Milieuvriendelijke schoenen

De Nederlander kent schoenfabriek Wed. J.P. van Bommel in Moergestel als de fabrikant van schoenen die onontbeerlijk zijn op de weg naar de top. Wie vooruit wil, loopt op "Bommels' en ook overigens zijn er wel positieve dingen over de schoenen te zeggen. Van Bommel is wars van nieuwlichterij en houdt zich verre van fratsen.

Daar is de fabriek opeens met een eigenaardig bericht. Zij heeft nu schoenen die voor 97 procent milieuvriendelijk zijn. Nature-schoenen. "Wij nemen reeds waar dat ons voorbeeld door anderen wordt gevolgd.'

Het Bommel-bericht heeft iets van de actie van de getergde stuurman die in het scheepsjournaal noteerde "dat de kapitein vandaag niet dronken was'. Er zijn dus schoenen die helemaal niet milieuvriendelijk zijn. Zelfs Bommel-schoenen!

Eerst maar eens een kijkje in de vakliteratuur. Volume A 15 van Ullmann's encyclopedia of industrial chemistry (1990) heeft 25 pagina's voor de leerindustrie uitgetrokken. Wie wil, kan de milieubezwaren van leerbereiding in drie categorieën onder brengen. Leerproduktie kan gepaard gaan met lozingen van organisch afval (bloed-, vet- en vleesresten, maar ook formaldehyde) dat weliswaar - zoals dat van de oude aardappelmeel- en strokartonfabrieken - afbreekbaar is, maar in hoge belasting het leven in sloten en vaarten door zijn zuurstofverbruik bedreigt.

De tweede categorie bestaat uit (mogelijke) lozingen van chemicaliën die ongewenst zijn in het oppervlaktewater, maar daar ook weer niet zóveel kwaad kunnen. Zout, kalkmelk, natronloog en natriumsulfide (beide ontharingsmiddelen) brengen ionen in het water die er ook van nature voorkomen.

Het interessantst is de derde categorie van echt gevaarlijke lozingen. Die kunnen - in principe - bestaan uit bactericiden (die de huiden tegen verrotting beschermen), minerale looistoffen en kleurstoffen. Het gebruik van bactericiden is niet strikt noodzakelijk, zegt Ullmann. Ook van het gebruik van aniline- en azokleurstoffen die in de leerbereiding gangbaar zijn zou de branche kunnen afstappen. Ze zijn nogal eens giftig en alle tinten geel, bruin en donkerbruin zijn ook met hulp van de juiste vetten en looistoffen te bereiken.

Maar hier opent zich een vicieuze cirkel, want het zijn de tot voor kort zo algemene minerale looistoffen waartegen de meeste bezwaren bestaan. Sinds 1900 looit de looier bij voorkeur met chroomzouten en juist dit chroom, een "zwaar metaal', wordt nu geleidelijk vervangen. Van Bommel heeft weer gekozen voor de plantaardige looistoffen die tot de twintigste eeuw in gebruik waren. Tanninen zoals die te winnen zijn uit de kastanje- en de mimosaboom. Niet voor al het leer, zegt Moergestel schoorvoetend. "Dunne en gladde overleersoorten zijn, indien plantaardig gelooid, niet geschikt voor schoeisel aangezien zeer snel breuk en transpiratie-ophoping plaatsvindt'. In het bovenleer zit nog chroom, begijpt men.

Zo zit Kuifje opeens met de vraag hoe Van Bommel op "97 procent milieuvriendelijk' uitkwam. Dat is simpel: een schoen is meer dan leer alleen. Ook het rubber, de kurk, de lijm en de contreforts, de schoenvoeringen, de veters, de cambreurs en stalen veren, de schoenedozen, ja zelfs het bedrukte zijdepapier in die dozen is milieuvriendelijk. Van Bommel heeft verklaringen terzake bij alle toeleveraars losgekregen (en bijgesloten). Alleen de goudeerlijke leverancier van de veters (bravo, M. Levenbach in Waalwijk) geeft toe dat de transparante uiteinden van de katoenen veters nog kunststof bevatten en dat ook de verf nog enige chemische stoffen bevat. Maar: "Natuurlijke alternatieven worden geleidelijk ingevoerd'. De ecoloog die het milieuvriendelijk karakter van de Nature-schoen nu al wenst op te voeren, ziet om naar een touwtje.