Loonstop brengt overleg uit balans

DEN HAAG, 12 NOV. Het centraal akkoord dat kabinet, werkgevers en werknemers vannacht om half twee bereikten over het sociaal-economische beleid voor 1993 draagt in alle opzichten de sporen van een compromis. Er zit geen nullijn in, zoals het kabinet verlangde. Er komt geen loonbevriezing van drie maanden, zoals de werkgevers eisten. En de WAO-maatregelen worden niet verzacht, zoals de vakbeweging wilde.

Er was partijen veel aan gelegen tot overeenstemming te komen, maar de aanloop mislukte jammerlijk. “Absurd en onverteerbaar”, noemde voorzitter Stekelenburg van de vakcentrale FNV de behoefte van werkgevers aan een loonpauze van drie maanden. Woedend brak hij gisteren aan het eind van de ochtend het overleg met werkgevers af. Nota bene in het gebouw van de Sociaal-Economische Raad in Den Haag, hét brandpunt van de overlegeconomie.

Dit gesprek had moeten leiden tot een gezamenlijk standpunt, waarmee ze 's avonds bij het kabinet krachtige eensgezindheid zouden kunnen etaleren. Maar de loonstop scheidde de geesten. CNV-voorzitter Westerlaken suggereerde nog wel een tussen-oplossing - geen loonsverhogingen in de eerste helft van 1993 en 2,5 procent (prijscompensatie) in alle nieuwe CAO's per 1 juli - maar dat viel volkomen verkeerd bij de twee andere vakcentrales, FNV en MHP. Zij verweten de CNV-voorman “onbeheerste profileringsdrift” en “Einzelgängerei”. “Daarmee lag de eensgezinde afwijzing van een loonpauze door de vakbeweging aan diggelen”, aldus een FNV-onderhandelaar.

Het ochtendberaad leverde overeenstemming op over acht van de negen voorbereide "beleidsoriëntaties', maar ketste uiteindelijk af op de formulering punt 6. De vakbeweging stelde voor: “Onder erkenning van de eigen verantwoordelijkheid van partijen terzake doen sociale partners een klemmend beroep op CAO-partijen op decentraal niveau om, gegeven de verschillen in economische positie tussen sectoren en ondernemingen, het totaal aan CAO-afspraken nadrukkelijk te bezien op hun modaliteiten qua kosten, vorm en tijdstip van toepassing in het licht van zowel de thans bekende economische vooruitzichten als de bovengeschetste uitgangspunten”. Het tekstvoorstel van de werkgevers luidde: “Onder erkenning van de eigen verantwoordelijkheid terzake willen sociale partners een klemmend beroep doen op CAO-partijen om, voorzover betrokken bij vernieuwing van CAO's, de formele werking van deze CAO's op een door hen te bepalen wijze te verlengen met een periode van circa 3 maanden teneinde zich gedurende deze periode te kunnen beraden op de verslechterde economische vooruitzichten en hierop op een verantwoorde wijze te kunnen reageren”.

Het vergde enige close reading te ontdekking waar de ruzie precies over ging, maar de onderhandelaars waren het er, na ruggespraak met hun achterbannen, gauw over eens dat nog dezelfde middag een ultieme poging moest worden gedaan de breuk te lijmen. Onderhandelaar Vonk van het KNOV (midden- en kleinbedrijf): “Het is in ons beider belang iets gezamenlijks bij het kabinet op het bord te leggen. Lukt dat niet, tsja, de tijd werkt in ons voordeel, denk ik. Want dan staat het kabinet dus morgen (donderdag, red.) met lege handen in de Kamer en daar bestaat in elk geval bij VVD en CDA veel sympathie voor onze bevriezingsvariant. Voeg daarbij dat ook het kabinet daar veel voor voelt en het wordt duidelijk aan wie het initiatief is”.

Even later, kort voor vier uur, stapte FNV-onderhandelaar Draijer het hoofdkwartier binnen van de werkgeversorganisatie VNO, een kilometer verwijderd van het SER-gebouw. Hij heeft een afspraak met VNO-onderhandelaar Dortland. “Maar die gaat ergens anders over, want ons gewone werk gaat gewoon door.”

Na ruim een uur is Dortland bereid het ware doel van zijn missie toe te lichten. “Een lijmpoging? Nee hoor. Wij zijn allebei afwisselend voorzitter geweest van de werkgroep die het stuk heeft voorbereid. Na de gebeurtenissen van vanochtend heb ik Dortland gebeld en gezegd dat ik er behoefte aan had van gedachten te wisselen, want het was voor ons beiden een teleurstelling het schip in het zicht van de haven te zien stranden. Ik wilde weten wat er van hun kant achterzat. Die verheldering heb ik gekregen, maar het verandert voor mij niets. De werkgeversopstelling blijft tweeslachtig: we zijn het met elkaar eens dat het de verantwoordelijkheid is van de decentrale onderhandelaars, dan moet je niet de suggestie wekken dat je ze niet vertrouwt door ze drie maanden bedenktijd op te leggen.”

Kort voordat ze aan het begin van de avond hun opwachting maakten bij het Torentje, het werkvertrek van premier Lubbers en ook op loopafstand van de SER, keken de voorzitters van de overkoepelende organisaties van werkgevers en werknemers elkaar nog eenmaal diep in de ogen. Het hielp niet. Stekelenburg (FNV) herhaalde dat de werkgevers “schizofreen bezig zijn” en Rinnooy Kan beklemtoonde dat een loonpauze noodzakelijk was om “het besef van de ernst van de economische situatie” goed door te laten dringen en geen overhaaste beslissingen te nemen.

Ruim zes uur jongleerden vier ministers - onder leiding van Lubbers die halsoverkop terugkeerde uit Hongarije - en een tiental onderhandelaars namens werkgevers en werknemers, in vrijwel alle denkbare bi- en tripartiete figuraties, met de hoofdingrediënten voor een akkoord. Omstreeks tien uur komt er schot in. Daarna worden nog enkele uren besteed aan de economische situatie. Lubbers formuleert een "drietrapsraket': de inflatie is 1,25 procent lager dan verwacht, de economische groei valt 1,25 porocent tegen, en het kabinet zorgt voor lastenverlichting gelijk aan 1,25 procent bruto loonstijging. Ook wordt opgemerkt dat bij lonen op de nullijn de winsten al dalen. De conclusie lijkt onontkoombaar: er is geen enkele loonstijging meer nodig. Maar die conclusie ontbreekt.

Om een uur verscheen witte rook. Beslissend was dat sociale partners hun standpunten vóór en tegen een loonpauze afzwakten en dat het kabinet toezeggingen deed over een marktconforme loonontwikkeling in de collectieve sector. Op de persconferentie stralen werkgevers, is minister De Vries blij en getroost Stekelenburg zich alle moeite uit te leggen dat van een echte loonstop geen sprake is.