze al veel eerder de voorzitter van de Raad voor de Luchtvaart kunnen benoemen, was de nieuwe Luchtvaartongevallenwet al vóór de Bijlmer geëffectueerd, en had niet de RLD maar een zuiver onafhankelijk bureau het onderzoek verricht.

    • Geert van Asbeck