Lubbers verwerpt kritiek op overleg Ritzen en bonden

DEN HAAG, 12 NOV. Premier Lubbers verwerpt de kritiek van CDA-fractieleider Brinkman dat een "raamovereenkomst' over de positieverbetering van het onderwijspersoneel in strijd is met de bezuinigingsafspraken in het kabinet. Brinkman eiste gisteravond, onmiddellijk na de uitkomst van het overleg, opheldering in schriftelijke vragen aan de premier.

Volgens Brinkman zijn de afspraken tussen minister Ritzen en de onderwijsbonden in strijd met de pas op de plaats waartoe het kabinet vorige week heeft besloten. Ook vreesde hij dat door de afspraken de aanpassing van de wachtgeldregelingen en terugdringing van het ziekteverzuim, die in de begroting zijn toegezegd, in gevaar zouden komen. Maar volgens Lubbers is dat niet het geval.

De premier onderstreepte dat de bewindslieden van onderwijs met de bonden nader overleg zullen voeren, waarbij voorop staat dat het werk in het onderwijs aantrekkelijker moet worden gemaakt. Daarom is de overeenkomst niet strijdig met de uitgavenbeperking, aldus Lubbers. Volgens Lubbers mag echter “geen enkele verplichting” worden aangenaan voordat de bezuinigingen van 273 miljoen gulden op de onderwijsbegroting '93 volledig zijn vastgesteld.

Tot dat moment kan een bedrag van 211 miljoen, dat in de begroting is opgenomen, niet worden gebruikt om de gisteren gemaakte afspraken na te komen. Het kabinet heeft toegezegd dat voor eind november de invulling van de bezuinigingen worden bekendgemaakt. Verwacht wordt dat de nadere invulling van het akkoord niet voor januari volgend jaar gereed zal zijn. In het akkoord is afgesproken dat een nog onbekend deel van het geld besteed zal worden aan verbetering van de aanvangssalarissen en een ander deel aan de modernisering van het personeelsbeleid en aanpassing van de salarisstructuur.

Brinkman trok vanmorgen in het debat over de nieuwe bezuinigingen uit Lubbers' antwoord de conclusie dat er dus geen sprake is van een akkoord, maar van een begin van besprekingen met de bonden. Brinkman hanteerde met zijn vragen aan de vooravond van het Kamerdebat over de extra bezuinigingen van het kabinet een ongebruikelijk middel. Het was voor het eerst in zijn driejarig Kamerlidmaatschap dat de CDA-fractieleider persoonlijk schriftelijke vragen stelde.

Pag.3: PvdA snapt bezwaar van CDA niet

Brinkman stelde de vragen niet aan de verantwoordelijk minister Ritzen maar aan de premier. Daarnaast is het in de Kamer zeer ongebruikelijk dat in schriftelijke vragen gevraagd word om op zeer korte termijn te antwoorden. Brinkman wilde antwoord voordat vanochtend het Kamerdebat zou beginnen. Normaal gesproken worden vragen met een dergelijke termijn door de Kamervoorzitter geweigerd. De normale termijn voor het beantwoorden van schriftelijke vragen is drie weken.

PvdA-onderwijswoordvoerder in de Tweede Kamer T. Netelenbos noemde het vanmorgen “geheel onbegrijpelijk” dat de coalitiegenoot zich tegen het principe-akkoord keerde. Het CDA heeft zich niet eerder zo duidelijk tegen de inzet van het kabinet voor verbetering van de positie van leerkrachten uitgesproken, ook niet toen vorige week de inzet van Ritzen om 211 miljoen volgend jaar, oplopend tot 633 miljoen in 1996, te besteden aan verbetering van de positie van het onderwijspersoneel, door de Kamer werd besproken, aldus Netelenbos. Het CDA speelt volgens haar hoog spel omdat de kwaliteit van het onderwijs bedreigd wordt doordat het beroep van leerkracht te weinig aantrekkelijk is geworden. De grootste onderwijsbond ABOP liet vanmorgen weten ervan uit te gaan dat Ritzen in het akkoord wel degelijk toezeggingen heeft gedaan dat het geld voor het onderwijspersoneel zal worden besteed. “Het is een contract met handtekeningen eronder.”